Uit De Klas: De Nakijkcommissie

“Joh Steven, ik wil gaan experimenten met leerlingen die elkaars werk nakijken, sta jij daar achter?” vroeg een collega me onlangs. “Natuurlijk,” zei ik, “sterker nog, ik doe dat zelf ook!” Het maakte me pijnlijk bewust van de deuren van mijn klaslokaal: ik experimenteer regelmatig, praat er wel over met mijn directe collega´s, maar kan dus veel meer delen met anderen. Bij deze dus, mijn ervaring met de nakijkcommissie.

De nakijkcommissie begon als een idee van docente Nederlands Iris Driessen (@irismp), en na een uitwisseling op twitter met onder andere @FransDroog, @RPvanBakel en @___pi begon ik enthousiast te worden. Frans scheef er een aanstekelijk blog over en ik besloot “het” maar gewoon te gaan doen.

Met de nakijkcommissie worden aan het begin van het proefwerk leerlingen willekeurig geselecteerd die de nakijkcommissie gaan vormen. Zij maken op de gang, met hun boek en elkaar als hulpmiddel, een antwoordmodel. Dat antwoordmodel controleer ik en vul eventueel aan. De les erna kijken deze leerlingen met behulp van het antwoordmodel de toetsen van hun klasgenoten na en voorzien ze van feedback. Ik check steekproefsgewijs hoe dat is gegaan, voer de cijfers in en een les later bespreken de nakijkers de toetsen in kleine groepjes met hun klasgenoten.

Een experiment met een vijfde klas eind vorig schooljaar verliep positief. De nakijkers kregen toen geen cijfer, de rest van de klas wel. Dit jaar heb ik het experiment groter gemaakt en uitgerold over al mijn vierde klassen. En dat bevalt erg goed. De meerwaarde is drieledig:

  1. De leerlingen krijgen gerichtere feedback. De nakijkers hebben meer tijd om iedere toets van feedback te voorzien en die feedback vervolgens mondeling te bespreken. Ik kan dat met 30 toetsen per klas niet.
  2. Het scheelt mij tijd, bovendien heb ik een grondige hekel aan nakijken.
  3. De nakijkers leren er ontzettend veel van.

Met name het grotere leerrendement spreekt mij ontzettend aan. Bij iedere evaluatie met de nakijkcommissie stel ik de vraag of ze nog wat geleerd hebben. Ze geven aan dat ze een beter begrip gekregen hebben van de stof, ze leren om andere gedachtegangen te volgen en ze verbeteren hun eigen toetsvaardigheden: het begrijpen van toetsopbouw, moeilijkheid, puntenverdeling, wat er verwacht wordt bij welke vraag. Daarnaast wordt er sámen geleerd. “Zie je wel! Het was toch A. Hebben we het lang over gehad!” Leerlingen leren tijdens de toets. Hoe mooi kan het zijn?

Ik worstel soms met de tijd: ik heb geen Z-uren, B-uren, Dalton-uren, vrije-keuze-uren of hoe die dingen dan ook heten. Meestal probeer ik een van de lessen na de toets zo in te richten dat ik geen nieuwe stof behandel, zodat de commissie aan het werk kan gaan zonder een achterstand op te lopen. Voor de afgelopen kerstvakantie lukte me dat niet meer, waarop de commissieleden aanboden om het 8e uur te blijven!

Ook vind ik de waardering voor de commissieleden lastig. Frans benoemt in zijn blog een aantal opties. Ik heb dit jaar voor de standaard 8 gekozen, waar ik vanaf wijk als ik veel fouten in antwoordmodel en/of nagekeken werk vind. Het nadeel hiervan vind ik dat ik slecht kan onderbouwen waarom het een 8 is en geen 9 of een 10. Anders worden de cijfers te hoog? Tja. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen hiermee.

Samenvattend, ik ben enthousiast. Ik vind de nakijkcommissie een prachtige vorm om van summatief toetsen óók formatief toetsen te maken. Het is een hele mooie middenweg. Bijkomend voordeel van dit allemaal, de nakijkcommissie kan alleen maar werken als je vertrouwen stelt in je leerlingen en je leerlingen vertrouwen durven stellen in elkaar. Vertrouwen, verantwoordelijkheid, vaardigheden én vakkennis in één werkvorm. Sign me up!

