Smartphones en ongelijkheid

Brugklassers in arme gezinnen krijgen een smartphone. Een smartphone, zo is de redenatie, voorkomt sociaal isolement en is daarnaast noodzakelijk in de moderne middelbare school. In het meningencircus dat volgde verwarden veel mensen het hebben van een smartphone met het 24/7 gebruiken van een smartphone, waarbij ook even vergeten werd dat deze kinderen ook nog ouders en leraren die daar ook nog wat over te zeggen hebben. Ik heb geen leerlingen zonder smartphone in mijn klassen. Nul. Nu heb ik op mijn plattelandsgymnasium een weinig representatieve doelgroep, maar het geeft wel iets aan: een smartphone is prioriteit nummer één. Dat herkende vmbo-expert Corine Korrel ook:

Leerlingen gebruiken smartphones als agenda en cijferadministratie. (Verder lezen: zo ga ik met smartphones in mijn klas om) Het is hun contactmiddel met vrienden, met de klas en met het thuisfront. Als je je kind op een sociale achterstand wil zetten, stuur hem of haar dan zonder smartphone naar de middelbare school. Voor schoolzaken is een smartphone niet noodzakelijk, maar voor de sociale aansluiting – helaas – wel.

Dat gemeente Den Haag dus geld vrijmaakt om kinderen in arme gezinnen te helpen is lovenswaardig. Maar is zo’n gratis smartphone echt de beste manier? Komt de gemeente nu niet te veel achter de voordeur en tussen ouder en kind? Als de gemeente op deze manier erkent dat gezinnen te weinig middelen hebben om hun kinderen te verzorgen zoals we dat in 2017 van ze verwachten, is dan dit de beste manier om ze te helpen? De eerste exemplaren werden uitgereikt aan twee leerlingen die inmiddels al een smartphone hadden. Tja.

Aansluitend bij de start van het nieuwe schooljaar maakt de NRC een serie over het schoolse leven. In deel 1 wordt er ingegaan op het concept maatwerk. De geïnterviewde rector noemde het traditionele onderwijs een “klassieke menshouderij”, waarmee de loopgraven in het onderwijsdebat meteen weer betrokken werden. Een goed stuk over de keerzijde van de maatwerkmedaille schreef Hoogleraar Sociologie Herman van de Werfhorst: gepersonaliseerd onderwijs maakt ongelijkheid juist groter. Is maatwerk dan iets wat juist vermeden moet worden?

De roep om meer maatwerk is al een tijd te horen in het onderwijs. En hoewel hij vaak gepaard gaat met een onterechte karikatuur van het (traditionele) onderwijs, kan ik me er redelijk in vinden. Ik zie regelmatig leerlingen voor wie het vwo nog te makkelijk en te saai is. Bij mij op school zet ik me dan ook in voor een plusprogramma (ik vind “excellentietraject” zo’n vies woord) waarbij we zoveel mogelijk leerlingen extra proberen uit te dagen.

Volgens een aantal studies leidt gepersonaliseerd onderwijs tussen een grotere kloof tussen arm en rijk en tussen hoog- en laagopgeleid. Het heeft te maken met sluipende vooroordelen, pushende ouders en met de ondersteuning die een kind thuis heeft. Is geslaagd gepersonaliseerd onderwijs een utopie? Moeten we ons niet juist focussen op de kinderen met een zwakke achtergrond? En mag dit ten koste gaan aan de hulp de we welgestelde kinderen bieden? Moeten we zelfs de individuele ontplooiing van Sterre en Floris-Jan offeren voor de hulp aan Ricardo en Hasna? De Onderwijsraad schreef een interessant advies: in de tijd waar we “de leerling centraal stellen” moet de overheid een keuze maken tussen individueel en maatschappelijk belang. Als betrokkenen bij het onderwijs moeten we ons bewust zijn van de maatschappelijke gevolgen van het centraal stellen van de leerling.

Ik vind het maar een lastige kwestie. Zo zwart-wit als bijvoorbeeld Pim Pollen hem hierboven schetst is de situatie niet. Ik denk dat een oplossing zou kunnen zijn om meer te kijken naar de omgeving van het kind. Heeft een kind die stimulerende omgeving wel, dan kan een school daar ook gebruik van maken. En bij een omgeving die dat niet kan bieden zou een school, samen met een gemeente, kunnen inspringen. Verder is het van het allergrootse belang dat stapelen weer makkelijker wordt en de toegang tot iedere vorm van onderwijs makkelijker wordt gemaakt. Het is een interessante kwestie waar het laatste woord nog niet over is gezegd. Ik ben heel benieuwd welke richting het nieuwe kabinet gaat kiezen op dit vlak. Want met de huidige onderwijsbewindspersonen ben ik wel een beetje klaar. Deze week sprak minister Bussemaker in het Financieel Dagblad “blijf de tweedeling bestrijden”, holle woorden van de minister die de basisbeurs afschafte. De VVD was ondertussen de basisschoolleraren nog maar een keertje aan het beledigen. Meer maatwerk bij OCW-bewindslieden lijkt me wel wat. En een gratis smartphone voor alle leraren.

Geplaatst in Onderwijs | Een reactie plaatsen

Zomerscholen: gesubsidieerde vercommercialisering

Jaarlijks doen 45.000 leerlingen in het VO het jaar over. Dat is met zo’n €300 miljoen aan kosten een dure operatie. Staatssecretaris Dekker kwam daarom met een maatregel in de strijd tegen zittenblijvers: hij trekt vanaf de zomer van 2016 €9 miljoen uit om zogeheten zomerscholen te financieren. Scholen kunnen zelf een subsidieaanvraag doen en hun leerlingen in de zomer- of meivakantie extra onderwijs bieden. Per leerling is €500 beschikbaar.

Voor scholen is het gezien de bekostiging, cao en hoge werkdruk relatief ingewikkeld om een eigen docent in lesvrije weken aan het werk te zetten. Het is dan ook geen verrassing dat vooral externe instituten worden ingezet om de zomerschool te draaien. De branchevereniging van huiswerkinstituten LVSi schatte dat zo’n 75% van de zomer- en lentescholen worden verzorgd door een commercieel bureau. Precieze cijfers zijn er niet.

Het is niet nieuw dat commerciële instituten worden ingezet om de gaten te vullen. De commercialisering is het onderwijs ingeslopen. Werd er in mijn tijd (eindexamen in 2005) nog lacherig gedaan over examenleerlingen die via universiteiten en Luzac hun “diploma kochten”, tegenwoordig ben je als examenkandidaat een minderheid als je géén commerciële examentraining volgt. Wie niet kan betalen heeft pech. Leren voor school doen leerlingen ergens anders. Dit schaduwonderwijs maakt de kansenongelijkheid groter.

Ook wordt zo de rol van de leraar steeds kleiner. Dat is kwalijk. Want niet alleen bepaalt de kwaliteit van de leraar de kwaliteit van het onderwijs, precies over die kwaliteit is er bij commerciële instituten geen enkele controle. Een lesbevoegdheid is niet noodzakelijk. Er is geen controle door de onderwijsinspectie. Branchevereniging LVSi kent weliswaar een keurmerk, maar voert geen inhoudelijke controle uit zoals de inspectie dat doet. Marktleider Lyceo is zelfs niet eens lid van de branchevereniging.

De invloed van commerciële partijen op het onderwijs wordt pas echt zichtbaar als je de website zomerscholenvo.nl bekijkt. Deze site van de VO-raad is bedoeld voor schoolleiders die aan de slag willen met een lente- of zomerschool. Op de frontpage staat een ronkend verhaal over de samenwerking met examentraininggigant Lyceo. Op de pagina waar de benodigde materialen bij elkaar zijn gezet kun je in twee klikken door naar een site waar alle commerciële aanbieders te vinden zijn. De branchevereniging heeft zijn lobby goed voor elkaar.

