Onderwijsjaaroverzicht 2018

2018 was het jaar van het lerarentekort. Het was het jaar van VMBO Maastricht. Het jaar van de terugkeer van de rekentoets en het verdwijnen van het lerarenregister. Het jaar van iets meer salaris, en iets slechter onderwijs. Het jaar van de Onderwijsraad. Het jaar van segregatie en kansenongelijkheid. Het jaar van Ingrid van Engelshoven en het jaar van Arie Slob.

In het hoger onderwijs was het een rustig jaar. Een artikeltje over teruglopende docentaantallen op universiteiten deed weinig stof opwaaien. De rest van het jaar werd er nog wat gediscussieerd over de verengelsing van het hoger onderwijs, verloor BON een rechtszaak over dit onderwerp, en bezetten studenten het P.C. Hoofthuis uit protest tegen geplande bezuinigingen. Het jaar werd afgesloten met een stakingsdag van WO in Actie, maar van een uitslaande brand in de universitaire ivoren torens is nog geen sprake. Van Engelshoven zal er niet wakker om liggen. Ook de, zeer kwalijke, stijging van rente op de studielening, is na de gebruikelijk politieke rituelen gewoon geaccepteerd.

In het funderend onderwijs was het wel anders. Met estafettestakingen werd in het voorjaar succesvol aandacht gevraagd voor de werkdruk en het salaris van basisschoolleerkrachten. Een werkdrukakkoord, mét gelden, was een eerste succes. Voor het salaris werd vooral nog naar het onderwijs zelf gewezen, maar toen in april duidelijk werd dat eerdere salarisafspraken nooit zijn nagekomen – goh – konden zowel politiek als sectorraad niet meer om een betere cao heen. Het gat met het VO is er nog steeds, maar een eerste begin is gemaakt. D66 en CDA kwamen na afloop van die cao-onderhandelingen nog met een aanvullend voorstelletje voor een kleine verschuiving, maar daar moest Slob niets van hebben. Dat moesten de partijen maar fatsoenlijk regelen, en niet ad hoc.

In het VO bleef het bij een stakingsdreiging. Dat bleek uiteindelijk genoeg om een matige salarisstijging te krijgen. Ook in het MBO kwam de nieuwe Cao op hetzelfde neer: wat procentjes erbij, en wat beloftes over werkdruk.

In de uitzonderlijk droge zomer stond het water aan de lippen bij de basisscholen. 1300 leerkrachten te weinig na de vakantie. Het lerarentekort, waar al jaren voor gewaarschuwd werd, werd bijna overal in het land voelbaar. Met buitenlandse leraren, pensionado´s, ouders en kunstenaars voor de klas werden gaten gevuld. Op diverse plekken werd een vierdaagse schoolweek overwogen of zelfs ingevoerd. Lichtpuntjes in het dossier ‘lerarentekort’ waren er dit jaar ook. Slob vond toch ergens een klein potje met omscholingsgeld. Gemeente Amsterdam liet zien het probleem serieus te nemen en lokte in mei de eerste leraren met een heus appartement, en er waren, met dank aan alle media-aandacht, meer aanmeldingen op pabo’s. Desalniettemin blijft het lerarentekort een enorme uitdaging voor de komende jaren. Samen met de regionale krimp is dit echt een onderwerp wat landelijke regie vraagt. Lokale denktanks, zoals in Amsterdam, kunnen natuurlijk helpen, maar dit probleem overstijgt de regio’s.

Ook in de Limburgse hoofdstad Maastricht heeft er heel wat zweet op voorhoofden gestaan. Toen bleek dat VMBO Maastricht hun Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) niet gevolgd had, trok de inspectie aan de noodrem. Honderden leerlingen werden de dupe van een onprofessionele schoolcultuur, onwetende docenten, wegkijkende leidinggevenden en een bestuur dat mijlenver op afstand stond. Naar elkaar wijzen was makkelijk, en ook de onderwijsinspectie gaat niet helemaal vrijuit. Uiteindelijk is iedereen, alsnog, geslaagd en kennen leraren, directeuren en bestuurders overal in Nederland hun PTA inmiddels woordelijk uit hun hoofd.

In ander klein onderwijsnieuws: de OnderwijsCoöperatie is opgedoekt, het lerarenregister is voorlopig van de baan en de rekentoets is terug. Laat ik met het eerste punt beginnen: allereerst ontzettend jammer dat deze hele toestand nodig was. De structuur van de OC, met een beroepsgroep van leraren die geleid werd door beroepsbestuurders was vanaf het begin gedoemd om te mislukken. In haar nadagen is er een lerarenparlement opgetuigd, dat na een niet-representatieve verkiezing haar best nog heeft gedaan, maar ook daar is de stekker uit getrokken. Er is op dit moment geen vertegenwoordigende organisatie van (voor, of door) leraren. En ook dat is jammer. Met het sterven van de OC heeft ook het lerarenregister geen hartslag meer. Althans, voorlopig. Wat een onuitvoerbare, oncontroleerbare en onzinnige nascholingsverantwoordingswebsite dreigde te worden, is nu even weg. Maar vergis je niet. Dat er geen politiek draagvlak is voor dít register, wil niet zeggen dat er geen register gaat komen. Ik voorspel bij deze: binnen nu en twee jaar ligt er een nieuw voorstel op tafel bij de minister. Zo verliep het ook de rekentoets. Die was door Sander Dekker met een hoop bombarie opgetuigd, maar toen bleek dat niemand in den lande capabel genoeg was om een deugdelijke rekentoets te organiseren, dus vanaf volgend jaar mogen scholen dat zelf doen. Top.