Advertenties
Geplaatst in Uit de klas | Een reactie plaatsen

2018: Onderwijs als luxe?

It’s the time of the year. Vrije dagen, lange autoritten en de radio aan. Ieder uur word ik eraan herinnerd dat het óók de tijd van het jaar is om een nieuwe zorgverzekering uit te kiezen.  Met van die “ja-natuurlijk”-vragen: of ik ook terecht wil kunnen in het beste ziekenhuis? En of ik ook wil kiezen naar welke arts ik ga? Eigenlijk idioot dat dat niet standaard is. Tal van onderzoeken laten zien dat mensen het snelst (en dus het goedkoopst) herstellen in een bekende omgeving, maar dat is een luxe voor de rijken als het aan de zorgverzekeraars ligt.

Nog zo’n ding waarvan ik bang ben dat het een luxe aan het worden is: goed onderwijs. Onderwijswethouder Sven de Langen (CDA) lanceerde een plan om zij-instromers uit het bedrijfsleven in 9 maanden te voorzien van een onderwijsbevoegdheid. Zijn citaat liegt er niet om: “Een minder goede leraar voor de klas is beter dan helemaal geen leraar”. Ook met meer context is duidelijk dat De Langen het meent: hij verwacht dat er met deze opleiding slechtere leraren voor de klas komen te staan dan met de volledige 4-jarige opleiding. Maar ja, je moet toch wat?

Wat een schaamteloos gebrek aan ambitie toont de politiek hier. Het plakken van een pleister op een open botbreuk vergoelijken met “beter dan helemaal geen pleister”. De Langen doet aan symptoombestrijding terwijl hij weet dat het probleem niet wordt opgelost. Dat nota bene de onderwijswethouder een plan bepleit wat tot slechtere docenten voor de klas leidt is zo treurig dat ik nauwelijks de woorden kan vinden om het te beschrijven.

Op nationaal niveau voert VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg (VVD) een soortgelijk project aan. Ontslagen werknemers van Shell kunnen zich in no-time laten omscholen tot leraar. Of die zij-instromers het volhouden is nog maar de vraag stelt Gerard Verhoef van BON. Frank Cörvers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) slaat de spijker nog even op zijn kop: “Het salaris van een leraar zou voor ex-medewerkers van Shell wel een probleem kunnen zijn”. Uiteindelijk is het oplossen van het lerarentekort ook geen hogere wiskunde, of een “ingewikkeld dilemma”. Het is gewoon een kwestie van willen betalen.

In een tijd waarin ouders die dreigen met een rechtszaak hun kind tóch geplaatst krijgen op hun voorkeursschool, hebben we de politiek nodig om garant te staan voor goed onderwijs voor iedereen. Goed onderwijs begint en eindigt met een goede leraar voor de klas. Goed onderwijs gaat kansenongelijkheid tegen. Slecht onderwijs vergroot die ongelijkheid juist. Op dit moment laat de politiek het onderwijs over aan het bedrijfsleven. Ook dat komt namelijk ieder uur voorbij op de radio: IT-bedrijf Topicus wil in 2018 heel hard werken aan gepersonaliseerd onderwijs. Is dat wat we willen? Het onderwijs in handen van techbedrijven met ongeschoolde mensen uit het bedrijfsleven voor de klas? Kom op politiek, het is nog niet te laat. Nog niet.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 2 reacties

Het grote 2017-onderwijs-jaaroverzicht

2017 was een bewogen onderwijsjaar. In maart waren er verkiezingen, waarna zelfbenoemde onderwijspartij D66 samen met Arie Slob van de ChristenUnie de scepter ging zwaaien op het Ministerie van OCW. Ondertussen verenigde PO in Actie het werkveld en werd er voor het eerst sinds jaren gestaakt. Er werden rechtzaken gevoerd tegen de eindexamenmakers en ook binnen de lerarenvertegenwoordigingsorganen was het niet bijzonder rustig. Tijd om de balans op te maken, en de winnaars en verliezers van onderwijsjaar 2017 bekend te maken.