Aardrijkskundeleraar Teunis Bloothoofd maakt in zijn ingezonden brief aan de Volkskrant duidelijk dat het onderwijs zo de verkeerde kant op gaat. Leerlingen worden op hun examen voorbereid door studenten die nog nooit een eindexamen hebben nagekeken en soms zelfs niet eens het vak studeren waar ze de training voor geven. Examentrainers bij Lyceo mogen niet te zeggen dat ze een ander vak studeren. Het komt zelfs voor dat een trainer niet eens zelf het betreffende vak gevolgd heeft op de middelbare school! Dit zijn de instituten die we nu via de voordeur de scholen binnenhalen. Als we onderwijs zo overlaten aan de markt zijn de controle over de kwaliteit kwijt.

Dekkers zomerscholen kunnen met de huidige structuur van onderwijsbekostiging niet verzorgd worden door bevoegde docenten. Het ministerie van Onderwijs verstrekt dus een miljoenensubsidie voor oncontroleerbaar onderwijs wat uitgevoerd wordt door leraren zonder diploma. Dekker wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat we daarmee ook de controle uit handen geven wordt vergeten.

Laten we beginnen met het controleren van de kwaliteit van de aangeboden zomerscholen. Dat mogen we als belastingbetalers én als belanghebbenden van een goed opgeleide bevolking verwachten. Tegelijkertijd is het tijd om uit te zoeken wat er gebeurd is met de miljarden die de laatste jaren tevergeefs naar het onderwijs zijn gegaan. Als het geld nu wél bij de klassen terecht komt, kunnen klassen misschien wat kleiner worden en kunnen er meer bevoegde leraren worden aangesteld. Dekker moet zijn miljoenen uitgeven aan het verhogen van de onderwijskwaliteit. De onderwijsboot is lek. En in plaats van te luisteren naar zijn bemanning geeft Dekker zijn geld liever uit aan ondernemers die met een rolletje Ducttape en een gepeperde rekening klaarstaan om het gat af te plakken.

Geplaatst in Onderwijs | Tags: , , | 3 reacties

Het lerarenregister rommelt door

Onderstaand stuk is ook verschenen op komenskypost.nl.

Over het lerarenregister is al veel geschreven. Ik schreef eerder een blog over de tegenargumenten. Jelmer Evers schreef in drie delen een genuanceerd verhaal over juist de noodzaak van een sterke beroepsgroep, inclusief register. De kogel is inmiddels door de kerk en het register gaat er komen. Ik riep in een eerder blog op om er dan samen het beste van te gaan maken. In dat blog deed ik ook de oproep om de Onderwijscoöperatie (het uitvoerend orgaan) te democratiseren.

Deze week werd duidelijk hoe de democratie van het register eruit gaat zien. Op dit moment is er een vrijwillig register. Dat sluit per 1 augustus 2017. De onderwijscoöperatie (OC) regelt op dit moment daar de gang van zaken. De OC heeft een bestuur (de vier bestuurders van de lidorganisaties onder leiding van Joost Kentson) en een bureau (ongeveer 30 man, onder leiding van Annet Kil). Verantwoording wordt afgelegd aan een algemene ledenvergadering, bestaand uit 4 personen die worden afgevaardigd vanuit het de onderliggende organisaties Aob, CNV, FVOV en VVVO. Daarnaast is er een lerarenadviesraad met enkel adviesrecht, bestaand uit 50 personen die ook weer afgevaardigden zijn vanuit de lidorganisaties.

Vanaf 2018 is het lerarenregister verplicht. Een nog op te richten deelnemersvergadering is dan het hoogste orgaan, met een werkzame afvaardiging van 24 personen die neem ik aan, verantwoordelijk worden voor het reilen en zeilen van het register.

Op dit moment zijn er 77.000 leraren aangemeld bij het vrijwillige register. 39.000 zijn door de registratie heen, de rest heeft alleen een account aangemaakt. Ongeveer 15% van alle (250.000) leraren van Nederland staat dus nu in het lerarenregister.

Nu zou de vervolgstap volgens mij heel simpel moeten zijn: iedereen wordt lid, kan zich verkiesbaar stellen en de nieuwe 24 mans afvaardiging kan aan de slag met herregistratiecriteria, etc. Eenmaal per jaar een ALV, eventueel waar nodig een (digitaal) referendum en je hebt een werkzame democratische organisatie.

Het vervolgtraject is echter als volgt:

De huidige ingeschreven leden vormen de deelnemersvergadering en gaan uit hun midden een afvaardiging kiezen. Daarna wordt het vrijwillige register opgedoekt en gaat de tent in 2018 weer open. Omdat er nu nog geen deelnemersvergadering is regelt de Onderwijscoöperatie de eerste verkiezing.

De democratisering gaat dus meteen al mis. In plaats van éven te wachten totdat daadwerkelijk iedereen ingeschreven is beslist een niet-representatieve groep van early adopters over het cruciale beginstadium van het register. Hoe cruciaal dit is laat de OC helaas zelf al meteen zien: iedereen die zich vóór 1 augustus nog even inschrijft krijgt alvast wat registeruren cadeau. Een account maken is het nieuwe professionaliseren. Het is schandalig dat de Onderwijscoöperatie hier de geloofwaardigheid van het register meteen al te grabbel gooit.

Het register is van de beroepsgroep. Van ALLE leraren. Niet van de 15% snelle inschrijvers en al helemaal niet van de bestuurderskoepel die de Onderwijscoöperatie nu helaas is. One man, one vote wás het credo en moet het credo blijven. Nu rommelt het register op sneltreinvaart door over een spoorrails die nog niet af is terwijl 70% van de passagiers niet aan boord zijn.

Bezint eer ge begint.

Geplaatst in Onderwijs | Tags: | 6 reacties

Uit de klas: de telefoontas

In de categorie “Uit de klas”, deel ik onderwijservaringen waar andere onderwijsmensen misschien wat aan kunnen hebben. Vandaag een op verzoek: hoe bevalt mobielloos onderwijs mij?

De zoemer gaat. Een paar minuten later komen leerlingen binnen. Telefoon in hun hand, zachtjes pratend zoeken ze hun plek. Ze hangen over de tafels, hun ogen nog altijd gericht op het kleine scherm. Sommigen laten elkaar zien wat er op hun schermpje staat. “Goedemorgen meneer” zegt er één.  “Goedemorgen allemaal” zeg ik. “Telefoons weg, dan kunnen we beginnen”.

Ik was het zat om zes, zeven, acht keer per dag mijn les op zo’n manier op te starten. Ik was het zat om continu in de gaten houden of leerlingen die met een glimlach richting hun kruis keken daar geen clandistien apparaatje verstopt hielden.

Nu denk ik dat ik redelijk goed oplet op wat leerlingen allemaal doen. Ik hanteerde de regel: één waarschuwing, daarna innemen. “Innemen” betekent bij ons op school dat een leerling zijn of haar telefoon kan ophalen bij de administratie, na hun laatste lesuur. Overigens bestond bij ons de regel dat telefoon uit en/of in het kluisje moesten zijn. Enfin. Meerdere keren per les moest ik leerlingen verzoeken hun telefoon weg te doen. Meerdere keren per week kwam ik een telefoon bij de administratie brengen. Mijn record zit op 15 ingenomen telefoons tijdens één lesuur.

En ik begrijp het. Voor tieners, loswekend uit het ouderlijk nest, is niets zo belangrijk als feedback van leeftijdsgenoten. En wat is er dan fijner om te zien dat de ene vriend je foto leuk vindt en een andere vriendin je statusupdate grappig vindt? Er is nauwelijks een groter genot dan zien dat iemand jou belangrijk genoeg vindt om een berichtje te sturen. Want dat is het, genot. Het is precies wat in onze hersenen op zo’n moment gebeurt: dopamine komt vrij, een geluksneurotransmitter. We vinden het fijn en onze hersenen willen er meer van.