Laten we eens naar de onderwijsorganisatie kijken. Geld blijft liggen, bleek uit een inspectierapport. Bij schoolbesturen en bij samenwerkingsverbanden. Dat zijn weer regionale samenwerkingen tussen schoolbesturen, om zorg te dragen voor passend onderwijs. Dat gaat nog niet altijd even soepel, concludeerde de kamer, al verwoordden de woordvoerders het wat minder genuanceerd. Het is overigens best te verklaren dat scholen wat oppotten. Salarisverhogingen worden vaak pas achteraf door het rijk overgemaakt, en de laatste decennia staat Den Haag nou niet echt bekend om zijn voorspelbaarheid. Bovendien komt er op veel scholen krimp aan, waardoor besturen met een toekomstig tekort zitten. Wil je hier echt wat aan doen, dan moet het bekostigingsstelsel op zijn kop. D66 en VVD kiezen een andere route: meer politieke controle. Dat kan natuurlijk ook. Ik vraag me af of dat echt de route is waar het onderwijs beter van wordt. Versterking van medezeggenschap en een onderwijsministerie met rust en regelmaat als credo lijkt me beter.

De golf die vorig jaar startte met PO in Actie klotste dit jaar aardig over de onderwijsgrenzen heen. Niet alleen navolging in VO en WO, maar ook in de zorg, politie en defensie sluiten mensen aan. De publieke sector komt in actie. Mooi vind ik dat. Ik hoop dat de vakbonden hier vol instappen, want vertegenwoordiging van zo’n brede groep is toch altijd lastig. Als ze de gele hesjes maar thuislaten. De kernoproep, “kom eens met een lange termijnvisie” ondersteun ik van harte. Dat is mijns inziens precies wat er al jaren ontbreekt in het onderwijs, en in de rest van de publieke sector zal het niet anders zijn. We mogen trots zijn op dat we een goede publieke sector hebben. We hebben een van de veiligste landen ter wereld, met de beste zorg en toponderwijs. Dat hoeft niet steeds de sluitpost van de begroting te zijn.

Goed onderwijs is weliswaar iets waar we trots op mogen zijn, er zijn zeker gevaren. Een afglijdend niveau en toenemende segregatie moeten onze volledige aandacht hebben. Het is jammer dat we ons in het onderwijs zo druk (moeten) maken over personeelstekort en geldkwesties. Goed nieuws was er ook: het aantal tienerscholen is verdubbeld, er wordt steeds minder gepest, en Agora, een school met een totaal ander onderwijsconcept, levert succesvol haar eerste examenleerlingen af. Vernieuwing is goed. En ja, dit moet je wel goed doordacht doen, geen onnodige risico’s nemen met de opleiding van kinderen en ja, je moet de resultaten monitoren…

Enfin. Het was me een jaartje wel. Tijd om de balans op te maken en de prijzen te gaan uitreiken.

De onderwijsverliezer van 2018.

Nadat vorig jaar heel politiek Den Haag in de prijzen viel, was er ook dit jaar voldoende aanleiding om ze te nomineren. In het bijzonder D66, CDA en VVD maakten wat mij betreft kans, vanwege het uitblijven van goed beleid, het ontbreken van visie en het uitstellen van moeilijke keuzes. Ik kijk dan vooral richting D66. Voor een zelfbenoemde ‘onderwijspartij’ én een D66-minister op de post, valt de opbrengst goed tegen. Maar ze komen goed weg. Er waren er namelijk nog een paar die er een nog groter potje van hebben gemaakt.

Basis CMYK

 

De onderwijsverliezer van 2018, de winnaar van de Sander Dekker-award is geworden.…

Alle verantwoordelijken van het examendrama van Maastricht.