Arie-Slob-9518
Arie Slob

 

Een van de verliezers in dit onderwijsjaar is Maurice de Hond. De Hond, initiatiefnemer van de zogeheten Steve Jobsscholen, moest dit jaar zijn biezen pakken als bestuurder. Zijn scholen kwamen onder verscherpt toezicht te staan na rammelende financiën, en de Hond zelf ontving een ton subsidie te veel. Een misverstand, zegt hij zelf. De Hond verkoopt zijn schoolconcept aan andere scholen, maar deze scholen gaven er vanwege de torenhoge kosten massaal de brui aan. Toch lijkt het Maurice de Hond niet echt te deren, zijn schoolconcept vindt gretig aftrek in het goed betalende buitenland.

Nog een verliezer: het College voor Toetsen en Examens kreeg de ene oorvijg na de andere te verduren na een rotzooitje in het examen Frans. Het leidde zelfs tot een rechtszaak en hoewel het CvTE op papier gelijk kreeg “de regels zijn juist toegepast”, is het credo helder: het moet beter.

Sander_Dekker_2015_(1)

Sander Dekker

In het lijstje verliezers kunnen we niet om Sander Dekker heen. De staatssecretaris PO, VO, cultuur en media gaat de geschiedenis in als de man die talloze projecten optuigde, die daarna zo gammel bleken te zijn als een bouwsteiger van gekookte spaghetti. Dekkers kussen bij OCW is niet eens koud of zijn opvolger heeft Dekkers rekentoets al vredig laten inslapen. Het door Dekker gepropageerde lerarenregister wordt uitgesteld en krijgt een herstart. Je weet hoe de vlag erbij hangt als een project al een herstart moet krijgen voor het goed en wel begonnen is. Dekker zelf krijgt een herstart op het ministerie van Justitie, hij is tegenwoordig Minister voor Rechtsbescherming. Ze zijn bij deze gewaarschuwd.

De vakbonden AOb en CNV sluiten ook aan in het rijtje met verliezers. In het jaar waarin PO in Actie het onderwijsvuur tot ongekende hoogten wist op te stoken leken de twee grootste vakbonden alle contact met de werkvloer kwijt. Het gemak waarmee Jan van de Ven en Thijs Roovers bijna het voltallige PO wisten te mobiliseren laat pijnlijk zien waar de bonden het de afgelopen jaren hebben laten liggen. Terwijl bezuiniging op nullijn werd gestapeld, hielden de vakbonden zich bezig met curriculumvernieuwing, een afrekenregister en het in stand houden van ondemocratische nepvertegenwoordigsorganen. Ja, het malieveld kleurde op 5 oktober weer groen-paars van de gratis vakbondspetjes, maar dat was eerder ondanks dan dankzij de oude vakbonden. Nu PO in Actie officieel een vakbond is en ze daarmee aanschuiven aan de cao-tafel voelen de traditionele bonden de warme adem in hun nek. Harder rennen of opgegeten worden, voorspelt de bioloog in mij.

Winnaars zijn er ook. 2017 werd het jaar van de bottum-up. De door leraren Jelmer Evers en Rene Kneyber bepleitte systeemomslag lijkt langzaamaan bewaarheid te worden. Leraren trekken met initiatieven als MeetupNL de autonomie naar zich toe. Het voorbeeld van PO in Actie werd gevolgd door WO-, VO-, MBO- én HBO- in Actie, en hoewel die nog niet zo ver zijn als dat PO in Actie dat is geeft het wat aan over de verenigingsgezindheid in het onderwijs. De maat lijkt vol. Waar de Onderwijscoöperatie de handschoen als beroepsvereniging liet vallen, pakt Beroepsvereniging Leraren Nederland hem op. Lovenswaardige initiatieven, die veel goeds beloven voor de toekomst.

Het wordt tijd voor de prijsuitreiking. We beginnen met de grote verliezer. De koude douche, de loden Loekie, de Sander-Dekker-award, de 4-op-je-eindlijst, de Onderwijsverliezer 2017 is geworden…

Zetels_van_Tweede_Kamer

Politiek Den Haag.