Ik verlies als docent altijd de strijd met zo’n apparaatje. Hoe boeiend mijn uiteenzetting over de fotosynthese ook is, een trillende broekzak die mogelijk dopamine oplevert is interessanter. Daarom besloot ik dat het tijd was om het anders aan te pakken. Van mijn schoolleiding mocht ik een telefoontas aanschaffen, en met mijn zesde klas sprak ik de regels af:

  • Aan het begin van de les de telefoon in de tas, op het einde er pas weer uit
  • Je pakt alleen je eigen telefoon uit de tas, tenzij iemand je het specifiek vraagt.

Over de plek in de klas hadden ze een duidelijke mening: “Doe maar uit het zicht meneer, dan denken we er minder snel aan”. Nu heb ik die luxe in mijn prachtige lokaal, dus hangt de telefoontas naast de deur, uit het zicht. In de onderbouw kwam er nog een regel bij trouwens, daar heeft iedere leerling een vast vakje, corresponderend met het nummer op de klassenlijst. De invoering van “de tas” ging als een lopend vuurtje de school rond. In klas 4 en 5 werd er in het begin wat gemopperd en ook in klas 6 was en is nog niet iedereen overtuigd. Inmiddels is het gebruik van de tas gewoon geworden. Op mijn school heeft ongeveer de helft van de docenten het idee omarmd.

2017-04-04 12.38.47.jpg

Nu een aantal maanden later bevalt het me nog steeds fantastisch. De klassen zijn levendiger, leerlingen reageren meer op elkaar, de les start sneller op en de leerlingen werken geconcentreerder. En lees wat deze twee vijfdeklassers er zelf over zeggen, in hun essay wat ze bij mijn collega van Nederlands schrijven:

“Moeten we de telefoon dan verbannen? Het is op zijn minst een poging waard, dus het wordt al uitgeprobeerd bij biologie. Als we binnenkomen, hangt er aan de muur een mooie telefoontas met dertig vakjes waar al onze mobieltjes in passen. Niemand raakt er dus door afgeleid en ik zie dat leerlingen enthousiaster worden. Bij biologie worden er steeds vaker vragen gesteld die met het onderwerp te maken en de interesse in het vak lijkt gestegen te zijn. We dwalen wel steeds vaker af van het onderwerp, maar dat maakt het vak soms wel een stuk interessanter en leerlingen worden gemotiveerder, dus lijkt het mij goed om in meer lokalen zo’n telefoontas te gebruiken.”

 

“In eerste instantie leken deze tassen me verschrikkelijk nutteloos, maar nu ze bij een aantal docenten toch gebruikt worden, moet ik toegeven dat ik wel enigszins van mening veranderd ben. Het blijkt een effectieve manier te zijn om leerlingen bij de les te houden en de docenten hoeven niet meer als een stel politieagenten door het lokaal te lopen om alle telefoons in te nemen. Ik denk dat het een goede manier om leerlingen te laten focussen tijdens de les en tegelijkertijd ook de kans te bieden om tussen de lessen door even snel hun telefoon te gebruiken.”

De telefoontas is een hulpmiddel om een hogere opbrengt te halen uit de lessen om leerlingen te leren concentreren. Net zoals we geen tv constant aan hebben staan in de klas moeten we ook het gebruik van mobieltjes reguleren. En natuurlijk, als het gebruik van een “device” wat toevoegt voor je les, gebruik ze. Ze zijn zó gepakt en na afloop weer opgeborgen. Dan kan iedereen zich weer concentreren op de les.

Aan het begin van mijn experiment schrokken leerlingen soms als ze een lege broekzak voelden. Vorige week maakte ik het omgekeerde mee: een leerling schrok toen “zijn” vakje leeg was. Wat bleek? Zijn telefoon zat nog in zijn broekzak, hij was hem helemaal vergeten.

 

 

Verder lezen?

De klas van Johannes Visser leefde een week zonder mobieltje op school.

Wat Johannes en zijn klas leerden van die week zonder mobieltjes

Youtube: Simon Sinek on Millennial and Internet Addiction

En hier bestelde ik mijn telefoontas.

 

Geplaatst in Uit de klas | 2 reacties

Uit de klas: Meiosespel

Tijd voor een nieuwe categorie op mijn blog. “Uit de klas”, waar ik onderwijservaringen wil delen waar andere onderwijsmensen misschien wat aan kunnen hebben. Vandaag de eerste: ik probeerde een werkvorm van @___pi uit. 

Ik hou van Twitter. Twitter levert me een netwerk met leraren en andere onderwijsmensen op dat ik anders nooit zou hebben gehad. En dat levert weer een heleboel op voor mijn eigen onderwijs. Eén van die mensen die ik volg is medebioloog @___pi, Per-Ivar Kloen. En die deed iets heel leuks: hij liet leerlingen een bordspel óf een strip maken over de meiose. De meiose, de celdeling waarbij geslachtscellen ontstaan, is ieder jaar weer een pittig onderwerp in de vierde. Een paar weken eerder behandelen we de mitose, de “gewone” celdeling. Meestal laat ik ze voor de mitose een poster maken, en behandelen we de meiose klassikaal, met animaties, bordtekeningen en hier en daar wat uitbeelden. En die Per-Ivar deed dat met een spel?

Nu hou ik, net zoals veel biologen, wel van bordspellen. Ook mijn vakdidactica legde de link met spelletjes en de biologieles regelmatig, dus het besluit om hier in het diepe te springen was snel genomen. Wat kan er per slot van rekening eigenlijk fout gaan? Verbeteren kan niet zonder dingen uit te proberen.

Na een les uitleg over de meiose met BINAS erbij leek overal het kwartje wel gevallen en konden we los: “Jullie maken een spel of een strip waarin de verschillen tussen de mitose en meiose duidelijk worden. Over 2 lessen moet het af zijn!” Na een paar minuten kwamen de eerste leerlingen al om materiaal vragen en na 5 minuten was ieder groepje al aan de slag met het uitwerken van een idee. Ik stond versteld. Wat een creativiteit!

De opeenvolgende lessen waren heerlijk. Leerlingen kwamen binnen, zetten de tafels bij elkaar, knutselden verder en steeds werd er ook na de zoemer nog even doorgewerkt. Mijn bericht “het is tijd om op te ruimen” werd regelmatig beantwoord met verraste blikken richting de klok. Het werd me duidelijk dat ze het niet in twee lessen af zouden krijgen en ik besloot iets meer tijd vrij te maken. Als je zoiets doet, moet het ook goed. In een van die lessen hoorde ik een leerling tegen zijn groepsgenoten zeggen “ik denk dat ik het door het maken van dit spel beter snap”. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, niet?

De beoordelingscriteria stelde ik in overleg met de klas op: verzorging, biologische correctheid, originaliteit en de belangrijkste: leert iemand die het spel speelt wat over de meiose? Het beoordelen zelf vond ik weer een van de leukste dingen om te doen. Ik ging van groepje naar groepje, waar mijn leerlingen lieten zien wat ze gemaakt hadden en uitleg gaven over de spelregels. De rest van de klas speelde hun eigen spelletjes ondertussen verder. Een strip had niemand gemaakt, maar dat vond ik met deze resultaten eigenlijk niet eens erg.

Wat ik aantrof was fantastisch. “Chromopoly” waarbij iemand eigenaar kan worden van bijvoorbeeld Telofase II. Of een “kakkerlakken”variant, waarbij spelers de verschillende fases in de goede volgorde moeten opgooien, de andere spelers controleren of dat inderdaad de goede fase is. “Cel Erger Je Niet”, naar het bekende spel, waarbij spelers door de mitose en meiose lopen. Een Ganzenbord-Triviant variant waarbij spelers op bepaalde vakjes makkelijke of moeilijke vragen moeten beantwoorden over de celdeling. En een spel waarbij twee teams tegen elkaar spelen en de meiose compleet moeten krijgen door het beantwoorden van vragen. Eén groepje was digitaal gegaan, en maakte een computerspel “Meimory” waarbij een plaatje van een fase uit de mitose of meiose gekoppeld moet worden aan de juiste omschrijving.

