Het probleem van het Ministerie van Onderwijs

De rekentoets, de tweede fase, de harde knip, de langstudeerdersboete, het leenstelsel, de 1040-urennorm en de invoering van het vmbo. Allemaal voorbeelden van veranderingen die de afgelopen jaren over het onderwijs zijn uitgestort vanuit Den Haag. De rekentoets is het laatste schrijnende voorbeeld van deze Haagse paaltjespisserij en de aanleiding voor dit blog.

Ik ben voor de gelegenheid maar even de boeken in gedoken. Op het ministerie van Onderwijs zijn sinds 1982 7 verschillende mensen aangesteld als minister van onderwijs. Van deze 7 zijn er 5 afkomstig uit de politiek (Bussemaker, Bijsterveldt, van der Hoeven, Hermans en Deetman) en 2 vanuit de wetenschap (Ritzen en Plasterk).  Bij de staatssecretarissen is het sowieso een allegaartje van gedeelde functies en aftredende politici, maar van de 13 die er toch een tijdje hebben gezeten en verantwoordelijk waren voor (voortgezet) onderwijs, treffen we 1 leraar, 1 onderwijskundige, en 11 mensen die ook daarvoor al lang en breed actief waren in de politiek. De leraar en onderwijskundige zaten voor 1990 op hun post. Een conclusie die we hier kunnen trekken is een simpele lijkt me: de afgelopen 30 jaar heeft niemand met een onderwijsachtergrond het ministerie van Onderwijs aangestuurd. Na afloop is ook niemand in het onderwijs blijven plakken, dat terzijde. Om dit geheel even in een kader te plaatsen: het ministerie van justitie heeft vanaf 1970 een jurist aan het roer staan. Idem voor het ministerie van Financiën, maar dan met een econoom.

Nu kun je natuurlijk de vraag stellen of het erg is dat een minister niet uit zijn eigen ministerie komt. Ze moeten misschien wel vooral besturen en verbinden, en niet met eigen plannen komen, immers? Wat dat betreft, helemaal eens. Maar helaas is een ministersbaan, of erger, een staatssecretarisbaan vooral een springplank naar andere bestuursfuncties. Waar je als minister van Financiën alle lof krijgt als je goed op het geld hebt gepast, is dat voor een onderwijs-bewindslid toch anders. Het is voor onderwijsministers niet meer genoeg om te kunnen zeggen “ons onderwijssysteem deugt nog steeds”.  De laatste jaren heeft een permanente vernieuwingsdrang zich gevestigd in het ministerie van Onderwijs. Ieder bewindslid gedraagt zich als een territoriaal hondje dat ergens tegenaan moet pissen om duidelijk te maken dat hij daar is geweest.

53020572_9bd52c59ef_o

Territoriaal hondje ter illustratie.  (bron)

De innovatie in onderwijsland is tweezijdig. Aan de ene kant van onderuit. Zo wordt bijvoorbeeld bij ons op school (zoals op vele scholen) een programma georganiseerd voor excellerende leerlingen, zo vernieuwen universiteiten hun onderwijsprogramma’s bijna continu en zo zijn er tientallen verschillende typen basisscholen te vinden. Al deze ontwikkelingen komen tot stand doordat er docenten die een idee hebben over hoe iets anders kan, en de ruimte krijgen die ideeën uit te werken. De andere kant van onderwijsvernieuwing is vernieuwing die door bovenaf wordt aangestuurd. Vaak het idee van enkele mensen in Den Haag, dat vervolgens door scholen kan worden uitgevoerd. De tweede fase is zo’n voorbeeld, de rekentoets een ander.

De Haagse ideeën zijn goedbedoeld, maar slecht ontwikkeld en te haastig ingevoerd zonder goed overleg. Laten we de rekentoets maar als voorbeeld gebruiken. Niemand is denk ik tegen betere rekenvaardigheden van scholieren. Rekenlessen op het VO, afgesloten met een toets zou een oplossing kunnen zijn. Ook de Tweede Kamer vond dat een goed plan en stelde vanaf 2010 de rekentoets verplicht. De afgelopen jaren is er een storm van kritiek vanuit het onderwijs gekomen op de rekentoets. Kleine details worden bekritiseerd, zoals de taligheid van de toets, maar ook hele fundamentele zaken, zoals het feit dat leerlingen op de basisschool de laatste jaren juist minder hebben leren rekenen en dat het VO dat nu, buiten het normale curriculum, moet rechttrekken. Want een apart vak “rekenen”, met bijbehorend budget, is (nog) niet ingevoerd. Zelfs Sander Dekker had door dat de huidige rekentoets niet de status heeft die hij zou moeten hebben. De oplossing is dan ook dat de rekentoets nog even niet verplicht wordt gesteld, dat er een overleg komt wat een goed plan van aanpak gaat maken en dat het ministerie met extra geld over de brug komt. Maar Dekker denkt er anders over: de oplossing is dat de norm versoepeld wordt. Een 4,5 is tegenwoordig ook een voldoende. De eerste keer dat ik het nieuwsbericht las dacht ik dat ik een berichtje van de satirische website De Speld aan het lezen was.

