Minister, vertrouw uw onderwijzers!

Onderwijs 2032 is een goedbedoeld maar stompzinnig idee dat het onderwijs niet vooruit helpt. Zo. Het gaat om het zoveelste project wat van bovenaf op het onderwijs neerdaalt, en is daarmee ook gedoemd om te mislukken. Onderwijs 2032 is een plannetje van Sander Dekker dat ervan uitgaat dat het onderwijs van vandaag nu al tekortschiet. Het briljante idee van de visionaire staatssecretaris is om het onderwijs vorm te geven vanuit een toekomstbeeld, namelijk 2032. Aan welke vaardigheden hebben de burgers over 16 jaar behoefte? En om volledig in de geest van de huidige politiek te blijven, besloot Dekker het aan alle Nederlanders te vragen. Het Oekraïnereferendum bewijst al waarom dat een slecht idee, maar ik zal toch nog even een samenvatting geven van de reacties zodat je het zelf kunt zien. Apple verkoopt iPads en vind tablets in de klas – digitalisering – dus een speerpunt. Grote multinationals zoeken mensen die Chinees spreken, en dus moet er Chinees gegeven worden. De VVD zoekt stemvee en wil dat “ondernemen” een verplicht vak wordt en boekhandelaren willen een grote literatuurlijst. En nu geloof ik best dat een internationaal werkende zakenman denkt dat Chinees spreken een zinvolle vaardigheid is, en ik geloof zelfs dat boekhandelaren niet alleen uit eigenbelang het leesonderwijs vooruit willen helpen, maar laten we eerlijk zijn: echt heel zinvol was deze “nationale brainstorm” niet. Een samenhangend curriculum, of ook maar de contouren daarvan kon je er nauwelijks tussen vinden. Paul Schnabel werd gevraagd om al deze zaken te bundelen en kwam met de conclusie dat onze toekomstige leerlingen vooral “waardig, vaardig en aardig” moesten wezen. Tja. Eén grote nietszeggendheid, waarmee nu ontwerpteams aan de slag gaan om curricula mee te schrijven. Ik wens ze, oprecht, veel succes.

onsonderwijs2032-e1432120222184

Verreweg de meeste docenten zegt Onderwijs 2032 helemaal niets – hen is immers nooit iets gevraagd over hoe zij er tegenaan kijken. En van de leraren die het wel wat zegt halen de meeste mensen hun schouders op. Ze wachten wel tot het weer over waait. En om eerlijk te zijn, afgezien van deze blogpost dan, hoor ik daar ook bij. Het zoveelste gekke paradepaardje uit het Ministerie van Onderwijs bedacht door beroepspolitici die nog geen plan, akkoord of brug naar zich vernoemd hadden. Je ertegen verzetten voelt dan ook een beetje als Don Quichot, vechtend tegen windmolens die toch niet stoppen met draaien. Voor het handjevol docenten dat zich week in, week uit hard maakt vóór het onderwijs en tegen dit soort continue vernieuwingsdrang van leer trekt maak ik een diepe buiging. Zij worden vaak afgedaan als zuurpruimen, niet constructief en halsstarrig, maar brengen zonder poespas een geluid wat gehoord moet worden. Dat dit niet altijd zonder consequenties blijft bewijst helaas de enige vakbond die continu op de barricades klimt: Leraren in Actie wordt niet eens uitgenodigd aan de cao-tafel.