Zijn er ook nadelen? Ja. Het kost tijd, meer tijd dan ik van tevoren had gedacht. Ook was het niet bij ieder groepje feest. Een simpele memoryvariant waarbij je geen enkele kennis over celdeling hoefde te hebben was bijvoorbeeld een beetje jammer. Op mijn vraag “wie snapt er door deze werkvorm de meiose nu beter?” gingen veel handen de lucht in, op dat groepje na. Iets beter monitoren tijdens de eerste fase zou dat probleem moeten oplossen. Ook het beoordelen ga ik een volgende keer anders doen, met een grotere rol voor de leerlingen zelf. Zou ik het volgend jaar weer doen? Misschien. Hangt af van de planning en de periode. Maar als ik enigszins tijd kan maken: zeker.

Dank aan Per-Ivar, dank aan mijn vierde klas.

 

 

Geplaatst in Uit de klas | 2 reacties

Praat liever eens met je leraar, Merle

Ik schreef dit blog als reactie op het ingezonden stuk “Aan dit onderwijs heb ik niks” van Merle van Lier (NRC – blendle €). Mijn stuk is verschenen op de NRC Opiniepagina op 23 februauri.

 

Beste Merle,

Allereerst, hulde dat je onderwijstekortkomingen aankaart. Het leverde flink wat discussie op, je zult er ongetwijfeld wat van hebben meegekregen. Ik voelde me als leraar aangesproken om te reageren, temeer omdat ik regelmatig met mijn eigen leerlingen over hetzelfde onderwerp praat.

Je eerste argument is dat je niet denkt dat je goed wordt voorbereid op het leven na de middelbare school. Nu is het makkelijk om te zeggen dat je daar nog niets over kunt zeggen, maar het is wel waar. Ik kon in de zesde ook nog niet inschatten dat ik later regelmatig iets zou publiceren. Of dat natuurkunde en wiskunde toch wel een meerwaarde zouden zijn bij mijn biologiestudie. Of dat ze op het Franse platteland inderdaad echt geen Engels spreken. Kunnen er dingen beter? Zeker. Maar stellen dat je niet wordt voorbereid op het latere leven is een hyperbool van jewelste. Jammer.

Je noemt verzekeringen, hypotheken en belastingaangifte als onderwerpen die je gemist hebt in jouw schoolloopbaan. En “stemmen”. Die eerste drie maar even bij elkaar: je had natuurlijk de vakken economie of M&O kunnen volgen waarbij deze onderwerpen besproken worden. Maar als je dat niet doet, dan krijg je op de middelbare school alsnog de studievaardigheden mee waarmee je jezelf die kennis eigen kunt maken wanneer het relevant is. Je hebt als het op deze onderwerpen aankomt sowieso meer aan een gedegen basis wiskunde dan aan een paar gelegenheidscolleges.

Daarnaast noem je kennis over de democratie. Je noemt dat even later “burgerschap”, al zijn die twee niet hetzelfde. Als het goed is, heb je het verplichte vak maatschappijleer gevolgd. Daar zit dit in het curriculum. Het kan natuurlijk dat dat op jouw school niet goed uit de verf is gekomen, maar dat is niet per se een zaak voor de landelijke onderwijspolitiek. Ik vind het grappig overigens dat je Paul van Meenen en Loes Ypma en hun partijen iets verderop in je betoog noemt. Blijkbaar weet je toch zo het een en ander over het politieke stelsel.

Je noemt een maatwerkdiploma als een oplossing voor het probleem “dat je alle vakken op hetzelfde niveau moet volgen”. Vervolgens citeer je Paul Rosenmöller over dyslectische leerlingen. Ja, het zou mooi zijn als sommige leerlingen af en toe een vak een niveautje hoger kunnen doen. Maar dat levert zo’n organisatorische rompslomp op dat het op dit moment totaal onhaalbaar is. Mijn ideaalbeeld is een school waar in wisselende samenstellingen op wisselende niveaus per vak (of overstijgend) geleerd wordt, maar met de huidige bekostiging is dat niet te doen. Het vereist sowieso een totale andere aanpak van lesgeven, organisatie en examinering. Maar als dat je punt is, ok, daar wil ik best in mee gaan.

Je sluit je betoog voor een ander curriculum af met een verwijzing naar studiedruk, vakken die je dezelfde leerstof aanbieden en een verwijt dat lessen niet zinnig worden ingevuld. Je zit veel film te kijken, zeg je. Dat het vwo, en zeker het tweetalig, een hoge tijdsbelasting heeft zal niemand ontkennen. Zeker met diverse sportclubs of andere verenigingen, een bijbaantje of twee en soms de voorbereiding op bijvoorbeeld een decentrale selectie of rijexamen hebben veel leerlingen het zwaar. Dat is absoluut iets wat meer aandacht moet krijgen. Of het uitkleden van het curriculum daar het antwoord op is weet ik niet, je geeft zelf het ook al aan: de middelbare school moet wel voorbereiden op de toekomst.

Je noemt Finland en de bekende Aziatische landen als voorbeelden met minder lesuren. Los van het feit dat die stelsels heel anders in elkaar zitten, zijn dit geen beste voorbeelden om jouw punt te onderstrepen. In Finland ervaren veel leerlingen juist een ontzettend hoge druk van hun schoolwerk (67% van de meisjes), zo bleek uit het HBSC-onderzoek. Nederland (31%) doet het op dat gebied relatief goed.

Terug naar ons land: bij jou op school zijn er blijkbaar vakken waar er weinig onderling afgestemd wordt. Kan gebeuren en jouw school is daar vast de enige niet in. De oplossing ligt hier dicht bij huis: bij jouw leraren. Een gesprek met hen over de stof die ze kunnen schrappen is een beter middel om dat te veranderen dan een ingezonden brief in een landelijke krant. Ik stel ook voor dat je het filmkijken daar aankaart, want ik weet vrij zeker dat er in de rest van Nederland bijzonder weinig docenten zijn die “niet weten hoe ze de les moeten vullen” en dus maar een film draaien.

Eigenlijk, Merle, snap ik niet zo goed waar je heen wilt met je betoog. Je studiedrukargument staat haaks op jouw observatie dat in de lessen niets gedaan wordt, je wilt onderwerpen aan het curriculum toevoegen die er al lang in staan en je generaliseert jouw observaties te makkelijk naar “het onderwijs”.

We willen graag scholen bouwen die leerlingen aansporen het beste uit zichzelf te halen, hen kennis bij te brengen en hen de wereld te laten verbeteren. Kritische geesten zijn altijd welkom in gesprekken over de inrichting van ons onderwijs, er kunnen zeker zaken beter, maar graag een volgende keer iets meer gebaseerd op feiten. Je bent meer dan welkom.

Met vriendelijke groet,

Steven Geurts, leraar.

Geplaatst in Onderwijs | 4 reacties

Partijprogramma´s beoordeeld

De PvdA en de VVD draaien al enkele jaren aan de knoppen op het belangrijkste ministerie van Nederland. D66 en GroenLinks claimen ondertussen dé onderwijspartij(en?) te zijn. SP, CDA en PVV hebben gepassioneerde onderwijswoordvoerders. Ook partijen als ChristenUnie en SGP zijn behoorlijk actief op dit terrein en laten zich niet alleen horen als het op bijzonder onderwijs aankomt. Vandaag echter geen reflectie op het huidige beleid, maar een blik vooruit. Het is weer verkiezingstijd! Ik neem alle programma’s door, zodat u dat niet meer hoeft te doen. Ik zoek naar samenhang in het onderwijsbeleid en naar aanpak van de grootste problemen in het onderwijs van dit moment: de toenemende kansenongelijkheid en het lerarentekort.

 

Basis RGB

De grootste machtspartij is nummer twee in de peilingen op dit moment en is al jaren vaste leverancier van staatssecretarissen waarvan lerarenbloed spontaan begint te koken. De VVD begint met een alinea over veranderende samenlevingen en onderwijs dat mee moet ontwikkelen.

