Partijprogramma´s beoordeeld

De PvdA en de VVD draaien al enkele jaren aan de knoppen op het belangrijkste ministerie van Nederland. D66 en GroenLinks claimen ondertussen dé onderwijspartij(en?) te zijn. SP, CDA en PVV hebben gepassioneerde onderwijswoordvoerders. Ook partijen als ChristenUnie en SGP zijn behoorlijk actief op dit terrein en laten zich niet alleen horen als het op bijzonder onderwijs aankomt. Vandaag echter geen reflectie op het huidige beleid, maar een blik vooruit. Het is weer verkiezingstijd! Ik neem alle programma’s door, zodat u dat niet meer hoeft te doen. Ik zoek naar samenhang in het onderwijsbeleid en naar aanpak van de grootste problemen in het onderwijs van dit moment: de toenemende kansenongelijkheid en het lerarentekort.

 

Basis RGB

De grootste machtspartij is nummer twee in de peilingen op dit moment en is al jaren vaste leverancier van staatssecretarissen waarvan lerarenbloed spontaan begint te koken. De VVD begint met een alinea over veranderende samenlevingen en onderwijs dat mee moet ontwikkelen.

Het fijne van de VVD vind ik altijd dat ze heel voorspelbaar zijn. Keuzevrijheid en marktwerking staan voorop, ook in het onderwijs. Ondertussen wil de VVD wel vrij veel gedetailleerd inkleuren. Het leidt helaas tot een onderwijsparagraaf die ietwat schizofreen te noemen valt. Scholen krijgen bijvoorbeeld meer vrijheid om het curriculum in te vullen, maar moeten wel plek maken voor digitale vaardigheden, rekentoets, de “basisvakken”, Nederlandse waarden, seksualiteit & diversiteit, ondernemen en “samenwerken”.

De VVD zet op veel punten het huidige kabinetsbeleid gewoon door. Passend onderwijs blijft, het lerarenregister komt er. Het lerarentekort gaat de VVD tegen met “betere beloningen voor betere docenten” en met de mogelijkheid tot specialiseren. Volgens de VVD maken onderscheidende carrièrepaden het vak aantrekkelijker. Verder worden de lerarenopleidingen vernieuwd en de toegang tot de Pabo strenger. Ook gaat de VVD regelen dat scholen ook wat te zeggen hebben over het eindcijfer van een LIO-stagiair. Tja, dat was al even zo.

Basisscholen moeten gaan samenwerken met voorschoolse opvang én moeten flexibeler worden qua openingstijden en vakanties en de leerplicht moet omlaag. We zullen die grote basisscholen nog terugzien in veel andere verkiezingsprogramma’s.

Ook over onderwijsvrijheid schrijft de VVD het een en ander. Openbare scholen moeten levensbeschouwing-neutraal worden en het wordt makkelijker om nieuwe scholen te starten. Aan het hete hangijzer acceptieplicht (“eigenlijk zijn we voor, maar dat kan nu even niet vanwege CU en SGP in de Eerste Kamer”) wagen ze zich in het verkiezingsprogramma niet.

De VVD heeft natuurlijk een grote liefde voor het bedrijfsleven en dat blijkt ook uit hun onderwijsparagraaf. Vmbo’s en Mbo’s moeten meer met het bedrijfsleven gaan samenwerken en in de zogeheten praktijkopleidingen moet het bedrijfsleven zelfs het curriculum komen samenstellen. Om het stagetekort op te vangen bij de BBL richtingen heeft de VVD ook nog wel een plan: BBL-studenten ontvangen voortaan geen loon meer, maar een “passende vergoeding”, zodat bedrijven meer stageplaatsen kunnen bieden.

Studenten mogen álles kiezen wat ze willen studeren. HBO/WO-opleidingen moeten zelfs een studiebijsluiter gaan publiceren met een eerlijke baankans daarin vermeld. Aan de hand van die baankans wordt dan wel weer een numerus fixus bepaald waarna instellingen hun studenten vervolgens zelf mogen selecteren. Dat is dan weer jammer voor havisten, want die mochten van de VVD, mits ze bijvoorbeeld de bètavakken op vwo-niveau doen, net naar de TU.

Een opvallende vond ik ook nog de rijksvergoeding voor studenten: een bedrag per student dat vanuit het ministerie naar de HO-instelling gaat om onderwijs mogelijk te maken: die mag naast de huidige openbare instellingen binnenkort ook worden overgemaakt naar private onderwijsinstellingen, als het aan de VVD ligt. De Autoriteit Consument en Markt gaat toezicht houden. Dat hopen we dan maar.