 

Docenten hadden beter moeten weten. De schoolleiding had beter moeten sturen. Het bestuur had beter moeten controleren. De inspectie had eerder moeten ingrijpen, en politici had stilte gepast. Maar de verontwaardiging over het al dan niet aanblijven van een bestuursvoorzitter was nog groter dan het meeleven met al die leerlingen die hier niets aan hebben kunnen doen. Het had er vast iets mee te maken dat Postema ook PvdA-senator was en iedere maand de Balkenendenorm kreeg overgemaakt. Met de focus op de poppetjes was de leerling én de vraag hoe gaan we dit in de toekomst te voorkomen, ook meteen uit beeld. Uiteindelijk is door hard werk uiteindelijk alsnog iedereen geslaagd, waarvoor gefeliciteerd. En nu schoon schip maken, daar in het zuiden…

De onderwijswinnaar van 2018

De aanvoerders van PO in Actie hebben de wisselbeker weer ingeleverd. Hun steen in de vijver is succesvol geweest, en het is nu tijd om het stokje over te dragen. Als eerste genomineerde, zowaar een politicus. Arie Slob. Niet alleen draaide hij vakkundig een laatste oprisping van Sander Dekker de nek om, Slob luisterde, sprak weldoordacht en was eerlijk. Hij had niet meer geld. Hij maakte zich ook zorgen. Hij sprak zich uit waar nodig, bijvoorbeeld over dure uitzendbureau’s, en gaf daarmee richting aan het debat. Slob doet wat hij kan. Ik vind hem een verademing voor de onderwijspolitiek.

Arie Slob voor Rijksoverheid.nl

Minister Arie Slob

Toch wint ie niet. Want waar Slob goed is in het luisteren, wil ik van een minister meer richting. Meer onderzoek. En daarvoor moeten we naar een apolitieke instantie. De winnaar van de tien-met-de-griffel-wisselbokaal, de onderwijswinnaar van 2018:

Untitled

De onderwijsraad was on fire. Het adviesorgaan adviseerde over de rol van schoolleiders, lerarentekorten, passend onderwijs, internationalisering, verantwoording van onderwijsgelden, curriculumvernieuwing, toetsen en examens, differentiatie en over carrièremogelijkheden voor leraren.

De raad keek terug, analyseerde scherp, blikte vooruit en deed concrete aanbevelingen. En sure, niet elke letter van iedere advies was raak. Met name het advies over carrièremogelijkheden leverde wat weerstand op en is nog geen oplossing voor het eerstegraderstekort, maar dat is muggenzifterij. Maar ik ben zo blij dat er een club van mensen is met verstand van zaken die de tijd krijgen en nemen om grondig naar het onderwijs en onderwijsbeleid te kijken. Een rol die ik mis in de politieke bankschroef waarin het ministerie van OCW zich vaak lijkt te bevinden. In januari is er een kleine wisseling van samenstelling van de onderwijsraad, met onder andere een nieuwe voorzitter. Ik ben benieuwd.

In 2018 hadden we een raad met zinnige adviezen, en een onderwijsminister die kan luisteren.

Ik heb zin in 2019.

Advertenties
Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Een reactie plaatsen

Piet.

We hebben een racismeprobleem. Dit weekend hadden we groepen scanderende, eiergooiende, hitlergroetende totaalmalloten in steden als Eindhoven, maar die bedoel ik niet eens. Laat ik vooropstellen dat deze groep racistische idioten natuurlijk wel een racismeprobleem zijn, maar wel een kleine groep, bestaand uit de intellectuele onderklasse van de harde kern van PSV en het bijbehorende woonwagenkamp. Het ware probleem zit veel dieper. En is veel groter.

Zwarte Piet wordt als kwetsend ervarend. De verwijzing naar een slavernijverleden is evident, en het niet gelijkwaardig zijn van de witte Sint en ‘zijn’ knechten is zo duidelijk als het maar zijn kan. Dat die knechten zwart zijn door de schoorsteen is een fabeltje en iedereen weet dat ook. Je kunt vol trots “traditie” of “historie” zeggen, maar eigenlijk onderstreep je daarmee het racistische karakter alleen maar meer. Zwarte piet is een racistische karikatuur en dat moet stoppen.

En nee, zo bedoelde je het vast niet. Zo bedoelde Paul de Leeuw het ook niet, toen hij door Spice Girl Mel B de les werd gelezen. En zo bedoelde het lachende publiek toen Doutzen Kroes vertelde dat ze zich rond Sinterklaas schaamt voor haar Nederlanderschap het vast ook niet. Nee, zo bedoelde ik het ook niet, toen ik enkele jaren terug nog zwartgeschminkt de straat op ging om kinderen voor de gek te houden. Maar nu weet ik beter, en jij ook. Niet alleen is een zwarte versie van Piet dus kwetsend voor diverse bevolkingsgroepen, het is ook niet leuk voor kinderen die niet wit zijn. En daar ging het Sinterklaasfeest toch in eerste instantie om, dat het leuk was voor de kinderen.

Wat is dan precies het racismeprobleem hier? Dat probleem kent een aantal groepen, elk met hun eigen probleem en eigen oplossing. Als eerste, de onwetenden. Deze hoor je “ik bedoel er echt niets mee” zeggen. Of “nou ja, om mij hoeft Piet niet anders. Zo is het toch goed?” De conservatieve reflex is begrijpelijk. Daarbij, toegeven dat je onwetend was voelt onprettig. Desalniettemin, het belangrijkste principe uit onze grondwet: allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld, staat altijd hoger. Je kunt inmiddels echt niet meer volhouden dat je niet wist dat Zwarte Piet racistisch is. Piet moet dus van kleur veranderen. Dat is waar wij in Nederland voor staan. Racisme wordt blijkbaar echt onvoldoende herkend. Hier ligt een taak voor scholen, de journalistiek en de maatschappij als geheel: we worden hier pas beter in als we meer naar elkaar luisteren en ook echt willen horen wat een ander hierover te zeggen heeft.