Met zijn allen. Zonder uitzondering. In een jaar waarin de urgentie van de noodkreet uit het onderwijs werd uitgespeld, speelde Den Haag liever politieke spelletjes. Er deden partijen aan de verkiezingen mee zonder het woord “onderwijs” in hun verkiezingsprogramma. Lodewijk Asscher deed na ruim 4 jaar regeringsdeelname nog even of het onderwijs echt heel belangrijk voor hem was, maar vergat dat zijn partij al jaren zowel de minister op OCW als op financiën leverde. Met de door hem geregelde 270 miljoen gingen vervolgens andere partijen strijken. Ja, schaam je, D66. Deze zelfbenoemde onderwijspartij is heel trots op de investering van 450 miljoen om werkdruk te verlichten. In 2021. Als er tenminste uitgewerkte plannen liggen. En als leraren zelf eerst afstand doen van een aantal gunstige regelingen in de cao. Ook over de inzet van PO in actie, gelijktrekking VO-PO salarissen, is de kamer bijzonder helder. Zelfs een onderzoek naar de eventuele mogelijkheden wordt door de coalitie tegengehouden. Maar goed, wat kun je verwachten als de grootste partij van het land het een “ingewikkeld dilemma” vindt of “leraren nóg meer moeten verdienen”. Het zijn mooie praatjes die de woordvoerders ophangen in verkiezingstijd, maar als het dan echt tijd is om boter bij de vis te leveren geeft Den Haag niet thuis. De verenigde onderwijsbelangenbehartigers PO-front rekenden een eenmalige investering van 1,4 miljard voor om het onderwijs de opknapbeurt te geven die het nodig heeft. Dat is toevallig evenveel als het afschaffen van de dividendbelasting ons per jaar kost. Per jaar. Per. Fucking. Jaar.

Ondertussen neemt de ongelijkheid alleen maar toe. Dat is wat mij het meeste zorgen baart, onderwijs heeft niet langer de emanciperende werking. Het doet ertoe wie je ouders zijn en wat ze kunnen betalen. De invloed van het bedrijfsleven wordt groter, de onafhankelijkheid van het onderwijs kleiner. Het lerarentekort zal naar verwachting alleen maar toenemen. Onderwijs houdt op als er niemand voor de klas staat. Geen “creatieve oplossing” kan die vakman of vakvrouw vervangen. Het is tijd voor een aantal maatregelen die het vestigingsklimaat voor leraren verbeteren. Zorg ervoor dat onze kinderen niet de verliezers van 2018 worden. Den Haag, word wakker!

Als er verliezers zijn, dan is er ook een winnaar. En wat voor winnaar. De Gouden Bal, de Ronde-in-de-Arrenslee-door-Thialf, de tien-met-een-griffel, dé Onderwijswinaar 2017 is geworden…

cropped-Sitename-small

PO in Actie.

Het is geen verrassing dat deze bottum-up beweging die het afgelopen jaar aan iedere voorstelbare boom rammelde de winnaar is. Jan van de Ven en Thijs Roovers ontpopten zich tot boegbeeld van een beweging. Ondersteund door een team van collega’s (nog veel te weinig genoemd) kregen zij het voltallige PO in beweging. De PO-raad sloot aan, de traditionele vakbonden deden mee. Ze laten dagelijks zien hoe het ook kan, gewoon vanuit de beroepsgroep zelf. Doen de vakbonden niet wat we willen? Dan richten we een eigen vakbond op! Die verfrissende actiebereidheid, gecombineerd met een vleugje brutaliteit maken PO in Actie tot de onbetwiste winnaar van het afgelopen onderwijsjaar.

In 2017 gaf PO in Actie het onderwijs zijn eigenwaarde weer terug.

Ik heb nu al zin in 2018.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Politiek, media en het klaslokaal

Vorige week was er ophef over een opdracht van een leraar Nederlands. Docent Ivar Gierveld gaf een tiendelige schrijfopdracht waarvan de opkomst van Thierry Baudet één van de onderwerpen was. Als aanzet schreef hij een prikkelende inleiding, waaronder de gewraakte stelling dat we volgens Baudet terug zouden moeten naar een regering van enkele witte mannen. Dat schoot de FvD in het verkeerde keelgat.