Al met al weinig verrassingen van de huidige grootste partij. Ze houden echt heel erg van marktwerking. Ik weet niet of dat allemaal zo goed is voor het onderwijs en gezien de hoeveelheid eisen die de VVD gaat stellen aan scholen en andere onderwijsinstellingen, denk ik dat ze daar zelf ook wel een beetje aan twijfelen. Ik mis in ieder geval een duidelijke richting in het VVD-programma, en een aanpak voor de toenemende kansenongelijkheid en het lerarentekort ontbreekt ook. Een 5.

 

partij-van-de-arbeid-kleur-roos

De PvdA schreef voor het verkiezingsprogramma een onderwijsessay met superschool-rector Eric van ’t Zelfde. We vinden hem ook terug op de kandidatenlijst. Waar het de VVD ontbrak aan nieuwe ideeën loopt de PvdA ervan over. ‘Superschool’ is hier het terugkerende thema: van 0 tot 12 jaar moeten kinderen van 8:00 tot 18:00 op school kunnen zijn en naadloos aaneengesloten onderwijs kunnen volgen. Na de basisschoolperiode stromen kinderen drie brede brugklassen in als het aan de PvdA ligt. Volgens de PvdA is het op dit moment ondanks basisschooladviezen en citotoetsen niet goed te voorspellen bij welk vervolgonderwijs het kind het beste past. Kinderen worden dus voortaan ingedeeld in lagere vmbo, hogere vmbo-havo en havo-vwo-gymnasium brugklassen. In een eerder stadium las ik iets over categorale gymnasia die zouden worden uitgezonderd, maar in het verkiezingsprogramma zie ik daar niets van terug. Het verkiezingsprogramma is sowieso weinig gedetailleerd als het op onderwijs aankomt. Een veel breder beeld geeft het eerder geschreven essay, maar omdat Diederik Samsom daar de schrijver van was ben ik benieuwd naar de status van dat document. Ik stelde die vraag aan medeauteur en lijstduwer Eric van ’t Zelde, maar die kon hem helaas ook niet beantwoorden.

Al die uren onderwijs gaat een boel kosten, want als het aan de PvdA ligt worden leraren niet alleen beter geschoold, maar ook beter betaald en gaat de lestaak stapsgewijs terug naar 20 uur. Van ’t Zelfde maakt zich al jaren hard voor betere arbeidsvoorwaarden in het onderwijs en ik ben blij dat die ambities nog niet gesneuveld zijn. Ze lijken op dit moment essentiëler dan ooit. Hoe dan ook, de plannen van de PvdA gaan miljarden kosten en dat durven ze zelf ook te benoemen. Ik vraag me af welke coalitiepartijen daarin mee willen gaan. Maar met de huidige peilingen denk ik dat dát een van de laatste zorgen van de partij is. Ik zie in elk geval een consistent onderwijsplan, met aandacht voor de grootste problemen van nu. Of deze oplossingen ook de juiste zijn is nog te bezien en de betaalbaarheid is ook nog wel een dingetje, maar al met al geen onaardig programma. Een 6,5.

 

logo_pvv

Helaas behelst het verkiezingsprogramma van de PVV één A4tje. Met vorige verkiezingsprogramma´s zou ik nog een stukje kunnen schrijven over verplicht wapperende Nederlandse vlaggen op scholen en dergelijke, maar voor de komende kabinetsperiode wil de PVV niets kwijt over hun onderwijsplannen. Nou ja, één ding dan: islamitische scholen moeten dicht. En oud-leraar Beertema is weer verkiesbaar.

Als Geert als leerling bij mij zo’n werkstuk zou inleveren dan zou ik hem bij me roepen, en eens vragen hoe het met hem gaat. Is er misschien iets wat hem dwars heeft gezeten? En om mij mag Geert het dan best opnieuw proberen. Maar ja, Geert is een geen leerling meer, maar een volwassen vent en nog een politicus ook. We verwachten plannen en een toekomstvisie. Die heeft Wilders blijkbaar niet. Een 2.

 

cda-logo

Het CDA-programma bevat de prachtige zin: “Te vaak wordt in het onderwijs het hele stelsel op zijn kop gezet om de kwaliteit te verbeteren. Daar geloven wij niet in.” We vinden vervolgens een pleidooi voor soepelere basisscholen en kinderopvang. Samen met de “voorschool” voor kinderen vanaf 0 jaar. Ook dezelfde brede brugklassen van de PvdA vinden we ook terug in het CDA-programma. De (v)mbo-paragraaf in het CDA-programma bevat dezelfde punten als de VVD: kleinschalige, regionale mbo’s, betrokken bedrijven en vmbo-mbo moeten voortaan samen vormgeven worden. Het checklijstje “scholen moeten… ” kunnen we afmaken met het toevoegen van burgerschap, geschiedenis, filosofie, identiteit en maatschappelijke betrokkenheid aan het curriculum. Maar goed, dat zullen allemaal geen stelselwijzigingen zijn, want daar gelooft het CDA niet in.