De groep ‘ontkenners’, vervolgens. De ontkenners proberen te ontkennen dat Zwarte Piet racistisch is. “Dat komt door de schoorsteen”, “dat is traditie” en “ik heb een vriend op de Antillen en die vindt het helemaal geen probleem” zijn dingen die je deze groep zal horen zeggen. Door argumenten te verzinnen probeert een ontkenner zijn eigen conservatieve onderbuikgevoel goed te praten, om maar niet toe te hoeven geven dat ze eerst fout zaten. Typische racisme-ontkenners: Halbe Zijlstra en Mark Rutte. Ontkenners zijn is erger zijn dan onwetenden. Ontkenners weten wel dat Zwarte Piet eigenlijk niet meer kan, maar stellen hun eigen onderbuikgelijk boven het principe van gelijkheid. De enige oplossing: aanspreken. En niet meer op stemmen. Vertrouw geen politici die stiekem echt wel beter weten.

Als derde, de goedpraters. Dit zijn de mensen die het nuancerend hebben over een “discussie”. Over “voor- en tegenstanders”, of, en dat is mijn favoriet, “beide kanten hebben extremisten”. De mensen die zeggen dat ze best snappen dat mensen vóór zwarte piet zijn, want er moet al zoveel anders en dit komt toch wel héél dichtbij. Dat de anti-pieters best een punt hebben maar moeten ze dat nou zó maken? Zo tijdens de intocht? En dat ze Sylvana Simons toch ook wel een betweterig mens vinden. Het gevaar aan deze groep is dat ze onderbuikgevoelens net zo belangrijk achten als discriminatie. Als je alles terugbrengt naar meningen is er geen moreel gelijk, en kent een discussie geen winnaar. Maar de vraag is niet of Piet groen of paars moet zijn, de vraag is of Piet nog langer zwart moet zijn. En dat moet dus helemaal geen vraag zijn. Als een onuitstaanbare activist je ‘onderdeel van het probleem’ noemt terwijl je je genuanceerd uit probeert te drukken, heeft ie waarschijnlijk gelijk. Bepaalde zaken zijn niet bediscussieerbaar, en discriminatie en racisme is er daar één van. Het demonstratierecht is daar trouwens een ander van, voor al die politici  zoals Klaas die over elkaar heen buitelen om demonstraties tijdens de intocht te verbieden.

Als vierde, de daglichtracisten. De randdebielen die daadwerkelijk vinden dat mensen van kleur minderwaardig zijn. Die met bananen gooien, “klim in een boom” roepen of op een zonnige zaterdagmiddag met opgeheven gestrekte rechterarm in het centrum van Eindhoven staan. De halvezolen voor wie een derde lettergreep te moeilijk is en uitkomen bij de uitroep “stinkhoer”, waardoor de klassieke voetbalkraker “(hij/)zij is eeeen ….” echt belabberd scandeert. Het gevaar hier is onderschatting. Mark Rutte noemde ze “aso’s”. Nou, Mark, de veroordeling van onomwonden racistische leuzen en het brengen van de Hitlergroet had ook wel iets krachtiger gekund. Ik hoop dat ze worden opgespoord, opgepakt en veroordeeld.

Tot de vijfde probleemgroep hoor ik zelf. Die weten (inmiddels) best dat Zwarte Piet racistisch is. En kwetsend. En eigenlijk helemaal niet leuk voor álle kinderen. Maar die spreken zich niet altijd uit als iemand iets racistisch zegt. Of als in het dorp de sinterklaascommissie weer vrolijk zwarte schmink bestelt. De angst om over te komen als een betweter is groter dan de noodzaak om het goede te doen. Misschien ook een stuk plaatsvervangende schaamte en angst om een onderwerp te claimen dat niet het mijne is. Welke gevolgen van discriminatie, heb ik als universitair geschoolde witte dertiger nou echt meegemaakt? Wat weet ik er nou van? Wie ben ik om hier elitair te komen doen over dat Zwarte Piet een racistische karikatuur is? Maar toch, de oplossing ligt voor de hand. Spreek je uit. Laat je horen. Alleen zo kunnen we dit stoppen.

We zijn grote dank verschuldigd aan al die voorvechters van de KOZP-beweging, en de bekende figuren die zich in de media uit hebben gesproken. Bewustwording is stap één. Nu is het tijd voor actie. Piet moet niet meer zwart zijn. En wij moeten racisme een heel stuk serieuzer nemen dan dat we het tot nu toe deden.

Geplaatst in Media, Politiek, Samenleving | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Bitterzoet: het lerarenregister is dood.

In november van 2016 nam de Kamer het definitieve besluit, en was de invoering van het lerarenregister een feit. Na twee jaar uitstel is nu inderdaad afstel gekomen. Het lerarenregister is no more. Het is een ex-register. Het register is pining for the fjords. Hoera. En toch smaakt dit besluit van minister Slob bitterzoet.