Het fijne van de VVD vind ik altijd dat ze heel voorspelbaar zijn. Keuzevrijheid en marktwerking staan voorop, ook in het onderwijs. Ondertussen wil de VVD wel vrij veel gedetailleerd inkleuren. Het leidt helaas tot een onderwijsparagraaf die ietwat schizofreen te noemen valt. Scholen krijgen bijvoorbeeld meer vrijheid om het curriculum in te vullen, maar moeten wel plek maken voor digitale vaardigheden, rekentoets, de “basisvakken”, Nederlandse waarden, seksualiteit & diversiteit, ondernemen en “samenwerken”.

De VVD zet op veel punten het huidige kabinetsbeleid gewoon door. Passend onderwijs blijft, het lerarenregister komt er. Het lerarentekort gaat de VVD tegen met “betere beloningen voor betere docenten” en met de mogelijkheid tot specialiseren. Volgens de VVD maken onderscheidende carrièrepaden het vak aantrekkelijker. Verder worden de lerarenopleidingen vernieuwd en de toegang tot de Pabo strenger. Ook gaat de VVD regelen dat scholen ook wat te zeggen hebben over het eindcijfer van een LIO-stagiair. Tja, dat was al even zo.

Basisscholen moeten gaan samenwerken met voorschoolse opvang én moeten flexibeler worden qua openingstijden en vakanties en de leerplicht moet omlaag. We zullen die grote basisscholen nog terugzien in veel andere verkiezingsprogramma’s.

Ook over onderwijsvrijheid schrijft de VVD het een en ander. Openbare scholen moeten levensbeschouwing-neutraal worden en het wordt makkelijker om nieuwe scholen te starten. Aan het hete hangijzer acceptieplicht (“eigenlijk zijn we voor, maar dat kan nu even niet vanwege CU en SGP in de Eerste Kamer”) wagen ze zich in het verkiezingsprogramma niet.

De VVD heeft natuurlijk een grote liefde voor het bedrijfsleven en dat blijkt ook uit hun onderwijsparagraaf. Vmbo’s en Mbo’s moeten meer met het bedrijfsleven gaan samenwerken en in de zogeheten praktijkopleidingen moet het bedrijfsleven zelfs het curriculum komen samenstellen. Om het stagetekort op te vangen bij de BBL richtingen heeft de VVD ook nog wel een plan: BBL-studenten ontvangen voortaan geen loon meer, maar een “passende vergoeding”, zodat bedrijven meer stageplaatsen kunnen bieden.

Studenten mogen álles kiezen wat ze willen studeren. HBO/WO-opleidingen moeten zelfs een studiebijsluiter gaan publiceren met een eerlijke baankans daarin vermeld. Aan de hand van die baankans wordt dan wel weer een numerus fixus bepaald waarna instellingen hun studenten vervolgens zelf mogen selecteren. Dat is dan weer jammer voor havisten, want die mochten van de VVD, mits ze bijvoorbeeld de bètavakken op vwo-niveau doen, net naar de TU.

Een opvallende vond ik ook nog de rijksvergoeding voor studenten: een bedrag per student dat vanuit het ministerie naar de HO-instelling gaat om onderwijs mogelijk te maken: die mag naast de huidige openbare instellingen binnenkort ook worden overgemaakt naar private onderwijsinstellingen, als het aan de VVD ligt. De Autoriteit Consument en Markt gaat toezicht houden. Dat hopen we dan maar.

Al met al weinig verrassingen van de huidige grootste partij. Ze houden echt heel erg van marktwerking. Ik weet niet of dat allemaal zo goed is voor het onderwijs en gezien de hoeveelheid eisen die de VVD gaat stellen aan scholen en andere onderwijsinstellingen, denk ik dat ze daar zelf ook wel een beetje aan twijfelen. Ik mis in ieder geval een duidelijke richting in het VVD-programma, en een aanpak voor de toenemende kansenongelijkheid en het lerarentekort ontbreekt ook. Een 5.

 

partij-van-de-arbeid-kleur-roos

De PvdA schreef voor het verkiezingsprogramma een onderwijsessay met superschool-rector Eric van ’t Zelfde. We vinden hem ook terug op de kandidatenlijst. Waar het de VVD ontbrak aan nieuwe ideeën loopt de PvdA ervan over. ‘Superschool’ is hier het terugkerende thema: van 0 tot 12 jaar moeten kinderen van 8:00 tot 18:00 op school kunnen zijn en naadloos aaneengesloten onderwijs kunnen volgen. Na de basisschoolperiode stromen kinderen drie brede brugklassen in als het aan de PvdA ligt. Volgens de PvdA is het op dit moment ondanks basisschooladviezen en citotoetsen niet goed te voorspellen bij welk vervolgonderwijs het kind het beste past. Kinderen worden dus voortaan ingedeeld in lagere vmbo, hogere vmbo-havo en havo-vwo-gymnasium brugklassen. In een eerder stadium las ik iets over categorale gymnasia die zouden worden uitgezonderd, maar in het verkiezingsprogramma zie ik daar niets van terug. Het verkiezingsprogramma is sowieso weinig gedetailleerd als het op onderwijs aankomt. Een veel breder beeld geeft het eerder geschreven essay, maar omdat Diederik Samsom daar de schrijver van was ben ik benieuwd naar de status van dat document. Ik stelde die vraag aan medeauteur en lijstduwer Eric van ’t Zelde, maar die kon hem helaas ook niet beantwoorden.

Al die uren onderwijs gaat een boel kosten, want als het aan de PvdA ligt worden leraren niet alleen beter geschoold, maar ook beter betaald en gaat de lestaak stapsgewijs terug naar 20 uur. Van ’t Zelfde maakt zich al jaren hard voor betere arbeidsvoorwaarden in het onderwijs en ik ben blij dat die ambities nog niet gesneuveld zijn. Ze lijken op dit moment essentiëler dan ooit. Hoe dan ook, de plannen van de PvdA gaan miljarden kosten en dat durven ze zelf ook te benoemen. Ik vraag me af welke coalitiepartijen daarin mee willen gaan. Maar met de huidige peilingen denk ik dat dát een van de laatste zorgen van de partij is. Ik zie in elk geval een consistent onderwijsplan, met aandacht voor de grootste problemen van nu. Of deze oplossingen ook de juiste zijn is nog te bezien en de betaalbaarheid is ook nog wel een dingetje, maar al met al geen onaardig programma. Een 6,5.

 

logo_pvv

Helaas behelst het verkiezingsprogramma van de PVV één A4tje. Met vorige verkiezingsprogramma´s zou ik nog een stukje kunnen schrijven over verplicht wapperende Nederlandse vlaggen op scholen en dergelijke, maar voor de komende kabinetsperiode wil de PVV niets kwijt over hun onderwijsplannen. Nou ja, één ding dan: islamitische scholen moeten dicht. En oud-leraar Beertema is weer verkiesbaar.

Als Geert als leerling bij mij zo’n werkstuk zou inleveren dan zou ik hem bij me roepen, en eens vragen hoe het met hem gaat. Is er misschien iets wat hem dwars heeft gezeten? En om mij mag Geert het dan best opnieuw proberen. Maar ja, Geert is een geen leerling meer, maar een volwassen vent en nog een politicus ook. We verwachten plannen en een toekomstvisie. Die heeft Wilders blijkbaar niet. Een 2.

 

cda-logo

Het CDA-programma bevat de prachtige zin: “Te vaak wordt in het onderwijs het hele stelsel op zijn kop gezet om de kwaliteit te verbeteren. Daar geloven wij niet in.” We vinden vervolgens een pleidooi voor soepelere basisscholen en kinderopvang. Samen met de “voorschool” voor kinderen vanaf 0 jaar. Ook dezelfde brede brugklassen van de PvdA vinden we ook terug in het CDA-programma. De (v)mbo-paragraaf in het CDA-programma bevat dezelfde punten als de VVD: kleinschalige, regionale mbo’s, betrokken bedrijven en vmbo-mbo moeten voortaan samen vormgeven worden. Het checklijstje “scholen moeten… ” kunnen we afmaken met het toevoegen van burgerschap, geschiedenis, filosofie, identiteit en maatschappelijke betrokkenheid aan het curriculum. Maar goed, dat zullen allemaal geen stelselwijzigingen zijn, want daar gelooft het CDA niet in.