Onderwijskwaliteit gaat het CDA verbeteren door meer academisch opgeleide leraren aan te nemen. Dat lijkt me zinvol. Hoe ze die gaan vinden is me nog enigszins onduidelijk, de enige maatregel die me echt zoden aan de dijk lijkt te zetten is de genoemde betere beloning voor leraren. Maar die moeten wel “permanent investeren in hun eigen ontwikkeling”. Ik ben er nog niet echt over uit wat die leraren dan ook echt dóen, maar dat geheel terzijde. Michel Rog, onderwijswoordvoorder, verwees naar de komende doorrekeningen. Tot die tijd doen we het met “aandacht, vrijheid én waardering voor de leraar”. Jippie.

Wat het hoger onderwijs betreft is het CDA voorstander van het herinvoeren van de basisbeurs. Het geld van die verdwenen studiebeurzen was echter als “kwaliteitsinvestering” in de hbo’s en universiteiten gepompt en daar wil het CDA het ook laten. Netto gaat het CDA dus investeren. Uit de daaropvolgende zin van het programma blijkt wel dat de Ov-studentenkaart gaat verdwijnen. Studenten hebben straks dus een basisbeurs om hun treinkaartjes van te betalen. Ach ja, het is weer eens wat nieuws. Uniek CDA-puntje: de leerplicht moet omhoog naar 21, tenzij die jongere al zijn eigen brood verdient. Waarvan akte.

Het CDA zou hun C onwaardig zijn als de vrijheid van (Christelijk) onderwijs niet in stand wilden houden. Ze maken wel een kleine kanttekening: het mag geen vrijbrief worden om “antidemocratische ideeën” te verspreiden óf slecht onderwijs te geven. De communisten en anarchisten kunnen hun borst dus nat gaan maken.

Al met al is het CDA er in geslaagd een onderwijsparagraaf te schrijven die wat mij betreft kan rekenen op een krappe voldoende. Een groot gemis vind ik een plan om de groeiende kansenongelijkheid aan te pakken. Ook zie ik het lerarentekort onder een CDA-minister of staatssecretaris niet kleiner worden. Een 6.

 

sp-logo

De tekstschrijvers van de SP winnen de prijs voor verkiezingsprogramma-tekstschrijvers met hun titel voor hun onderwijshoofdstuk: De Kleine Klassenstrijd. Briljant. We gaan verder naar de inhoud: bij de SP weet je wat je krijgt en ze stellen niet teleur. Onderwijssalarissen worden voortaan landelijk uitbetaald met een landelijke cao, studenten krijgen weer een studiebeurs en de ouderbijdrage wordt begrensd. Het verkiezingsprogramma van de SP is naar goed socialistisch gebruik geschreven als een manifest en leest ook zo. Helaas heeft het ook die lengte. De SP heeft nu met Jasper van Dijk een top-woordvoerder in huis (hij is het op één na meest actieve kamerlid), maar zijn plek is ongeveer gelijk met het aantal zetels in de huidige peilingen (14). Als de verkiezingsuitslag tegenvalt dan is het de vraag welk onderwijsbeleid er overblijft. Op basis van dit bondige programma kan de SP nog alle kanten op.

In het verkiezingsprogramma mis ik een aanpak voor de ongelijkheid en heb zo mijn vraagtekens bij de werving van extra docenten. Misschien dat kleinere klassen genoeg is, maar om bijvoorbeeld de tekortvakken te kunnen vullen zal er echt een betere beloning nodig zijn. We zullen zien. Tot die tijd, een 6.

 

Basis CMYK

Ook bij D66 treffen we een oud-docent als onderwijswoordvoerder, namelijk Paul van Meenen. Ik polste hem alvast voor een ministerspost. (Spoiler alert: Hij zei “ja”) D66 profileert zich al jaren als dé onderwijspartij, al is mij altijd een beetje onduidelijk gebleven waarom precies. Met twee staatssecretariaten OCW sinds hun oprichting is van een lange OCW-bestuurderstraditie in ieder geval geen sprake.

Op een gelikte website begint het verkiezingsprogramma al meteen met het woord “Onderwijs”. Het belooft veel goeds. Het D66-programma is een hippe doorklik-site gestoken en na 2 clicks op “onderwijs” komen we bij actiepunt 1 aan: basisscholen gaan samen met kinderopvang en naschoolse opvang samen tot plekken waar kinderen van 7:00 tot 19:00 kunnen zijn. Die hadden we al een paar keer eerder gezien. Ook de brede brugklassen vinden we terug. Bij D66 duren die zelfs langer dan een gemiddeld kabinet Balkenende: tot wel drie jaar.