Nu wil ik niet oordelen over een uit de context gerukt deel van een opdracht van een vak dat bovendien het mijne niet is. Ik kan er niet over oordelen of dit een goede opdracht is of niet. Volgens collega´s die ik hoog heb zitten is het geen professioneel vakwerk maar is het overdrijven van een standpunt als aanzet voor een schrijfopdracht niet uit den boze. Kan ik me best in vinden.

Interessanter vind ik de discussie over het fenomeen an sich. Een snapshot uit het onderwijs komt op straat te liggen, wordt voorzien van snedig commentaar door politici die er electorale winst mee hopen te halen en een leger internetters-met-een-mening spreekt zich uit over het functioneren van een docent. Of linksstemmende docenten iedere dag onwetende kinderen hersenspoelen en indoctrineren was het bijbehorende overkoepelende discussieonderwerp. Dit is geen nieuw thema, in maart van dit jaar zwengelde Wierd Duk deze discussie al eens aan, waarop correspondent en leraar Johannes Visser uiteenzette dat dat niet zo raar was. Deze keer deed PVV´er Harm Beertema met een motie voor politieke neutraliteit van docenten een duit in het zakje. Michelle van Dijk haalde de kastanjes uit het vuur en schreef een opiniestuk waarin ze met een inkijkje in het docentenbestaan laat zien dat het onmogelijk is om zonder waarden voor de klas te staan. Daarnaast wees ze nog even op het verschil tussen het tot stand komen van de woorden van docenten en die van politici.

Het beste stuk over deze zaak schreef politiek journalist Chris Aalberts. Hij beschreef hoe politici als Baudet uitspraken kunnen doen die over het randje gaan, maar als een docent één uitglijer maakt deze het trollenleger op zich af krijgt.

Inmiddels zijn we twee weken verder sinds FvD’er Ramautarsing de zaak aan het rollen bracht. Na de voor-argumenten, de tegen-argumenten en de daarop volgende nuance raakt de oorspronkelijke discussie steeds verder uit het oog. Dit twitterdraadje was aanleiding voor ronde twee. Wiskundedocente Karin den Heijer herschreef de opdracht om het punt te maken dat de opdracht toch echt slecht was. Haar oproep dat docenten vooral nauwkeurig moesten zijn en een stelling dat veel docenten de opdracht aan het goedpraten waren, zijn het onderwerp van het volgende artikel op TPO, door Sietske Bergsma. En Karin heeft natuurlijk deels gelijk, docenten moeten zorgvuldig zijn, maar dat was nooit de vraag.

Ik vind dat we weg moeten blijven uit het klaslokaal en het oordelen over opdrachten moeten laten bij wie erover gaan: school(leiding), vakgenoten en sectiegenoten. Het onderwijs wordt niet beter door bij iedere onzorgvuldig geformuleerde opdracht een storm van kritiek te ontketenen. Dát is volgens mij het ware discussieonderwerp: hoe houden we de professionaliteit van het onderwijs uit de greep van de politiek?

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Een reactie plaatsen

Smartphones en ongelijkheid

Brugklassers in arme gezinnen krijgen een smartphone. Een smartphone, zo is de redenatie, voorkomt sociaal isolement en is daarnaast noodzakelijk in de moderne middelbare school. In het meningencircus dat volgde verwarden veel mensen het hebben van een smartphone met het 24/7 gebruiken van een smartphone, waarbij ook even vergeten werd dat deze kinderen ook nog ouders en leraren die daar ook nog wat over te zeggen hebben. Ik heb geen leerlingen zonder smartphone in mijn klassen. Nul. Nu heb ik op mijn plattelandsgymnasium een weinig representatieve doelgroep, maar het geeft wel iets aan: een smartphone is prioriteit nummer één. Dat herkende vmbo-expert Corine Korrel ook:

Leerlingen gebruiken smartphones als agenda en cijferadministratie. (Verder lezen: zo ga ik met smartphones in mijn klas om) Het is hun contactmiddel met vrienden, met de klas en met het thuisfront. Als je je kind op een sociale achterstand wil zetten, stuur hem of haar dan zonder smartphone naar de middelbare school. Voor schoolzaken is een smartphone niet noodzakelijk, maar voor de sociale aansluiting – helaas – wel.