Van het ooit goedbedoelde vrijwillige kwaliteitsregister was weinig meer over nadat toenmalige staatssecretaris Dekker ermee in 2014 aan de haal is gegaan. Vier jaar lang heeft de Onderwijscoöperatie vervolgens met een miljoenensubsidie het register proberen op te bouwen. Tienduizenden docenten hebben zich ingeschreven. Duizenden scholen zijn hier mee bezig geweest en talloze ambassadeurs hebben zich blaren op tong gepraat op voorlichtingsbijeenkomsten. En dat allemaal voor niets. Eenieder die ook maar een beetje kaas heeft gegeten van professionaliteit ziet dat de fundering van het register vanaf het eerste moment al rot was. Urenregistraties, nascholingspunten en controlecommissies stonden centraal.

En nu trekt – godzijdank – Slob de stekker eruit. Eerder ontmantelde de Onderwijscoöperatie zichzelf al, en nu is van de drie politiek geïnitieerde bedreigingen voor het onderwijs alleen nog ‘Curriculum.nu’ over. Dat is een doorstart van de door alle partijen geblokkeerde curriculumherziening Onderwijs2032. Enfin, je moet als onderwijsblogger wat te wensen over houden.

Slob schrijft in zijn kamerbrief over het ontbreken van draagvlak en een gebrek aan representatieve lerarenorganisaties. Het zijn voor hem redenen om te stoppen met het register. Fantastisch. Maar wat het een hoop moeite en geld gescheeld als de politiek die geluiden drie jaar eerder serieus had genomen. De politiek kán zich niet verschuilen achter dat ze het niet geweten hebben. Er zijn nu miljoenen weggegooid door het op- en aftuigen van organisaties waar geen leerling beter onderwijs door heeft gehad. Zo zonde.

Alexander Rinnooy Kan mag nu de boer op. Inventariseren, kwartiermaken, verkennende gesprekken. Hem is gevraagd een advies op te stellen over de representatie van de beroepsgroep, met een vervolgvraag over hoe leraren geprofessionaliseerd kunnen worden. Bij deze alvast mijn advies:

  • Fuseer alle onderwijsvakbonden, de huidige versnippering is funest.
  • Beleg professionalisering waar het hoort: op scholen, en laat de onderwijsinspectie daarop toezien.

Ik hoop dat Rinnooy Kan ook iets zegt over hoe we het onderwijs weer aantrekkelijk kunnen maken. Want dat politieke gedoe over professionalisering is leuk, maar houdt wel een beetje op als er geen docent voor de klas staat.

Minister Slob verdient lof voor zijn besluit. Tegelijkertijd laat het zien hoe treurig het gesteld is (/was?) met de onderwijspolitiek. Vier jaar lang heeft Dekker er een potje van gemaakt. De meerderheid van de kamer hield hem de hand boven het hoofd. Om je kapot te schamen.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 7 reacties

Arme herten?

Het is winter. En goed ook. Met nachttemperaturen rond de -10 komt ook overdag het kwik niet boven het vriespunt uit. In de natuur leidt dat tot een flinke selectie; veel dieren redden het niet. Voedselgebrek en een gebrek aan beschutting eisen hun tol in Nederlands nieuwste natuurgebied: de Oostvaardersplassen.

Een terugkerende kwestie is de vraag of we de dieren in de Oostvaardersplassen ’s winters moeten bijvoeren. De dieren die er lopen zijn er immers uitgezet. De Oostvaardersplassen is een stuk vergeten Flevopolder wat bij gebrek aan beter maar werd “teruggegeven” aan de natuur. Sinds 1975 is het een officieel natuurgebied en sinds 1983 lopen er grote grazers. Een visie waarbij besloten werd om de natuur maar zijn gang te laten gang levert de huidige situatie op: een groot natuurgebied met diverse biotopen en verdomd veel grote grazers. Het gebied wordt drukbezocht. Wildernis dichtbij. De mogelijkheid om oog in oog te staan met een edelhert, een zeearend te zien overvliegen of een kudde wilde paarden te zien galopperen vanuit de trein is natuurlijk fantastisch. Daarbij hoort ook dat we op de eerste rij zitten bij de minder prettige kanten van ‘wildernis’: We zien dieren verhongeren. Ze zakken uitgemergeld door de poten, verdrinkend een plas koude modder.

Ecologisch gezien is hier niets vreemds aan. In vergelijkbare situaties zoals de Poolse oerbossen is de sterfte vergelijkbaar. Selectie is dé drijfveer achter evolutie. Dat dieren doodgaan in de winter, en dat voedselgebrek de belangrijkste doodsoorzaak is, dat is de natuur. Dat is niet prettig of mooi, maar dat is gewoon zo. Zo werkt het ecosysteem. Moeten we die arme hertjes dan niet bijvoeren? Nee. Bijvoeren vergroot het probleem alleen maar. Door bij te voeren overleven méér dieren, méér nakomelingen en kan je volgend jaar alleen maar méér hooibalen laten aanrukken.