D66 maakte zich de afgelopen kabinetsperiode regelmatig hard voor lerarenbelangen. De 20-uren motie werd eindelijk aangenomen door de Kamer, waarmee de lestaak omlaag zou moeten worden gebracht. We vinden hem ook weer terug in het verkiezingsprogramma, samen met een maximale klasgrootte van ca 23 leerlingen. De “moetjes” vallen deze keer mee: leraren ‘moeten’ alleen maar meer en vaker bijscholen en onderlinge gesprekken houden. Helaas weinig beloftes over salaris, en ik maak me dan ook zorgen of we met alleen “meer tijd, meer ruimte en meer vertrouwen” de broodnodige bètadocenten uit het bedrijfsleven kunnen aantrekken.

Want er is een hoop werk voor die bèta’s: als het aan D66 ligt gaan scholieren vanaf de basisschool al programmeren. D66 stelt ook dat leraren een grotere invloed op het curriculum moeten krijgen. Desalniettemin doen ze zelf alvast een gedetailleerde suggestie, want ook in het D66-programma vinden we het hele lijstje van samenwerking, burgerschap, digitale zelfredzaamheid, culturele en seksuele vorming weer terug. Dat loslaten blijft toch lastig voor die politici in Den Haag.

Over doorstromen en stapelen had ik nog niet zoveel geschreven. D66 wil dat allemaal makkelijker maken. De andere partijen schreven iets soortgelijks ook al in hun programma’s, maar aangezien D66 er zelfs een apart kopje van maakt noem ik het even hier. Ik noteer hem vast in het rijtje hamerstukken, vlak achter de brede brugklassen en 24/7-basisscholen. “De kamer verzoekt de minister om stapelen makkelijker maken en gaat over de tot de orde van dag”. Ik ben benieuwd naar hoe en wat, want volgens mij is dat probleem complexer dan het in eerste instantie lijkt.

De rekentoets verdwijnt, vmbo en mbo gaat beter op elkaar aansluiten en verder vinden we vooral een hele hoop dooddoeners en open deuren in het D66 programma. Talenten moeten we koesteren, passend onderwijs moet écht passend worden, schooluitval moeten we tegengaan en digitaal onderwijs is helemaal van deze tijd.

Echt interessant werd het programma pas weer bij de paragraaf over onderwijsvrijheid. D66 durft zich als eerste partij echt uit te spreken voor een acceptatieplicht. Dat er anno 2017 nog steeds kinderen worden geweigerd op staatsgefinancierde scholen vanwege van hun (ontbrekende) geloofsovertuiging vind ik persoonlijk onbegrijpelijk. Ik ben blij dat D66 zich er mee bezig gaat houden. Verder wil D66 het “politieke debat aangaan” over het gehele Artikel 23. Daar is het laatste woord nog lang niet over gezegd en D66 schrijft een gedetailleerd standpunt ook nog niet op, maar het lijkt me een belangrijke discussie die nu gevoerd moet worden. Als educatie-politicofiel kijk ik er in elk geval naar uit.

D66 is traditioneel populair onder studenten en ook dit verkiezingsseizoen blijkt weer waarom: Voorzichtigheid met selectie aan de poort; flexibel en collegegeldvrij studeren en een betaalbare tweede studie zijn de cadeautjes die D66 aan studenten belooft. Over het immens impopulaire leenstelsel, o.a. dankzij D66 ingevoerd, zeggen ze wijselijk niets.

Al met al, het D66 onderwijsprogramma lijkt op het resultaat van een paar brainstormsessies onder gelijkgestemden zonder al te woeste plannen. Een plan tegen tweedeling in het onderwijs mis ik, zeker met het in stand houden van het studieschuldenstelsel. Jammer. Verder is het een redelijk samenhangend verhaal, met zelfs een voorzichtig plan om het lerarentekort te tackelen. Een 6,5.

 

kleurconversie

GroenLinks is de partij van Jesse Klaver. Oud-vmbo’er, oud-student, oud-studentenvakbondsleider, oud-onderwijswoordvoerder en verder ongeveer net zo oud als ik. In de eerste zin van de onderwijsparagraaf vinden we meteen het woord economisme terug. Dat is een Klaverisme voor “economische kortetermijnbelangen”. Daar heeft het onderwijs volgens GroenLinks te veel last van.

Een tegenplan is er ook: brede brugklassen (daar zijn ze weer), een kinderopvang-basisschool-buitenschoolse-opvang (kennen we ook ergens van) en de vmbo-mbo-aansluiting wordt beter (klinkt ook bekend).  De toetscultuur op scholen gaat verdwijnen. Scholen worden als het aan GroenLinks ligt niet meer afgerekend op cijfers, maar worden bezocht door een coachende onderwijsinspectie.