Onderwijskwaliteit gaat het CDA verbeteren door meer academisch opgeleide leraren aan te nemen. Dat lijkt me zinvol. Hoe ze die gaan vinden is me nog enigszins onduidelijk, de enige maatregel die me echt zoden aan de dijk lijkt te zetten is de genoemde betere beloning voor leraren. Maar die moeten wel “permanent investeren in hun eigen ontwikkeling”. Ik ben er nog niet echt over uit wat die leraren dan ook echt dóen, maar dat geheel terzijde. Michel Rog, onderwijswoordvoorder, verwees naar de komende doorrekeningen. Tot die tijd doen we het met “aandacht, vrijheid én waardering voor de leraar”. Jippie.

Wat het hoger onderwijs betreft is het CDA voorstander van het herinvoeren van de basisbeurs. Het geld van die verdwenen studiebeurzen was echter als “kwaliteitsinvestering” in de hbo’s en universiteiten gepompt en daar wil het CDA het ook laten. Netto gaat het CDA dus investeren. Uit de daaropvolgende zin van het programma blijkt wel dat de Ov-studentenkaart gaat verdwijnen. Studenten hebben straks dus een basisbeurs om hun treinkaartjes van te betalen. Ach ja, het is weer eens wat nieuws. Uniek CDA-puntje: de leerplicht moet omhoog naar 21, tenzij die jongere al zijn eigen brood verdient. Waarvan akte.

Het CDA zou hun C onwaardig zijn als de vrijheid van (Christelijk) onderwijs niet in stand wilden houden. Ze maken wel een kleine kanttekening: het mag geen vrijbrief worden om “antidemocratische ideeën” te verspreiden óf slecht onderwijs te geven. De communisten en anarchisten kunnen hun borst dus nat gaan maken.

Al met al is het CDA er in geslaagd een onderwijsparagraaf te schrijven die wat mij betreft kan rekenen op een krappe voldoende. Een groot gemis vind ik een plan om de groeiende kansenongelijkheid aan te pakken. Ook zie ik het lerarentekort onder een CDA-minister of staatssecretaris niet kleiner worden. Een 6.

 

sp-logo

De tekstschrijvers van de SP winnen de prijs voor verkiezingsprogramma-tekstschrijvers met hun titel voor hun onderwijshoofdstuk: De Kleine Klassenstrijd. Briljant. We gaan verder naar de inhoud: bij de SP weet je wat je krijgt en ze stellen niet teleur. Onderwijssalarissen worden voortaan landelijk uitbetaald met een landelijke cao, studenten krijgen weer een studiebeurs en de ouderbijdrage wordt begrensd. Het verkiezingsprogramma van de SP is naar goed socialistisch gebruik geschreven als een manifest en leest ook zo. Helaas heeft het ook die lengte. De SP heeft nu met Jasper van Dijk een top-woordvoerder in huis (hij is het op één na meest actieve kamerlid), maar zijn plek is ongeveer gelijk met het aantal zetels in de huidige peilingen (14). Als de verkiezingsuitslag tegenvalt dan is het de vraag welk onderwijsbeleid er overblijft. Op basis van dit bondige programma kan de SP nog alle kanten op.

In het verkiezingsprogramma mis ik een aanpak voor de ongelijkheid en heb zo mijn vraagtekens bij de werving van extra docenten. Misschien dat kleinere klassen genoeg is, maar om bijvoorbeeld de tekortvakken te kunnen vullen zal er echt een betere beloning nodig zijn. We zullen zien. Tot die tijd, een 6.

 

Basis CMYK

Ook bij D66 treffen we een oud-docent als onderwijswoordvoerder, namelijk Paul van Meenen. Ik polste hem alvast voor een ministerspost. (Spoiler alert: Hij zei “ja”) D66 profileert zich al jaren als dé onderwijspartij, al is mij altijd een beetje onduidelijk gebleven waarom precies. Met twee staatssecretariaten OCW sinds hun oprichting is van een lange OCW-bestuurderstraditie in ieder geval geen sprake.

Op een gelikte website begint het verkiezingsprogramma al meteen met het woord “Onderwijs”. Het belooft veel goeds. Het D66-programma is een hippe doorklik-site gestoken en na 2 clicks op “onderwijs” komen we bij actiepunt 1 aan: basisscholen gaan samen met kinderopvang en naschoolse opvang samen tot plekken waar kinderen van 7:00 tot 19:00 kunnen zijn. Die hadden we al een paar keer eerder gezien. Ook de brede brugklassen vinden we terug. Bij D66 duren die zelfs langer dan een gemiddeld kabinet Balkenende: tot wel drie jaar.

D66 maakte zich de afgelopen kabinetsperiode regelmatig hard voor lerarenbelangen. De 20-uren motie werd eindelijk aangenomen door de Kamer, waarmee de lestaak omlaag zou moeten worden gebracht. We vinden hem ook weer terug in het verkiezingsprogramma, samen met een maximale klasgrootte van ca 23 leerlingen. De “moetjes” vallen deze keer mee: leraren ‘moeten’ alleen maar meer en vaker bijscholen en onderlinge gesprekken houden. Helaas weinig beloftes over salaris, en ik maak me dan ook zorgen of we met alleen “meer tijd, meer ruimte en meer vertrouwen” de broodnodige bètadocenten uit het bedrijfsleven kunnen aantrekken.

Want er is een hoop werk voor die bèta’s: als het aan D66 ligt gaan scholieren vanaf de basisschool al programmeren. D66 stelt ook dat leraren een grotere invloed op het curriculum moeten krijgen. Desalniettemin doen ze zelf alvast een gedetailleerde suggestie, want ook in het D66-programma vinden we het hele lijstje van samenwerking, burgerschap, digitale zelfredzaamheid, culturele en seksuele vorming weer terug. Dat loslaten blijft toch lastig voor die politici in Den Haag.

Over doorstromen en stapelen had ik nog niet zoveel geschreven. D66 wil dat allemaal makkelijker maken. De andere partijen schreven iets soortgelijks ook al in hun programma’s, maar aangezien D66 er zelfs een apart kopje van maakt noem ik het even hier. Ik noteer hem vast in het rijtje hamerstukken, vlak achter de brede brugklassen en 24/7-basisscholen. “De kamer verzoekt de minister om stapelen makkelijker maken en gaat over de tot de orde van dag”. Ik ben benieuwd naar hoe en wat, want volgens mij is dat probleem complexer dan het in eerste instantie lijkt.

De rekentoets verdwijnt, vmbo en mbo gaat beter op elkaar aansluiten en verder vinden we vooral een hele hoop dooddoeners en open deuren in het D66 programma. Talenten moeten we koesteren, passend onderwijs moet écht passend worden, schooluitval moeten we tegengaan en digitaal onderwijs is helemaal van deze tijd.

Echt interessant werd het programma pas weer bij de paragraaf over onderwijsvrijheid. D66 durft zich als eerste partij echt uit te spreken voor een acceptatieplicht. Dat er anno 2017 nog steeds kinderen worden geweigerd op staatsgefinancierde scholen vanwege van hun (ontbrekende) geloofsovertuiging vind ik persoonlijk onbegrijpelijk. Ik ben blij dat D66 zich er mee bezig gaat houden. Verder wil D66 het “politieke debat aangaan” over het gehele Artikel 23. Daar is het laatste woord nog lang niet over gezegd en D66 schrijft een gedetailleerd standpunt ook nog niet op, maar het lijkt me een belangrijke discussie die nu gevoerd moet worden. Als educatie-politicofiel kijk ik er in elk geval naar uit.

D66 is traditioneel populair onder studenten en ook dit verkiezingsseizoen blijkt weer waarom: Voorzichtigheid met selectie aan de poort; flexibel en collegegeldvrij studeren en een betaalbare tweede studie zijn de cadeautjes die D66 aan studenten belooft. Over het immens impopulaire leenstelsel, o.a. dankzij D66 ingevoerd, zeggen ze wijselijk niets.