Maar, is dan het tegenargument, dit is geen wilde natuur. We hebben die beesten daar neergezet en het “natuur” genoemd. Er staat een hek omheen. Dat klopt. Dat hek dat staat er, en dat zie ik liever vandaag verdwijnen dan morgen. Het verbinden van alle natuurgebieden in Nederland (wat zeg ik, in Europa!) was ooit ons ideaal. In Nederland heette dat de Ecologische hoofdstructuur, in Europa Natura2000. Die EHS was leuk en aardig totdat de crisis kwam, toen was het geld op, maakten we CDA-boer Henk Bleker verantwoordelijk voor het natuurbeleid van Nederland en was het klaar. De gedroomde verbinding tussen Oostvaardersplassen, Oostvaarderswold en Veluwe is er nooit gekomen. Waar economie en ecologie samenkomen, kiest de politiek maar zelden voor dat laatste. Verbonden natuurgebieden leiden tot migratie, een ecologisch sleutelproces. Onze verhongerende herten kunnen lopen naar waar er meer eten is.

De politiek wil er nog niet aan. Vorig jaar nog maakte de provinciale staten van Flevoland bekend dat ze openstonden voor meer toeristische ontwikkeling in het gebied. Ook moesten we nog maar eens bedenken wat we met die koeien moesten doen. Uitbreiding was al helemaal niet aan de orde. Het hek blijft dus dicht. De beesten zijn de dupe, en die gesjeesde ecologen die niet willen bijvoeren zijn wreedaards. Toch?

Uiteindelijk is dit geen zuiver ecologische, economische of emotionele discussie. Het is een natuurfilosofische discussie. De heftige botsingen tussen verschillende groeperingen wordt veroorzaakt door verschillen in het beeld van wat natuur is. Is de Serengeti natuur? De Veluwe? Het bos waar je zondagochtend hardloopt? Je achtertuin? Of mensen er invloed op hebben is dan vaak een veelgenoemd criterium, om te vinden of iets wilde natuur is, of niet. De achtertuin valt af, maar het bos kan er mee door. Fout. Menselijke invloed is niet meer weg te denken uit de natuur. Alle natuur is Nederland is beïnvloed door mensen. Alle. Zonder uitzondering. Datzelfde geldt voor bijna heel Europa en trouwens ook voor de rest van de wereld. Het aantal écht ongerepte plaatsen is zo goed als nihil. De aanwezigheid van de mens is zelfs de drijvende kracht achter een van de heftigste massa-extincties ooit. Is dat erg? Ja. En nee. Het is ook hoe het systeem werkt. De ‘beste’ individuen overleven. Soorten passen zich aan, of ze verdwijnen. Die mechanismes werken ook in de Nederlandse bossen én in je achtertuin. Natuur is overal en natuur is altijd wild. Althans, dat is mijn standpunt. Ik grijp niet in als een roofvogel een lief konijntje pakt. Maar ik begrijp dat mensen daar anders over denken.

Wat is natuur? Hoe heeft de mens daar invloed op? Is de mens natuur? Is natuur met een hek eromheen natuur? Zijn uitgezette dieren echt wild? Wat is ‘wild’ eigenlijk? Zijn onze ethische opvattingen op natuur toepasbaar? Slaan onze emoties en empathie überhaupt wel ergens op? Hebben we een morele plicht om voor uitgezette dieren en (al) hun nakomelingen te zorgen? Zijn alle dieren gelijk?

Het juiste antwoord heb ik niet. Ik heb een standpunt, vormgegeven door mijn ecologische achtergrond. Een christelijke boerin die met een hooibaal aan het hek staat heeft een ander standpunt. De discussie op het raakvlak van emotie, filosofie en ecologie is ontzettend boeiend. Wat wij als samenleving natuur vinden en hoe we daar ethisch mee omgaan is uiteindelijk het terrein van de politiek.

Arme herten.

Oostvaardersplassen 215bew

Edelhert, Oostvaardersplassen, januari 2018 (foto: Steven Geurts)

Geplaatst in Natuur, Politiek | Tags: , , | 3 reacties

De opzichte spin van Michel Rog

Het CDA is mijn partij niet. Nooit geweest ook. Toch zijn er wel wat CDA´ers die ik met liefde volg op hun politieke pad. Allroundpitbull Pieter Omtzigt bijvoorbeeld, of onderwijsman Michel Rog. Rog was nooit te beroerd om te benoemen wat er niet deugde in onderwijsland en prikte feilloos door de fabeltjes van Sander Dekker heen. Op het spreekgestoelte en aan de interruptiemicrofoon in de Kamer kwam hij op voor goed rekenonderwijs in plaats van een rekentoets en hield bij het vermaledijde lerarenregister vanaf een vroeg stadium de vinger aan de pols. Ook is Rog een warm pleitbezorger van het verkleinen van de salariskloof tussen PO en VO.