Wat de brede brugklassen betreft, houdt GroenLinks nog een kleine slag op de arm: die is alleen verplicht voor scholen met een divers aanbod. Sterre en Pieter-Jan kunnen met hun 550 cito nog gewoon terecht op het categoraal gymnasium. Al mag je die score niet meer delen, want citoscores worden niet meer openbaar.

Stapelen wordt makkelijker, geïnspireerd op de schoolloopbaan van Klaver zelf. Ook maakt GroenLinks het mogelijk dat vakken op verschillende niveaus gevolgd kunnen worden: elk vak mag hoger, en ééntje een niveautje lager. Ik hoop dat ze bij GroenLinks een slordige anderhalf miljoen uittrekken voor extra roostermakers.

Ook voor leraren heeft GroenLinks een boel in petto: werkdrukverlaging, klassenverkleining, meer salaris, meer ondersteuning en beter carrièremogelijkheden. Hier thuis gaat de vlag alvast uit!

GroenLinks wil gelijke kansen voor kinderen bereiken door scholen te faciliteren om bijlessen te laten aanbieden, zodat de portemonnee van je ouders geen factor is als je de Cito-toets of je centraal schriftelijk moet doen. Door in hun verkiezingsprogramma de bal (en bijbehorend geld) bij scholen neer te leggen ben ik er voorzichtig positief over. Ik ben sowieso blij dat er een partij is die iets wil gaan doen aan het zogeheten “schaduwonderwijs”.

De punten die GroenLinks hier net gescoord heeft raken ze helaas meteen weer kwijt. Het studieschuldenstelsel blijft bestaan. GroenLinks is voor gelijke kansen voor iedereen, maar tot aan je middelbareschooldiploma. Daarna kan je geld lenen, of alsnog rijke ouders zoeken natuurlijk. In een groot visionair verhaal over economisme en kansenongelijkheid zoals Klaver dat ophangt past een studieschuldenstelsel niet.

Dan nog even over Artikel 23, onderwijsvrijheid. Het GroenLinks-congres nam, vrij onverwacht, een motie aan om dat artikel te herzien. In het verkiezingsprogramma zijn ze nog niet enorm gedetailleerd, maar de partij lijkt voorstander van het niet langer financieren van bijzonder onderwijs. Ik vraag me af of het congres zich hier niet een beetje in heeft verslikt en dat inderdaad zo bedoeld is. Zonder breed gevoerde discussie lijkt een fundamentele wijziging mij erg kort door de bocht. Er ligt in ieder geval een leuke taak voor de aankomend onderwijswoordvoerder.

Samenvattend, een duidelijk verhaal met wat mij betreft twee missers bij het leenstelsel en de onderwijsvrijheid. De miljarden zullen niet aan te slepen zijn bij GroenLinks en het wordt een wedstrijdje “wie investeert het meest” met de PvdA als de doorrekeningen komen. Tot die tijd, een 6,5.

 

logo-cu-web-groot-transparant

Het ChristenUnie-programma is kort, bondig en weinig verrassend. Desalniettemin is het een samenhangend verhaal. Netto komt er wat geld bij, leraren hebben een sleutelrol, meer meesters op de pabo en passend onderwijs wordt beter geregeld. De ChristenUnie bedient uiteraard zijn achterban en wil alle scholen “bijzonder” maken, scholen in krimpgemeentes langer openhouden en biedt ruimte voor het stichten van nieuwe scholen.

Ik geloof alleen niet zo in de onderwijsvrijheid van de ChristenUnie. Met name hun standpunt dat “scholen niet van de overheid zijn, maar van de samenleving” is een eersteklas drogreden, en “het verkleinen van overheidsbetrokkenheid” vind ik een gevaarlijk terrein. Ouders zijn goedwillend en hun betrokkenheid is essentieel, maar onderwijs geven en daar toezicht op houden is echt een vak. En juist omdat onderwijs van de samenleving is, vind ik het niet raar dat we het onderwijs met zijn allen, via een democratische overheid, in de gaten houden. Daarnaast, echte vrijheid is natuurlijk dat iedere leerling op élke school terecht kan. Maar dat terzijde.

Verder vinden we weer de betere vmbo-mbo-aansluiting, maar geen brede brugklassen en al helemaal geen integrale kindcentra. Iets met gezinnen, denk ik. Wel weer een basisbeurs voor studenten, samen met de OV kaart én een vrijwillige mogelijkheid om via een maatschappelijke stage een deel van je studieschuld in te lossen, dus een studenten-stemadvies (gedeeld met de PvdD) lijkt vrij eenvoudig hier.