Dat gemeente Den Haag dus geld vrijmaakt om kinderen in arme gezinnen te helpen is lovenswaardig. Maar is zo’n gratis smartphone echt de beste manier? Komt de gemeente nu niet te veel achter de voordeur en tussen ouder en kind? Als de gemeente op deze manier erkent dat gezinnen te weinig middelen hebben om hun kinderen te verzorgen zoals we dat in 2017 van ze verwachten, is dan dit de beste manier om ze te helpen? De eerste exemplaren werden uitgereikt aan twee leerlingen die inmiddels al een smartphone hadden. Tja.

Aansluitend bij de start van het nieuwe schooljaar maakt de NRC een serie over het schoolse leven. In deel 1 wordt er ingegaan op het concept maatwerk. De geïnterviewde rector noemde het traditionele onderwijs een “klassieke menshouderij”, waarmee de loopgraven in het onderwijsdebat meteen weer betrokken werden. Een goed stuk over de keerzijde van de maatwerkmedaille schreef Hoogleraar Sociologie Herman van de Werfhorst: gepersonaliseerd onderwijs maakt ongelijkheid juist groter. Is maatwerk dan iets wat juist vermeden moet worden?

De roep om meer maatwerk is al een tijd te horen in het onderwijs. En hoewel hij vaak gepaard gaat met een onterechte karikatuur van het (traditionele) onderwijs, kan ik me er redelijk in vinden. Ik zie regelmatig leerlingen voor wie het vwo nog te makkelijk en te saai is. Bij mij op school zet ik me dan ook in voor een plusprogramma (ik vind “excellentietraject” zo’n vies woord) waarbij we zoveel mogelijk leerlingen extra proberen uit te dagen.

Volgens een aantal studies leidt gepersonaliseerd onderwijs tussen een grotere kloof tussen arm en rijk en tussen hoog- en laagopgeleid. Het heeft te maken met sluipende vooroordelen, pushende ouders en met de ondersteuning die een kind thuis heeft. Is geslaagd gepersonaliseerd onderwijs een utopie? Moeten we ons niet juist focussen op de kinderen met een zwakke achtergrond? En mag dit ten koste gaan aan de hulp de we welgestelde kinderen bieden? Moeten we zelfs de individuele ontplooiing van Sterre en Floris-Jan offeren voor de hulp aan Ricardo en Hasna? De Onderwijsraad schreef een interessant advies: in de tijd waar we “de leerling centraal stellen” moet de overheid een keuze maken tussen individueel en maatschappelijk belang. Als betrokkenen bij het onderwijs moeten we ons bewust zijn van de maatschappelijke gevolgen van het centraal stellen van de leerling.

Ik vind het maar een lastige kwestie. Zo zwart-wit als bijvoorbeeld Pim Pollen hem hierboven schetst is de situatie niet. Ik denk dat een oplossing zou kunnen zijn om meer te kijken naar de omgeving van het kind. Heeft een kind die stimulerende omgeving wel, dan kan een school daar ook gebruik van maken. En bij een omgeving die dat niet kan bieden zou een school, samen met een gemeente, kunnen inspringen. Verder is het van het allergrootse belang dat stapelen weer makkelijker wordt en de toegang tot iedere vorm van onderwijs makkelijker wordt gemaakt. Het is een interessante kwestie waar het laatste woord nog niet over is gezegd. Ik ben heel benieuwd welke richting het nieuwe kabinet gaat kiezen op dit vlak. Want met de huidige onderwijsbewindspersonen ben ik wel een beetje klaar. Deze week sprak minister Bussemaker in het Financieel Dagblad “blijf de tweedeling bestrijden”, holle woorden van de minister die de basisbeurs afschafte. De VVD was ondertussen de basisschoolleraren nog maar een keertje aan het beledigen. Meer maatwerk bij OCW-bewindslieden lijkt me wel wat. En een gratis smartphone voor alle leraren.