Eigenlijk, is er een heleboel goed in het onderwijs. Bijna iedereen die in het onderwijs werkt is hartstikke goed in wat hij of zij doet. Er wordt onderwijs gemaakt, samenwerkingen gezocht, vernieuwd en kritisch gekeken naar of het ook echt allemaal zin heeft wat we doen. En dat we dat allemaal voor elkaar krijgen terwijl we 30 lesuren in de week draaien, meer dan 30 leerlingen per klas hebben en we ook nog de zorgleerlingen die eerder hun weg vonden in het speciaal onderwijs moeten opvangen, geeft aan tot wat het onderwijsveld allemaal in staat is. In het onderwijs werken echte onderwijsdieren. Onderwijsdieren die het bijltje er pas bij neergooien als de laatste leerling met een diploma van school is gegaan. Laat ik een vergelijking maken met het bedrijfsleven: stel, je bent CEO van een bedrijf, met een mooie R&D afdeling. Je hebt er al jaren in gesneden, maar ondanks dat blijven ze toch met een heleboel mooie producten komen, wel een paar minder dan voorheen, en het ziekteverzuim is behoorlijk gestegen, maar toch. Als je weer meer winst maakt, is het dan de moeite waard om juist in déze afdeling te investeren? Of ga je ze juist micromanagen? Op dit moment doet het ministerie het laatste. Ze lijken collectief de oproep van de commissie Dijsselbloem om het onderwijs nu vooral met rust te laten vergeten.

Geef het onderwijs de ruimte. Geef ons tijd om goed onderwijs te maken. Geef ons geld om méér collega’s aan te stellen en om opleidingen te volgen. Geef leraren een salaris was past bij hun vooropleidingen en het maatschappelijk belang van het onderwijs. Secundaire problemen als een statusprobleem en een lerarentekort lossen daarmee vanzelf op.

Waar ze in de innovatieve techsector juist werken met totale vrijheid wordt het onderwijs steeds meer dichtgetimmerd. Bedrijven als Google en Apple begrijpen wanneer de productie van hun werknemers het hoogste en het beste is en durven hun personeel los te laten. De minister komt ondertussen met het verschuiven van taakuren en het afpakken van vakantieweken. Een deel van het probleem zit hem in de communicatiestructuur in het onderwijs en de organisatie van het systeem. Dat de schoolleiding ten dienste staat van het onderwijsgevend personeel zit er gelukkig bij sommige schoolleiders wel in. De besturen zouden de schoolleiders moeten faciliteren, en de VO-raad op zijn beurt hen. De minister hoeft alleen maar van de VO-raad te horen wat het onderwijs nodig heeft. Het systeem lijkt echter totaal omgekeerd te functioneren. De minister bedenkt af en toe wat er allemaal schort aan het onderwijs en legt het probleem vervolgens bij de besturen neer, waarna de leraren het op hun bord krijgen. De VO-raad bevindt zich er als incapabele middenmanager tussenin.

Waar het onderwijs behoefte aan heeft is geen nationale brainstorm of de zoveelste curriculumwijziging. Er is één verandering die het onderwijs kan gebruiken, en dat is een verandering van het systeem. Jelmer Evers en Rene Kneyber schreven er al ongeveer twee boeken over: flip the system! Docenten aan de macht, in plaats van de minister. De leraren maken het onderwijs, de minister faciliteert, niet andersom. Ik denk dat een goede eerste stap al is om de communicatie vlot te trekken en er een paar bestuurslagen tussenuit te halen. Wat zou het opleveren als de minister zelf om tafel zou gaan met leraren en hun vakbonden, in plaats van met de VO-raad? Misschien dat ze dán het belang van haar onderwijsdieren voorop stelt: zij zijn de mensen voor en achter in de klas staan. Dag in, dag uit. Láát hen dat vooral doen. Maak in de politiek afspraken over wát we onze kinderen willen leren en hoeveel geld dat mag kosten, maar laat de rest aan het onderwijs over. Laat leraren voor de klas staan, en laat ze het onderwijs maken, daar zijn ze goed in.

Minister, vertrouw je onderwijzers!

Advertenties

Over Steven Geurts

Leraar en bioloog. Blogt over onderwijs, politiek en natuur op https://stevengeurts.wordpress.com/. Is in zijn vrije tijd met verrekijker op pad. Blogt over vogels kijken op https://stevenkijktvogels.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Onderwijs, Politiek en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Minister, vertrouw uw onderwijzers!

  1. Pingback: Onderwijsbelangen | Natuurlijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s