Ik mis helaas een plan om tweedeling aan te pakken en ben bang dat de ChristenUnie dat probleem alleen maar groter maakt. Als het voor ouders, met staatssteun, makkelijker wordt om gesloten scholen op te richten waar buitenstaanders worden geweerd, ben ik bang voor de gevolgen. Ook het lerarentekort blijft waar het is, want met “ruimte” en “ontwikkeling” gaan die nieuwe docenten er niet komen.

Een krappe 6.

 

sgp_logo_2

Het programma de SGP heet “Stem voor het leven”. Als bioloog was ik licht teleurgesteld toen ik het woord ‘biologie’ dan ook niet terug kon vinden. De SGP stelt het Christendom nog veel centraler dan bijvoorbeeld de ChristenUnie dat doet, en omdat geloof en visie op onderwijs bij de SGP moeilijk te scheiden zijn, heeft het geloof ook in de onderwijsparagraaf de hoofdrol.

Ook hier weer maximale vrijheid voor Christelijk onderwijs, aangevuld met een dosis bescherming voor thuisonderwijs. Ik ben daar zeer kritisch op. Onderwijs is té belangrijk om zomaar aan ouders over te laten. Ook vind ik de eenzijdige focus op Christelijk onderwijs jammer, maar begrijpelijk vanuit hun levensbeschouwelijke standpunt en achterban.

Hun overige onderwijsstandpunten zijn vrij solide. Niet iedereen hoeft leren te programmeren, de overheid heeft een hoedende rol bij de doorstroming in het beroepsonderwijs en de aanvullende studiebeurs wordt uitgebreid. Grote vraagtekens zet ik echter bij de standpunten over de devaluering van het CE en het beperken van de toegang tot universitaire masters.

De onderwijsparagraaf van de SGP is, in de goede zin, wat ik verwacht van de SGP. Degelijk, oog voor details en het kwetsbare. Maar ik vrees dat de SGP de grote problemen in het onderwijs links laat liggen en dat er geen wiskundeleraar extra voor de klas komt staan. Samen met het ontmoedigen van doorstuderen blijft er helaas geen voldoende over. Een 5.

 

logo_50plus

Kort en krachtig is de onderwijsparagraaf van 50PLUS. Klassenverkleining, vermindering van het aantal lesuren, geen sociaal leenstelsel, een debat over bijzonder onderwijs, geen passend onderwijs en een betere positie en beloning voor de leraar. En nog een paragraaf over oudereneducatie.

Ik zie een aanpak van het lerarentekort, een weg naar kwalitatief beter onderwijs, maar de onderbouwing is wel erg summier en aan een brede visie ontbreekt in het programma ook. Op zich veelbelovend, maar net te weinig voor een voldoende. Een 5.

 

partij_voor_de_dieren_logo_detail

De Partij voor de Dieren is vaak afwezig op onderwijsgebied. Logisch ook, met maar twee Kamerleden moet je je debatten goed kiezen. Toch publiceren ze een behoorlijke onderwijsparagraaf.

Als het aan de PvdD ligt krijgen leraren, leerlingen en ouders meer autonomie bij het bepalen van prioriteiten. Maar eerst worden duurzaamheid, voedsel, natuur- en mileu, dierenwelzijn, LHBTI-diversiteit, mediawijsheid, schoolzwemmen, sport, filosofie, kunst en drama toegevoegd aan het curriculum. En een schooltuin.

Het F-woord valt in dit programma, (voor het eerst, tot mijn lichte verbazing) als wordt beschreven hoe we qua kwalificaties van leraren toewerken naar het Finse model. Die (hoogopgeleide) leraren krijgen meer geld als de PvdD het voor het zeggen krijgt.

Toegankelijkheid van het Hoger Onderwijs is nogal een thema bij de PvdD, met lager collegegeld, flexstuderen, een basisbeurs en een ov-studentenkaart. De studenten die uit vanuit hun eigen belang willen stemmen doen er goed aan om Partij voor de Dieren te kiezen.

Verder strijdt de Partij voor de Dieren voor meer vrijheid voor scholen door de urennormen af te schaffen en een eindtoets op de basisschool eventueel te laten zitten. Scholen mogen kleiner, net als de klassen, overigens.

Ik mis een aanpak voor de groeiende kansenongelijkheid, maar wellicht dat dat met meer ruimte voor scholen, leraren en studenten vanzelf een kleiner probleem wordt. Ook is het jammer dat de PvdD zich schuldig maakt aan de Dekker-valkuil, waarbij je zegt scholen een boel vrijheid te geven en ondertussen de boel dichttimmert. Hoe betaalbaar de plannen allemaal zijn weet ik niet en een regering met de compromisschuwe Dierenpartij zie ik ook niet snel gebeuren. Desalniettemin, een voldoende lijkt me hier wel op zijn plek: Een 6,5.