Geplaatst in Onderwijs | Een reactie plaatsen

Zomerscholen: gesubsidieerde vercommercialisering

Jaarlijks doen 45.000 leerlingen in het VO het jaar over. Dat is met zo’n €300 miljoen aan kosten een dure operatie. Staatssecretaris Dekker kwam daarom met een maatregel in de strijd tegen zittenblijvers: hij trekt vanaf de zomer van 2016 €9 miljoen uit om zogeheten zomerscholen te financieren. Scholen kunnen zelf een subsidieaanvraag doen en hun leerlingen in de zomer- of meivakantie extra onderwijs bieden. Per leerling is €500 beschikbaar.

Voor scholen is het gezien de bekostiging, cao en hoge werkdruk relatief ingewikkeld om een eigen docent in lesvrije weken aan het werk te zetten. Het is dan ook geen verrassing dat vooral externe instituten worden ingezet om de zomerschool te draaien. De branchevereniging van huiswerkinstituten LVSi schatte dat zo’n 75% van de zomer- en lentescholen worden verzorgd door een commercieel bureau. Precieze cijfers zijn er niet.

Het is niet nieuw dat commerciële instituten worden ingezet om de gaten te vullen. De commercialisering is het onderwijs ingeslopen. Werd er in mijn tijd (eindexamen in 2005) nog lacherig gedaan over examenleerlingen die via universiteiten en Luzac hun “diploma kochten”, tegenwoordig ben je als examenkandidaat een minderheid als je géén commerciële examentraining volgt. Wie niet kan betalen heeft pech. Leren voor school doen leerlingen ergens anders. Dit schaduwonderwijs maakt de kansenongelijkheid groter.

Ook wordt zo de rol van de leraar steeds kleiner. Dat is kwalijk. Want niet alleen bepaalt de kwaliteit van de leraar de kwaliteit van het onderwijs, precies over die kwaliteit is er bij commerciële instituten geen enkele controle. Een lesbevoegdheid is niet noodzakelijk. Er is geen controle door de onderwijsinspectie. Branchevereniging LVSi kent weliswaar een keurmerk, maar voert geen inhoudelijke controle uit zoals de inspectie dat doet. Marktleider Lyceo is zelfs niet eens lid van de branchevereniging.

De invloed van commerciële partijen op het onderwijs wordt pas echt zichtbaar als je de website zomerscholenvo.nl bekijkt. Deze site van de VO-raad is bedoeld voor schoolleiders die aan de slag willen met een lente- of zomerschool. Op de frontpage staat een ronkend verhaal over de samenwerking met examentraininggigant Lyceo. Op de pagina waar de benodigde materialen bij elkaar zijn gezet kun je in twee klikken door naar een site waar alle commerciële aanbieders te vinden zijn. De branchevereniging heeft zijn lobby goed voor elkaar.

Aardrijkskundeleraar Teunis Bloothoofd maakt in zijn ingezonden brief aan de Volkskrant duidelijk dat het onderwijs zo de verkeerde kant op gaat. Leerlingen worden op hun examen voorbereid door studenten die nog nooit een eindexamen hebben nagekeken en soms zelfs niet eens het vak studeren waar ze de training voor geven. Examentrainers bij Lyceo mogen niet te zeggen dat ze een ander vak studeren. Het komt zelfs voor dat een trainer niet eens zelf het betreffende vak gevolgd heeft op de middelbare school! Dit zijn de instituten die we nu via de voordeur de scholen binnenhalen. Als we onderwijs zo overlaten aan de markt zijn de controle over de kwaliteit kwijt.

Dekkers zomerscholen kunnen met de huidige structuur van onderwijsbekostiging niet verzorgd worden door bevoegde docenten. Het ministerie van Onderwijs verstrekt dus een miljoenensubsidie voor oncontroleerbaar onderwijs wat uitgevoerd wordt door leraren zonder diploma. Dekker wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat we daarmee ook de controle uit handen geven wordt vergeten.

Laten we beginnen met het controleren van de kwaliteit van de aangeboden zomerscholen. Dat mogen we als belastingbetalers én als belanghebbenden van een goed opgeleide bevolking verwachten. Tegelijkertijd is het tijd om uit te zoeken wat er gebeurd is met de miljarden die de laatste jaren tevergeefs naar het onderwijs zijn gegaan. Als het geld nu wél bij de klassen terecht komt, kunnen klassen misschien wat kleiner worden en kunnen er meer bevoegde leraren worden aangesteld. Dekker moet zijn miljoenen uitgeven aan het verhogen van de onderwijskwaliteit. De onderwijsboot is lek. En in plaats van te luisteren naar zijn bemanning geeft Dekker zijn geld liever uit aan ondernemers die met een rolletje Ducttape en een gepeperde rekening klaarstaan om het gat af te plakken.