Al met al, het D66 onderwijsprogramma lijkt op het resultaat van een paar brainstormsessies onder gelijkgestemden zonder al te woeste plannen. Een plan tegen tweedeling in het onderwijs mis ik, zeker met het in stand houden van het studieschuldenstelsel. Jammer. Verder is het een redelijk samenhangend verhaal, met zelfs een voorzichtig plan om het lerarentekort te tackelen. Een 6,5.

 

kleurconversie

GroenLinks is de partij van Jesse Klaver. Oud-vmbo’er, oud-student, oud-studentenvakbondsleider, oud-onderwijswoordvoerder en verder ongeveer net zo oud als ik. In de eerste zin van de onderwijsparagraaf vinden we meteen het woord economisme terug. Dat is een Klaverisme voor “economische kortetermijnbelangen”. Daar heeft het onderwijs volgens GroenLinks te veel last van.

Een tegenplan is er ook: brede brugklassen (daar zijn ze weer), een kinderopvang-basisschool-buitenschoolse-opvang (kennen we ook ergens van) en de vmbo-mbo-aansluiting wordt beter (klinkt ook bekend).  De toetscultuur op scholen gaat verdwijnen. Scholen worden als het aan GroenLinks ligt niet meer afgerekend op cijfers, maar worden bezocht door een coachende onderwijsinspectie.

Wat de brede brugklassen betreft, houdt GroenLinks nog een kleine slag op de arm: die is alleen verplicht voor scholen met een divers aanbod. Sterre en Pieter-Jan kunnen met hun 550 cito nog gewoon terecht op het categoraal gymnasium. Al mag je die score niet meer delen, want citoscores worden niet meer openbaar.

Stapelen wordt makkelijker, geïnspireerd op de schoolloopbaan van Klaver zelf. Ook maakt GroenLinks het mogelijk dat vakken op verschillende niveaus gevolgd kunnen worden: elk vak mag hoger, en ééntje een niveautje lager. Ik hoop dat ze bij GroenLinks een slordige anderhalf miljoen uittrekken voor extra roostermakers.

Ook voor leraren heeft GroenLinks een boel in petto: werkdrukverlaging, klassenverkleining, meer salaris, meer ondersteuning en beter carrièremogelijkheden. Hier thuis gaat de vlag alvast uit!

GroenLinks wil gelijke kansen voor kinderen bereiken door scholen te faciliteren om bijlessen te laten aanbieden, zodat de portemonnee van je ouders geen factor is als je de Cito-toets of je centraal schriftelijk moet doen. Door in hun verkiezingsprogramma de bal (en bijbehorend geld) bij scholen neer te leggen ben ik er voorzichtig positief over. Ik ben sowieso blij dat er een partij is die iets wil gaan doen aan het zogeheten “schaduwonderwijs”.

De punten die GroenLinks hier net gescoord heeft raken ze helaas meteen weer kwijt. Het studieschuldenstelsel blijft bestaan. GroenLinks is voor gelijke kansen voor iedereen, maar tot aan je middelbareschooldiploma. Daarna kan je geld lenen, of alsnog rijke ouders zoeken natuurlijk. In een groot visionair verhaal over economisme en kansenongelijkheid zoals Klaver dat ophangt past een studieschuldenstelsel niet.

Dan nog even over Artikel 23, onderwijsvrijheid. Het GroenLinks-congres nam, vrij onverwacht, een motie aan om dat artikel te herzien. In het verkiezingsprogramma zijn ze nog niet enorm gedetailleerd, maar de partij lijkt voorstander van het niet langer financieren van bijzonder onderwijs. Ik vraag me af of het congres zich hier niet een beetje in heeft verslikt en dat inderdaad zo bedoeld is. Zonder breed gevoerde discussie lijkt een fundamentele wijziging mij erg kort door de bocht. Er ligt in ieder geval een leuke taak voor de aankomend onderwijswoordvoerder.

Samenvattend, een duidelijk verhaal met wat mij betreft twee missers bij het leenstelsel en de onderwijsvrijheid. De miljarden zullen niet aan te slepen zijn bij GroenLinks en het wordt een wedstrijdje “wie investeert het meest” met de PvdA als de doorrekeningen komen. Tot die tijd, een 6,5.

 

logo-cu-web-groot-transparant

Het ChristenUnie-programma is kort, bondig en weinig verrassend. Desalniettemin is het een samenhangend verhaal. Netto komt er wat geld bij, leraren hebben een sleutelrol, meer meesters op de pabo en passend onderwijs wordt beter geregeld. De ChristenUnie bedient uiteraard zijn achterban en wil alle scholen “bijzonder” maken, scholen in krimpgemeentes langer openhouden en biedt ruimte voor het stichten van nieuwe scholen.

Ik geloof alleen niet zo in de onderwijsvrijheid van de ChristenUnie. Met name hun standpunt dat “scholen niet van de overheid zijn, maar van de samenleving” is een eersteklas drogreden, en “het verkleinen van overheidsbetrokkenheid” vind ik een gevaarlijk terrein. Ouders zijn goedwillend en hun betrokkenheid is essentieel, maar onderwijs geven en daar toezicht op houden is echt een vak. En juist omdat onderwijs van de samenleving is, vind ik het niet raar dat we het onderwijs met zijn allen, via een democratische overheid, in de gaten houden. Daarnaast, echte vrijheid is natuurlijk dat iedere leerling op élke school terecht kan. Maar dat terzijde.

Verder vinden we weer de betere vmbo-mbo-aansluiting, maar geen brede brugklassen en al helemaal geen integrale kindcentra. Iets met gezinnen, denk ik. Wel weer een basisbeurs voor studenten, samen met de OV kaart én een vrijwillige mogelijkheid om via een maatschappelijke stage een deel van je studieschuld in te lossen, dus een studenten-stemadvies (gedeeld met de PvdD) lijkt vrij eenvoudig hier.

Ik mis helaas een plan om tweedeling aan te pakken en ben bang dat de ChristenUnie dat probleem alleen maar groter maakt. Als het voor ouders, met staatssteun, makkelijker wordt om gesloten scholen op te richten waar buitenstaanders worden geweerd, ben ik bang voor de gevolgen. Ook het lerarentekort blijft waar het is, want met “ruimte” en “ontwikkeling” gaan die nieuwe docenten er niet komen.

Een krappe 6.

 

sgp_logo_2

Het programma de SGP heet “Stem voor het leven”. Als bioloog was ik licht teleurgesteld toen ik het woord ‘biologie’ dan ook niet terug kon vinden. De SGP stelt het Christendom nog veel centraler dan bijvoorbeeld de ChristenUnie dat doet, en omdat geloof en visie op onderwijs bij de SGP moeilijk te scheiden zijn, heeft het geloof ook in de onderwijsparagraaf de hoofdrol.

Ook hier weer maximale vrijheid voor Christelijk onderwijs, aangevuld met een dosis bescherming voor thuisonderwijs. Ik ben daar zeer kritisch op. Onderwijs is té belangrijk om zomaar aan ouders over te laten. Ook vind ik de eenzijdige focus op Christelijk onderwijs jammer, maar begrijpelijk vanuit hun levensbeschouwelijke standpunt en achterban.

Hun overige onderwijsstandpunten zijn vrij solide. Niet iedereen hoeft leren te programmeren, de overheid heeft een hoedende rol bij de doorstroming in het beroepsonderwijs en de aanvullende studiebeurs wordt uitgebreid. Grote vraagtekens zet ik echter bij de standpunten over de devaluering van het CE en het beperken van de toegang tot universitaire masters.

De onderwijsparagraaf van de SGP is, in de goede zin, wat ik verwacht van de SGP. Degelijk, oog voor details en het kwetsbare. Maar ik vrees dat de SGP de grote problemen in het onderwijs links laat liggen en dat er geen wiskundeleraar extra voor de klas komt staan. Samen met het ontmoedigen van doorstuderen blijft er helaas geen voldoende over. Een 5.