Nu worden gelukkig de bewindslieden nog gecontroleerd door de Kamer. Helaas is dat dezelfde Tweede Kamer waar de VVD “ja” stemt om het gezichtsverlies van deze incapabele staatssecretaris te beperken, en de PvdA “ja” heeft gestemd om de vrede binnen het kabinet te bewaren. Lees het volgende artikel maar eens even. En dan met name het stuk waar geschreven staat dat schoolbesturen, leraren, leerlingen en alle bonden kritiek uitten, maar dat de PvdA fractie er toch anders over denkt.

Ik wil dit blog toch hoopvol afsluiten. Er gebeuren zoveel mooie dingen in het onderwijs. Waar jonge en oude mensen samenkomen om met en van elkaar te leren, dat zijn de plekken waar innovatie plaatsvindt. Geef leraren de kans om met elkaar het onderwijs beter te maken, en faciliteer dat. Ik ben voor de depolitisering van het Ministerie van Onderwijs. Maak maar een econoom Minister van Onderwijs, om ervoor te zorgen dat het geld een beetje eerlijk wordt verdeeld. Maar hou op met de gedwongen vernieuwingen van bovenaf. Ze werken niet en het levert uiteindelijk alleen maar gezichtverlies op voor iedereen die er mee te maken heeft. De leraar moet niet langer het pispaaltje van iedere territoriale staatssecretaris zijn. En hoe moet het dan met Dekker? Die krijgt van mij een 4,5 voor zijn handelen. In zijn wereld is dat een voldoende. De rest van de wereld weet beter.

Advertenties

Over Steven Geurts

Leraar en bioloog. Blogt over onderwijs, politiek en natuur op https://stevengeurts.wordpress.com/. Is in zijn vrije tijd met verrekijker op pad. Blogt over vogels kijken op https://stevenkijktvogels.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Onderwijs, Politiek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Het probleem van het Ministerie van Onderwijs

  1. Marius van Zundert zegt:

    Wat mij vooral opvalt in het onderwijs (heb er zelf ook bijna 8 jaar in gezeten) is dat er weinig tot geen aandacht is voor wat er “echt” nodig is om kinderen / jong volwassenen voor te bereiden op de arbeidsmarkt, zoals ik laatst zag op de TV doet bijv. http://www.stevejobsschool.nl/ een erg grote stap in de naar mijn mening juiste richting. School zou een voorbereiding moeten zijn op je toekomstige (arbeids) leven en niet een check of je in staat bent kennis die we (soms letterlijk al jaren) door machines laten overnemen (Kassa, computer ivm rekenen) oo te slaan en terug te melden.

    Neemt niet weg dat een basis begrip noodzakelijk zou moeten zijn natuurlijk maar ik vind zelf dat het vele malen zwaarder zou moeten wegen “hoe” de soms gemaakt is dan of het antwoord daadwerkelijk klopt. om in de rekensfeer te bllijven. Leer kinderen met gebruik van logica een probleem te doorgronden ipv antwoorden in het hoofd op te slaan.

    Die discussie vind ik namelijk vele malen interessanter om te voeren dan de discussie of een toets wel of niet verplicht dient te zijn, Daar komt ook nog bij dat, met alle respect voor de leraar in zijn rol, deze persoon vaak zelf ook geen enkel benul heeft wat er nu werkelijk gevraagd word vanuit het bedrijfsleven (immers lopen ze vaak al 10+ jaar in onderwijsland rond) dus dit lijkt me ook niet de uitgewezen persoon om onderwijs vorm te gaan geven. Ik zou veel liever meer input en betrokkenheid vanuit de bedrijfswereld zien.

    • Hoi Marius, dan voor je reactie. Ik ben het met je eens wat betreft het aanleren van vaardigheden en logica.

      Dan wijs je twee interessante punten aan:
      – School moet leerlingen voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst
      – Mensen uit bedrijfsleven weten beter dan docenten wat er nodig is.

      Om met dat eerste te beginnen:
      Het is een illusie om te denken dat wij weten wat de “vaardigheden van morgen” zijn. Dekker noemde laatst drie mogelijke schoolvakken: programmeren, Chinees en ondernemen. Allemaal ongetwijfeld heel nuttig in de maatschappij van nu. (mits je het bedrijfsleven leuk vind, maar dat terzijde). (basisschool)leerlingen van nu beginnen met werken in 2027. Ik denk dat wij geen flauw idee hebben hoe die maatschappij eruit ziet. Denk even terug, toen ik op de middelbare school zat kregen we net internet thuis. Je moet kinderen volgens mij dan ook niet leren wat ze morgen moeten kunnen, maar je moet ze leren hoe ze zichzelf nieuwe vaardigheden kunnen aanleren.

      Dan komen we eigenlijk automatisch bij het tweede: waar het bedrijfsleven wellicht goed weet wat voor vaardigheden er vooral nodig zijn, weten ze nog niets over hoe onderwijs of kinderen werken. De laatste jaren komt die band al steeds meer. Wij hebben op Gymnasium Bernrode een ondernemersprogramma waarbij leerlingen onder begeleiding van lokale ondernemers een idee in de markt gaan zetten. Een link tussen onderwijs en bedrijfsleven is heel goed, bijzonder inspirerend, maar het bedrijfsleven moet niet leidend zijn.

      Het gaat niet over wat we denken dat kinderen nodig hebben in samenleving van de toekomst, het gaat over wat de samenleving van toekomst is.

  2. Pingback: Minister, vertrouw uw onderwijzers! | Natuurlijk

  3. Pingback: Onderwijsbelangen | Natuurlijk

  4. Pingback: Onderwijsoplossingen | Natuurlijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s