 

 

Conclusie

Wat mij betreft zijn er twee grote thema’s voor het onderwijs op dit moment, ik noemde ze in mijn inleiding al: een aanpak voor het lerarentekort en een aanpak voor de groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Over het lerarentekort kan ik kort zijn: maar weinig partijen zien dit echt als een groot probleem. De PvdA en GroenLinks komen met extra geld, het CDA misschien, maar de andere partijen durven er nog niet eens een loze verkiezingsbelofte aan te wagen. Ik zie hier helaas weinig reden tot enthousiasme.

Dan de aanpak van de segregatie in het onderwijs. Het onderwijs moet ieder kind gelijke kansen bieden, ik blogde er eerder over. De meeste partijen lijken te denken dat als kinderen maar in een brede brugklas komen en stapelen “makkelijker” wordt, dat het probleem dan vanzelf oplost. Ik zie kansenongelijkheid als het gevolg van een doorgeschoten toets- en afrekencultuur. Leerlingen uit groep 7 die een commerciële cito-entree-toets-training volgen zijn helaas geen uitzondering. Het basisschooladvies bepaalt veel en wie je ouders precies zijn heeft daar invloed op. Eenmaal op een niveau lager is er geen weg terug: scholen, HBO’s en universiteiten zijn bang voor een afrekening op cijfers door de inspectie of Elsevier en houden opstromende leerlingen te veel tegen. Een brede brugklas waarbij pas na 2 of 3 jaar een definitief pad wordt ingeslagen klinkt dan ook als een eenvoudige oplossing.

Ik denk niet dat het een oplossing is. Niet op korte termijn in elk geval. Ons onderwijsstelsel is er niet klaar voor om zo lang goed te differentiëren binnen één klas. Tot nu toe zitten 12 tot 14-jarigen van verschillende niveaus juist in verschillende klassen, onder andere om differentiatie makkelijk te maken. Het mixen van die klassen vraagt om een hele andere aanpak van ons onderwijs. Bovendien, er zijn veel kinderen die juist ontzettend opbloeien als ze na hun acht jaar basisschool nu onder gelijkgestemden komen. Ik zie ze iedere dag in mijn gymnasium brugklassen. De ideale situatie zou een school zijn waar leerlingen op hun eigen niveau, per vak, in kleine groepjes onderwijs krijgen en makkelijk kunnen switchen van route tot een diploma. Helaas hebben we op dit moment de scholen niet zo ingericht en al helemaal niet zo bekostigd. Dat vraagt tijd, geld en een andere omgang met onderwijs en scholen. Zolang we niet de infrastructuur (denk aan het fuseren van categorale scholen), de bekostiging en de bemanning op orde krijgen gaan brede brugklassen de kansenongelijkheid in het onderwijs niet oplossen.

Die kansenongelijkheid blijft ook bestaan omdat het volgen van commercieel onderwijsaanbod blijkbaar rendabel is. In mijn eigen eindexamentijd, zo’n 12 jaar geleden, deden alleen de hele zwakke leerlingen een examentraining ergens op een universiteit. Nu heeft haast iedere school zo’n training, vaak door een commercieel bureau. Voor honderden euro’s kun je een paar tienden extra op je centraal schriftelijk krijgen. Kunnen leraren hun leerlingen niet meer goed voorbereiden voor hun examen? Schiet ons onderwijs zo tekort? Of speelt de tijdgeest, vol met wantrouwen naar overheden en gezagsdragers, hier parten?

En dan het leenstelsel. Kansen geef je met een studie. Niet met een schuld. Het zelf moeten betalen van een studie schrikt studenten af, en dat blijkt ook uit de cijfers. Er gaan minder jongeren studeren vanwege het leenstelsel en dat zijn juist de kinderen van arme ouders. Politieke partijen die zich druk zeggen te maken over kansenongelijkheid zouden ook het leenstelsel moeten aanpakken. Sterker nog, ze zouden moeten pleiten voor een Scandinavisch bekostigingsmodel, waarbij de volledige studietijd bekostigd wordt.

Een onbestemd gevoel blijft achter na het lezen van alle programma’s. De prioritering van de politiek is de mijne niet. Veel onderwijsideeën zijn prachtig, maar houden op als er niemand voor de klas staat. En als niet ieder kind dezelfde kansen krijgt om een loopbaan te volgen die past bij zijn of haar kwaliteiten zijn alle andere zaken maar bijzaak. We hebben daar de politiek nodig om verandering teweeg te brengen. Met het onderwijs vormen we onze eigen toekomst en dáár moet politiek volgens mij juist over gaan. Politici van nu hebben de kans om de maatschappij van de toekomst vorm te geven.