 

logo_50plus

Kort en krachtig is de onderwijsparagraaf van 50PLUS. Klassenverkleining, vermindering van het aantal lesuren, geen sociaal leenstelsel, een debat over bijzonder onderwijs, geen passend onderwijs en een betere positie en beloning voor de leraar. En nog een paragraaf over oudereneducatie.

Ik zie een aanpak van het lerarentekort, een weg naar kwalitatief beter onderwijs, maar de onderbouwing is wel erg summier en aan een brede visie ontbreekt in het programma ook. Op zich veelbelovend, maar net te weinig voor een voldoende. Een 5.

 

partij_voor_de_dieren_logo_detail

De Partij voor de Dieren is vaak afwezig op onderwijsgebied. Logisch ook, met maar twee Kamerleden moet je je debatten goed kiezen. Toch publiceren ze een behoorlijke onderwijsparagraaf.

Als het aan de PvdD ligt krijgen leraren, leerlingen en ouders meer autonomie bij het bepalen van prioriteiten. Maar eerst worden duurzaamheid, voedsel, natuur- en mileu, dierenwelzijn, LHBTI-diversiteit, mediawijsheid, schoolzwemmen, sport, filosofie, kunst en drama toegevoegd aan het curriculum. En een schooltuin.

Het F-woord valt in dit programma, (voor het eerst, tot mijn lichte verbazing) als wordt beschreven hoe we qua kwalificaties van leraren toewerken naar het Finse model. Die (hoogopgeleide) leraren krijgen meer geld als de PvdD het voor het zeggen krijgt.

Toegankelijkheid van het Hoger Onderwijs is nogal een thema bij de PvdD, met lager collegegeld, flexstuderen, een basisbeurs en een ov-studentenkaart. De studenten die uit vanuit hun eigen belang willen stemmen doen er goed aan om Partij voor de Dieren te kiezen.

Verder strijdt de Partij voor de Dieren voor meer vrijheid voor scholen door de urennormen af te schaffen en een eindtoets op de basisschool eventueel te laten zitten. Scholen mogen kleiner, net als de klassen, overigens.

Ik mis een aanpak voor de groeiende kansenongelijkheid, maar wellicht dat dat met meer ruimte voor scholen, leraren en studenten vanzelf een kleiner probleem wordt. Ook is het jammer dat de PvdD zich schuldig maakt aan de Dekker-valkuil, waarbij je zegt scholen een boel vrijheid te geven en ondertussen de boel dichttimmert. Hoe betaalbaar de plannen allemaal zijn weet ik niet en een regering met de compromisschuwe Dierenpartij zie ik ook niet snel gebeuren. Desalniettemin, een voldoende lijkt me hier wel op zijn plek: Een 6,5.

 

 

Conclusie

Wat mij betreft zijn er twee grote thema’s voor het onderwijs op dit moment, ik noemde ze in mijn inleiding al: een aanpak voor het lerarentekort en een aanpak voor de groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Over het lerarentekort kan ik kort zijn: maar weinig partijen zien dit echt als een groot probleem. De PvdA en GroenLinks komen met extra geld, het CDA misschien, maar de andere partijen durven er nog niet eens een loze verkiezingsbelofte aan te wagen. Ik zie hier helaas weinig reden tot enthousiasme.

Dan de aanpak van de segregatie in het onderwijs. Het onderwijs moet ieder kind gelijke kansen bieden, ik blogde er eerder over. De meeste partijen lijken te denken dat als kinderen maar in een brede brugklas komen en stapelen “makkelijker” wordt, dat het probleem dan vanzelf oplost. Ik zie kansenongelijkheid als het gevolg van een doorgeschoten toets- en afrekencultuur. Leerlingen uit groep 7 die een commerciële cito-entree-toets-training volgen zijn helaas geen uitzondering. Het basisschooladvies bepaalt veel en wie je ouders precies zijn heeft daar invloed op. Eenmaal op een niveau lager is er geen weg terug: scholen, HBO’s en universiteiten zijn bang voor een afrekening op cijfers door de inspectie of Elsevier en houden opstromende leerlingen te veel tegen. Een brede brugklas waarbij pas na 2 of 3 jaar een definitief pad wordt ingeslagen klinkt dan ook als een eenvoudige oplossing.

Ik denk niet dat het een oplossing is. Niet op korte termijn in elk geval. Ons onderwijsstelsel is er niet klaar voor om zo lang goed te differentiëren binnen één klas. Tot nu toe zitten 12 tot 14-jarigen van verschillende niveaus juist in verschillende klassen, onder andere om differentiatie makkelijk te maken. Het mixen van die klassen vraagt om een hele andere aanpak van ons onderwijs. Bovendien, er zijn veel kinderen die juist ontzettend opbloeien als ze na hun acht jaar basisschool nu onder gelijkgestemden komen. Ik zie ze iedere dag in mijn gymnasium brugklassen. De ideale situatie zou een school zijn waar leerlingen op hun eigen niveau, per vak, in kleine groepjes onderwijs krijgen en makkelijk kunnen switchen van route tot een diploma. Helaas hebben we op dit moment de scholen niet zo ingericht en al helemaal niet zo bekostigd. Dat vraagt tijd, geld en een andere omgang met onderwijs en scholen. Zolang we niet de infrastructuur (denk aan het fuseren van categorale scholen), de bekostiging en de bemanning op orde krijgen gaan brede brugklassen de kansenongelijkheid in het onderwijs niet oplossen.

Die kansenongelijkheid blijft ook bestaan omdat het volgen van commercieel onderwijsaanbod blijkbaar rendabel is. In mijn eigen eindexamentijd, zo’n 12 jaar geleden, deden alleen de hele zwakke leerlingen een examentraining ergens op een universiteit. Nu heeft haast iedere school zo’n training, vaak door een commercieel bureau. Voor honderden euro’s kun je een paar tienden extra op je centraal schriftelijk krijgen. Kunnen leraren hun leerlingen niet meer goed voorbereiden voor hun examen? Schiet ons onderwijs zo tekort? Of speelt de tijdgeest, vol met wantrouwen naar overheden en gezagsdragers, hier parten?

En dan het leenstelsel. Kansen geef je met een studie. Niet met een schuld. Het zelf moeten betalen van een studie schrikt studenten af, en dat blijkt ook uit de cijfers. Er gaan minder jongeren studeren vanwege het leenstelsel en dat zijn juist de kinderen van arme ouders. Politieke partijen die zich druk zeggen te maken over kansenongelijkheid zouden ook het leenstelsel moeten aanpakken. Sterker nog, ze zouden moeten pleiten voor een Scandinavisch bekostigingsmodel, waarbij de volledige studietijd bekostigd wordt.

Een onbestemd gevoel blijft achter na het lezen van alle programma’s. De prioritering van de politiek is de mijne niet. Veel onderwijsideeën zijn prachtig, maar houden op als er niemand voor de klas staat. En als niet ieder kind dezelfde kansen krijgt om een loopbaan te volgen die past bij zijn of haar kwaliteiten zijn alle andere zaken maar bijzaak. We hebben daar de politiek nodig om verandering teweeg te brengen. Met het onderwijs vormen we onze eigen toekomst en dáár moet politiek volgens mij juist over gaan. Politici van nu hebben de kans om de maatschappij van de toekomst vorm te geven.

Ik hoop dat ik het mis heb en we over vier jaar kunnen terugkijken op een periode waar ons onderwijs gebloeid heeft, waar kansenongelijkheid kleiner is geworden en waar het onderwijs weer een prachtige carrièrekeuze is. Een periode waarin leerlingen, leraren en scholen van elkaar leren en samen beter geworden zijn. Zodat de maatschappij ooit een beetje mooier wordt. Ik hoop het van harte.

Lees hier de volledige programma’s:

VVD, PvdA, PVV, CDA, SP, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, 50PLUS en PvdD.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 10 reacties