Geplaatst in Onderwijs | Tags: , , | 3 reacties

Het lerarenregister rommelt door

Onderstaand stuk is ook verschenen op komenskypost.nl.

Over het lerarenregister is al veel geschreven. Ik schreef eerder een blog over de tegenargumenten. Jelmer Evers schreef in drie delen een genuanceerd verhaal over juist de noodzaak van een sterke beroepsgroep, inclusief register. De kogel is inmiddels door de kerk en het register gaat er komen. Ik riep in een eerder blog op om er dan samen het beste van te gaan maken. In dat blog deed ik ook de oproep om de Onderwijscoöperatie (het uitvoerend orgaan) te democratiseren.

Deze week werd duidelijk hoe de democratie van het register eruit gaat zien. Op dit moment is er een vrijwillig register. Dat sluit per 1 augustus 2017. De onderwijscoöperatie (OC) regelt op dit moment daar de gang van zaken. De OC heeft een bestuur (de vier bestuurders van de lidorganisaties onder leiding van Joost Kentson) en een bureau (ongeveer 30 man, onder leiding van Annet Kil). Verantwoording wordt afgelegd aan een algemene ledenvergadering, bestaand uit 4 personen die worden afgevaardigd vanuit het de onderliggende organisaties Aob, CNV, FVOV en VVVO. Daarnaast is er een lerarenadviesraad met enkel adviesrecht, bestaand uit 50 personen die ook weer afgevaardigden zijn vanuit de lidorganisaties.

Vanaf 2018 is het lerarenregister verplicht. Een nog op te richten deelnemersvergadering is dan het hoogste orgaan, met een werkzame afvaardiging van 24 personen die neem ik aan, verantwoordelijk worden voor het reilen en zeilen van het register.

Op dit moment zijn er 77.000 leraren aangemeld bij het vrijwillige register. 39.000 zijn door de registratie heen, de rest heeft alleen een account aangemaakt. Ongeveer 15% van alle (250.000) leraren van Nederland staat dus nu in het lerarenregister.

Nu zou de vervolgstap volgens mij heel simpel moeten zijn: iedereen wordt lid, kan zich verkiesbaar stellen en de nieuwe 24 mans afvaardiging kan aan de slag met herregistratiecriteria, etc. Eenmaal per jaar een ALV, eventueel waar nodig een (digitaal) referendum en je hebt een werkzame democratische organisatie.

Het vervolgtraject is echter als volgt:

De huidige ingeschreven leden vormen de deelnemersvergadering en gaan uit hun midden een afvaardiging kiezen. Daarna wordt het vrijwillige register opgedoekt en gaat de tent in 2018 weer open. Omdat er nu nog geen deelnemersvergadering is regelt de Onderwijscoöperatie de eerste verkiezing.

De democratisering gaat dus meteen al mis. In plaats van éven te wachten totdat daadwerkelijk iedereen ingeschreven is beslist een niet-representatieve groep van early adopters over het cruciale beginstadium van het register. Hoe cruciaal dit is laat de OC helaas zelf al meteen zien: iedereen die zich vóór 1 augustus nog even inschrijft krijgt alvast wat registeruren cadeau. Een account maken is het nieuwe professionaliseren. Het is schandalig dat de Onderwijscoöperatie hier de geloofwaardigheid van het register meteen al te grabbel gooit.

Het register is van de beroepsgroep. Van ALLE leraren. Niet van de 15% snelle inschrijvers en al helemaal niet van de bestuurderskoepel die de Onderwijscoöperatie nu helaas is. One man, one vote wás het credo en moet het credo blijven. Nu rommelt het register op sneltreinvaart door over een spoorrails die nog niet af is terwijl 70% van de passagiers niet aan boord zijn.

Bezint eer ge begint.

Geplaatst in Onderwijs | Tags: | 7 reacties