Arme herten?

Het is winter. En goed ook. Met nachttemperaturen rond de -10 komt ook overdag het kwik niet boven het vriespunt uit. In de natuur leidt dat tot een flinke selectie; veel dieren redden het niet. Voedselgebrek en een gebrek aan beschutting eisen hun tol in Nederlands nieuwste natuurgebied: de Oostvaardersplassen.

Een terugkerende kwestie is de vraag of we de dieren in de Oostvaardersplassen ’s winters moeten bijvoeren. De dieren die er lopen zijn er immers uitgezet. De Oostvaardersplassen is een stuk vergeten Flevopolder wat bij gebrek aan beter maar werd “teruggegeven” aan de natuur. Sinds 1975 is het een officieel natuurgebied en sinds 1983 lopen er grote grazers. Een visie waarbij besloten werd om de natuur maar zijn gang te laten gang levert de huidige situatie op: een groot natuurgebied met diverse biotopen en verdomd veel grote grazers. Het gebied wordt drukbezocht. Wildernis dichtbij. De mogelijkheid om oog in oog te staan met een edelhert, een zeearend te zien overvliegen of een kudde wilde paarden te zien galopperen vanuit de trein is natuurlijk fantastisch. Daarbij hoort ook dat we op de eerste rij zitten bij de minder prettige kanten van ‘wildernis’: We zien dieren verhongeren. Ze zakken uitgemergeld door de poten, verdrinkend een plas koude modder.

Ecologisch gezien is hier niets vreemds aan. In vergelijkbare situaties zoals de Poolse oerbossen is de sterfte vergelijkbaar. Selectie is dé drijfveer achter evolutie. Dat dieren doodgaan in de winter, en dat voedselgebrek de belangrijkste doodsoorzaak is, dat is de natuur. Dat is niet prettig of mooi, maar dat is gewoon zo. Zo werkt het ecosysteem. Moeten we die arme hertjes dan niet bijvoeren? Nee. Bijvoeren vergroot het probleem alleen maar. Door bij te voeren overleven méér dieren, méér nakomelingen en kan je volgend jaar alleen maar méér hooibalen laten aanrukken.

Maar, is dan het tegenargument, dit is geen wilde natuur. We hebben die beesten daar neergezet en het “natuur” genoemd. Er staat een hek omheen. Dat klopt. Dat hek dat staat er, en dat zie ik liever vandaag verdwijnen dan morgen. Het verbinden van alle natuurgebieden in Nederland (wat zeg ik, in Europa!) was ooit ons ideaal. In Nederland heette dat de Ecologische hoofdstructuur, in Europa Natura2000. Die EHS was leuk en aardig totdat de crisis kwam, toen was het geld op, maakten we CDA-boer Henk Bleker verantwoordelijk voor het natuurbeleid van Nederland en was het klaar. De gedroomde verbinding tussen Oostvaardersplassen, Oostvaarderswold en Veluwe is er nooit gekomen. Waar economie en ecologie samenkomen, kiest de politiek maar zelden voor dat laatste. Verbonden natuurgebieden leiden tot migratie, een ecologisch sleutelproces. Onze verhongerende herten kunnen lopen naar waar er meer eten is.

De politiek wil er nog niet aan. Vorig jaar nog maakte de provinciale staten van Flevoland bekend dat ze openstonden voor meer toeristische ontwikkeling in het gebied. Ook moesten we nog maar eens bedenken wat we met die koeien moesten doen. Uitbreiding was al helemaal niet aan de orde. Het hek blijft dus dicht. De beesten zijn de dupe, en die gesjeesde ecologen die niet willen bijvoeren zijn wreedaards. Toch?

Uiteindelijk is dit geen zuiver ecologische, economische of emotionele discussie. Het is een natuurfilosofische discussie. De heftige botsingen tussen verschillende groeperingen wordt veroorzaakt door verschillen in het beeld van wat natuur is. Is de Serengeti natuur? De Veluwe? Het bos waar je zondagochtend hardloopt? Je achtertuin? Of mensen er invloed op hebben is dan vaak een veelgenoemd criterium, om te vinden of iets wilde natuur is, of niet. De achtertuin valt af, maar het bos kan er mee door. Fout. Menselijke invloed is niet meer weg te denken uit de natuur. Alle natuur is Nederland is beïnvloed door mensen. Alle. Zonder uitzondering. Datzelfde geldt voor bijna heel Europa en trouwens ook voor de rest van de wereld. Het aantal écht ongerepte plaatsen is zo goed als nihil. De aanwezigheid van de mens is zelfs de drijvende kracht achter een van de heftigste massa-extincties ooit. Is dat erg? Ja. En nee. Het is ook hoe het systeem werkt. De ‘beste’ individuen overleven. Soorten passen zich aan, of ze verdwijnen. Die mechanismes werken ook in de Nederlandse bossen én in je achtertuin. Natuur is overal en natuur is altijd wild. Althans, dat is mijn standpunt. Ik grijp niet in als een roofvogel een lief konijntje pakt. Maar ik begrijp dat mensen daar anders over denken.

Wat is natuur? Hoe heeft de mens daar invloed op? Is de mens natuur? Is natuur met een hek eromheen natuur? Zijn uitgezette dieren echt wild? Wat is ‘wild’ eigenlijk? Zijn onze ethische opvattingen op natuur toepasbaar? Slaan onze emoties en empathie überhaupt wel ergens op? Hebben we een morele plicht om voor uitgezette dieren en (al) hun nakomelingen te zorgen? Zijn alle dieren gelijk?

Het juiste antwoord heb ik niet. Ik heb een standpunt, vormgegeven door mijn ecologische achtergrond. Een christelijke boerin die met een hooibaal aan het hek staat heeft een ander standpunt. De discussie op het raakvlak van emotie, filosofie en ecologie is ontzettend boeiend. Wat wij als samenleving natuur vinden en hoe we daar ethisch mee omgaan is uiteindelijk het terrein van de politiek.

Arme herten.

Oostvaardersplassen 215bew

Edelhert, Oostvaardersplassen, januari 2018 (foto: Steven Geurts)

Advertenties

Over Steven Geurts

Leraar en bioloog. Blogt over onderwijs, politiek en natuur op https://stevengeurts.wordpress.com/. Is in zijn vrije tijd met verrekijker op pad. Blogt over vogels kijken op https://stevenkijktvogels.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Natuur, Politiek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Arme herten?

  1. G.P.Th. Kloeg zegt:

    In de zin “De ‘beste’ individuen overleven.” zullen sommigen een rechtvaardiging zien van het Oostvaardersplassenbeleid. Maar ‘de beste individuen’ overleven niet. Het is zuiverder om te zeggen dat sommige individuen overleven en andere niet, en bij dat overleven of doodgaan speelt de factor geluk/pech ook nog eens een grote rol. De groep overlevers noemen we achteraf dan ‘de besten’. (“met de kennis van nu”).
    Er is een glijdende schaal tussen dieren in de vrije natuur en dieren waarvoor wij de zorg op ons nemen. Het aan hun lot overlaten van die laatste groep is een strafbaar feit. Mijn vraag zou zijn: waar gaat ‘strafbaar feit’ over in ‘dat is nou eenmaal de natuur’?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s