Dat Rog die cijfers goed kent bleek halverwege 2017, toen hij en Eppo Bruins (CU) een motie over de achterblijvende functiemix aangenomen wisten te krijgen. Daarnaast was Rog nooit te beroerd tekst en uitleg te geven, leraren te ontvangen en via twitter zelfs goed benaderbaar. Kortom, een parlementariër naar mijn hart. En niet alleen naar het mijne, ook naar dat van leraar/columnist René Kneyber, die in Trouw opperde dat Rog bij de verkeerde partij zat.

En toen was daar 2018.

Allereerst, maar 0,3% van de leraren zit in de schaal die Rog noemt als “eindsalaris”, laat staan in de hoogste trede daarvan. (Weet je die motie van net nog?) Bovendien is het nog maar de vraag of die “leraren” überhaupt nog lesgeven. Daarnaast, de boodschap die uit deze tweet volgt is natuurlijk “het salaris is echt niet zo laag als mensen denken dat het is”. Die politieke spin komt de huidige regeringspartijen, waaronder het CDA, natuurlijk best goed uit.

Een uitglijer van jewelste, die niet bepaald goed viel bij onderwijzend Nederland. #POinActie frontman Jan van de Ven liet er met de hashtag #walgelijk weinig twijfel over mogelijk, en ook Paul de Brouwer, sinds kort aan de cao-tafel, was weinig subtiel.

De tweet van Rog is een klap in het gezicht van al die basisschoolleerkrachten die zich toch al door Den Haag verwaarloosd voelen. Bereikten ze hier na de dooddoener “niet de werkdruk is het probleem, maar de werkdrukbeleving” het volgende dieptepunt? De achterblijvende salarisbeleving als het nieuwe probleem? Het bruggetje wat onder regie van Arie Slob net begon de politieke kloof over te steken dondert in elk geval hopeloos in elkaar. Rog ontwijkt gelukkig het debat niet, en roept en passant de emotioneel reagerende leraren nog even tot de orde.

 

Ik weet nog niet wat ik ervan moet vinden. Was dit een onbedoelde uitglijer? Een verkeerd begrepen nuancering van een lange discussie? Of zien we hier het verschil tussen Michel Rog – oppositielid en Michel Rog – coalitielid en blijkt “onze” Michel Rog toch ineens prima bij het CDA te passen?

Hoe dan ook, dit incidentje laat zien dat er nog flink te werken valt aan de relatie tussen Den Haag en het onderwijsveld.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Uit De Klas: De Nakijkcommissie

“Joh Steven, ik wil gaan experimenten met leerlingen die elkaars werk nakijken, sta jij daar achter?” vroeg een collega me onlangs. “Natuurlijk,” zei ik, “sterker nog, ik doe dat zelf ook!” Het maakte me pijnlijk bewust van de deuren van mijn klaslokaal: ik experimenteer regelmatig, praat er wel over met mijn directe collega´s, maar kan dus veel meer delen met anderen. Bij deze dus, mijn ervaring met de nakijkcommissie.

De nakijkcommissie begon als een idee van docente Nederlands Iris Driessen (@irismp), en na een uitwisseling op twitter met onder andere @FransDroog, @RPvanBakel en @___pi begon ik enthousiast te worden. Frans scheef er een aanstekelijk blog over en ik besloot “het” maar gewoon te gaan doen.

Met de nakijkcommissie worden aan het begin van het proefwerk leerlingen willekeurig geselecteerd die de nakijkcommissie gaan vormen. Zij maken op de gang, met hun boek en elkaar als hulpmiddel, een antwoordmodel. Dat antwoordmodel controleer ik en vul eventueel aan. De les erna kijken deze leerlingen met behulp van het antwoordmodel de toetsen van hun klasgenoten na en voorzien ze van feedback. Ik check steekproefsgewijs hoe dat is gegaan, voer de cijfers in en een les later bespreken de nakijkers de toetsen in kleine groepjes met hun klasgenoten.

Een experiment met een vijfde klas eind vorig schooljaar verliep positief. De nakijkers kregen toen geen cijfer, de rest van de klas wel. Dit jaar heb ik het experiment groter gemaakt en uitgerold over al mijn vierde klassen. En dat bevalt erg goed. De meerwaarde is drieledig:

  1. De leerlingen krijgen gerichtere feedback. De nakijkers hebben meer tijd om iedere toets van feedback te voorzien en die feedback vervolgens mondeling te bespreken. Ik kan dat met 30 toetsen per klas niet.
  2. Het scheelt mij tijd, bovendien heb ik een grondige hekel aan nakijken.
  3. De nakijkers leren er ontzettend veel van.

Met name het grotere leerrendement spreekt mij ontzettend aan. Bij iedere evaluatie met de nakijkcommissie stel ik de vraag of ze nog wat geleerd hebben. Ze geven aan dat ze een beter begrip gekregen hebben van de stof, ze leren om andere gedachtegangen te volgen en ze verbeteren hun eigen toetsvaardigheden: het begrijpen van toetsopbouw, moeilijkheid, puntenverdeling, wat er verwacht wordt bij welke vraag. Daarnaast wordt er sámen geleerd. “Zie je wel! Het was toch A. Hebben we het lang over gehad!” Leerlingen leren tijdens de toets. Hoe mooi kan het zijn?