Ik hoop dat ik het mis heb en we over vier jaar kunnen terugkijken op een periode waar ons onderwijs gebloeid heeft, waar kansenongelijkheid kleiner is geworden en waar het onderwijs weer een prachtige carrièrekeuze is. Een periode waarin leerlingen, leraren en scholen van elkaar leren en samen beter geworden zijn. Zodat de maatschappij ooit een beetje mooier wordt. Ik hoop het van harte.

Lees hier de volledige programma’s:

VVD, PvdA, PVV, CDA, SP, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, 50PLUS en PvdD.

Advertenties

Over Steven Geurts

Leraar en bioloog. Blogt over onderwijs, politiek en natuur op https://stevengeurts.wordpress.com/. Is in zijn vrije tijd met verrekijker op pad. Blogt over vogels kijken op https://stevenkijktvogels.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Onderwijs, Politiek. Bookmark de permalink .

10 reacties op Partijprogramma´s beoordeeld

  1. rody zegt:

    Wie ga jij stemmen als leerkracht?

    • Ik stem niet als leerkracht maar kijk naar het totale programma, er zijn meer thema´s die ik belangrijk vind. Daarnaast, hier een voorkeur uitspreken voor een politieke partij vind ik niet passend, ik heb dit blog zo objectief mogelijk proberen te schrijven, puur vanuit mijn ervaringen in het onderwijs.

  2. Louk Bus zegt:

    Bedankt voor dit mooie stuk.

  3. Monique zegt:

    Wat een goed overzicht! Dank je wel!

  4. Ronald van Engelen zegt:

    Goed artikel, waarvoor dank. Zie je nog mogelijkheid om ook de doorberekeningen op te nemen in je stuk?

  5. Pingback: ICT in de verkiezingsprogramma’s langs de meetlat. – KomenskyPost

  6. Jitse Goutbeek zegt:

    Bij zowel D66 als GroenLinks claim je dat ze inconsequent zijn met het leenstelsel. Het leenstelsel zou er volgens jou voor zorgen dat er geen gelijke kansen zijn of het moeilijker is om te studeren. Ikzelf ben een groot voorstander van het sociaal leenstelsel en vind deze kritiek niet gegrond. Met het sociaal leenstelsel kan je nog steeds best een redelijke toeslag krijgen als je ouders weinig geld hebben en je kan een stuk meer lenen dan de basisbeurs was. Met de basisbeurs (zoals die de laatste jaren was) was het volgens mij veel makkelijker om in een situatie terecht te komen waar je echt genoodzaakt was om te werken ipv je op je studie te focussen, nu is dat in principe nooit nodig. Wat je er voor moet inleveren is dat je later net iets extras terug moet betalen als je werkt, maar alleen als je salaris dat toestaat. Wat leningen eng maakt is over het algemeen de rente, maar die is bij deze lening (bijna) niet aanwezig. Het uiteindelijke effect is dus dat je netto salaris iets naar beneden gaat als je uiteindeijk een baan hebt, maar als het goed is verdien je ook iets meer omdat je gestudeerd hebt (in het onderwijs merk je dat al, een bassischooldocent verdient significant minder dan iemand die op de universiteit les geeft, logisch want de laatste heeft langer moeten studeren).

    Ik hoor het zelf om me heen ook veel, dat mensen zich in de schulden werken om te kunnen studeren of het onverstandig zou zijn om te lenen. Gelukkig hoor ik dat onder mijn mede-studenten steeds minder, ik maak zelf gebruik van het leenstelsel en heb een aanvullende beurs en als ik later iedere maand een klein percentage van mijn inkomen terugbetaal ben ik vooral dankbaar voor wat ik daar nu mee heb kunnen doen.

    • Naast je basisbeurs lenen bij DUO (of toen, de IB-groep) kon altijd al. Daar is niets nieuws aan. Het enige nieuwe is dat uitwonende studenten er 275€ per maand op achteruit zijn gegaan doordat ze de basisbeurs zijn kwijtgeraakt.

      En dat percentage van je inkomen, dat kan prima via de belastingen. Op die manier is er ook beter rekening te houden met inkomensongelijkheid en bijv. werkloosheid.

    • Jam zegt:

      Het is helemaal niet logisch dat iemand die langer heeft gestudeerd ook meer verdient, laat staan dat het dan ook nog eens significant meer is. Waarom? Omdat hij de maatschappij meer geld heeft gekost met zijn langere studie? Moet er niet gewoon gekeken worden of iemand zijn werk goed doet. Als een basisschooldocent zijn werk niet goed doet zullen er minder universiteitsdocenten nodig zijn. En waar wordt bepaald of iemand die les geeft aan een universiteit zijn werk wel goed doet, zijn significant hogere beloning wel waard is, of het niet veel beter had gekund….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s