Ik worstel soms met de tijd: ik heb geen Z-uren, B-uren, Dalton-uren, vrije-keuze-uren of hoe die dingen dan ook heten. Meestal probeer ik een van de lessen na de toets zo in te richten dat ik geen nieuwe stof behandel, zodat de commissie aan het werk kan gaan zonder een achterstand op te lopen. Voor de afgelopen kerstvakantie lukte me dat niet meer, waarop de commissieleden aanboden om het 8e uur te blijven!

Ook vind ik de waardering voor de commissieleden lastig. Frans benoemt in zijn blog een aantal opties. Ik heb dit jaar voor de standaard 8 gekozen, waar ik vanaf wijk als ik veel fouten in antwoordmodel en/of nagekeken werk vind. Het nadeel hiervan vind ik dat ik slecht kan onderbouwen waarom het een 8 is en geen 9 of een 10. Anders worden de cijfers te hoog? Tja. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen hiermee.

Samenvattend, ik ben enthousiast. Ik vind de nakijkcommissie een prachtige vorm om van summatief toetsen óók formatief toetsen te maken. Het is een hele mooie middenweg. Bijkomend voordeel van dit allemaal, de nakijkcommissie kan alleen maar werken als je vertrouwen stelt in je leerlingen en je leerlingen vertrouwen durven stellen in elkaar. Vertrouwen, verantwoordelijkheid, vaardigheden én vakkennis in één werkvorm. Sign me up!

Geplaatst in Uit de klas | Een reactie plaatsen

2018: Onderwijs als luxe?

It’s the time of the year. Vrije dagen, lange autoritten en de radio aan. Ieder uur word ik eraan herinnerd dat het óók de tijd van het jaar is om een nieuwe zorgverzekering uit te kiezen.  Met van die “ja-natuurlijk”-vragen: of ik ook terecht wil kunnen in het beste ziekenhuis? En of ik ook wil kiezen naar welke arts ik ga? Eigenlijk idioot dat dat niet standaard is. Tal van onderzoeken laten zien dat mensen het snelst (en dus het goedkoopst) herstellen in een bekende omgeving, maar dat is een luxe voor de rijken als het aan de zorgverzekeraars ligt.

Nog zo’n ding waarvan ik bang ben dat het een luxe aan het worden is: goed onderwijs. Onderwijswethouder Sven de Langen (CDA) lanceerde een plan om zij-instromers uit het bedrijfsleven in 9 maanden te voorzien van een onderwijsbevoegdheid. Zijn citaat liegt er niet om: “Een minder goede leraar voor de klas is beter dan helemaal geen leraar”. Ook met meer context is duidelijk dat De Langen het meent: hij verwacht dat er met deze opleiding slechtere leraren voor de klas komen te staan dan met de volledige 4-jarige opleiding. Maar ja, je moet toch wat?

Wat een schaamteloos gebrek aan ambitie toont de politiek hier. Het plakken van een pleister op een open botbreuk vergoelijken met “beter dan helemaal geen pleister”. De Langen doet aan symptoombestrijding terwijl hij weet dat het probleem niet wordt opgelost. Dat nota bene de onderwijswethouder een plan bepleit wat tot slechtere docenten voor de klas leidt is zo treurig dat ik nauwelijks de woorden kan vinden om het te beschrijven.

Op nationaal niveau voert VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg (VVD) een soortgelijk project aan. Ontslagen werknemers van Shell kunnen zich in no-time laten omscholen tot leraar. Of die zij-instromers het volhouden is nog maar de vraag stelt Gerard Verhoef van BON. Frank Cörvers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) slaat de spijker nog even op zijn kop: “Het salaris van een leraar zou voor ex-medewerkers van Shell wel een probleem kunnen zijn”. Uiteindelijk is het oplossen van het lerarentekort ook geen hogere wiskunde, of een “ingewikkeld dilemma”. Het is gewoon een kwestie van willen betalen.

In een tijd waarin ouders die dreigen met een rechtszaak hun kind tóch geplaatst krijgen op hun voorkeursschool, hebben we de politiek nodig om garant te staan voor goed onderwijs voor iedereen. Goed onderwijs begint en eindigt met een goede leraar voor de klas. Goed onderwijs gaat kansenongelijkheid tegen. Slecht onderwijs vergroot die ongelijkheid juist. Op dit moment laat de politiek het onderwijs over aan het bedrijfsleven. Ook dat komt namelijk ieder uur voorbij op de radio: IT-bedrijf Topicus wil in 2018 heel hard werken aan gepersonaliseerd onderwijs. Is dat wat we willen? Het onderwijs in handen van techbedrijven met ongeschoolde mensen uit het bedrijfsleven voor de klas? Kom op politiek, het is nog niet te laat. Nog niet.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 2 reacties