Bitterzoet: het lerarenregister is dood.

In november van 2016 nam de Kamer het definitieve besluit, en was de invoering van het lerarenregister een feit. Na twee jaar uitstel is nu inderdaad afstel gekomen. Het lerarenregister is no more. Het is een ex-register. Het register is pining for the fjords. Hoera. En toch smaakt dit besluit van minister Slob bitterzoet.

Van het ooit goedbedoelde vrijwillige kwaliteitsregister was weinig meer over nadat toenmalige staatssecretaris Dekker ermee in 2014 aan de haal is gegaan. Vier jaar lang heeft de Onderwijscoöperatie vervolgens met een miljoenensubsidie het register proberen op te bouwen. Tienduizenden docenten hebben zich ingeschreven. Duizenden scholen zijn hier mee bezig geweest en talloze ambassadeurs hebben zich blaren op tong gepraat op voorlichtingsbijeenkomsten. En dat allemaal voor niets. Eenieder die ook maar een beetje kaas heeft gegeten van professionaliteit ziet dat de fundering van het register vanaf het eerste moment al rot was. Urenregistraties, nascholingspunten en controlecommissies stonden centraal.

En nu trekt – godzijdank – Slob de stekker eruit. Eerder ontmantelde de Onderwijscoöperatie zichzelf al, en nu is van de drie politiek geïnitieerde bedreigingen voor het onderwijs alleen nog ‘Curriculum.nu’ over. Dat is een doorstart van de door alle partijen geblokkeerde curriculumherziening Onderwijs2032. Enfin, je moet als onderwijsblogger wat te wensen over houden.

Slob schrijft in zijn kamerbrief over het ontbreken van draagvlak en een gebrek aan representatieve lerarenorganisaties. Het zijn voor hem redenen om te stoppen met het register. Fantastisch. Maar wat het een hoop moeite en geld gescheeld als de politiek die geluiden drie jaar eerder serieus had genomen. De politiek kán zich niet verschuilen achter dat ze het niet geweten hebben. Er zijn nu miljoenen weggegooid door het op- en aftuigen van organisaties waar geen leerling beter onderwijs door heeft gehad. Zo zonde.

Alexander Rinnooy Kan mag nu de boer op. Inventariseren, kwartiermaken, verkennende gesprekken. Hem is gevraagd een advies op te stellen over de representatie van de beroepsgroep, met een vervolgvraag over hoe leraren geprofessionaliseerd kunnen worden. Bij deze alvast mijn advies:

  • Fuseer alle onderwijsvakbonden, de huidige versnippering is funest.
  • Beleg professionalisering waar het hoort: op scholen, en laat de onderwijsinspectie daarop toezien.

Ik hoop dat Rinnooy Kan ook iets zegt over hoe we het onderwijs weer aantrekkelijk kunnen maken. Want dat politieke gedoe over professionalisering is leuk, maar houdt wel een beetje op als er geen docent voor de klas staat.

Minister Slob verdient lof voor zijn besluit. Tegelijkertijd laat het zien hoe treurig het gesteld is (/was?) met de onderwijspolitiek. Vier jaar lang heeft Dekker er een potje van gemaakt. De meerderheid van de kamer hield hem de hand boven het hoofd. Om je kapot te schamen.

Advertenties
Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 7 reacties

Arme herten?

Het is winter. En goed ook. Met nachttemperaturen rond de -10 komt ook overdag het kwik niet boven het vriespunt uit. In de natuur leidt dat tot een flinke selectie; veel dieren redden het niet. Voedselgebrek en een gebrek aan beschutting eisen hun tol in Nederlands nieuwste natuurgebied: de Oostvaardersplassen.

Een terugkerende kwestie is de vraag of we de dieren in de Oostvaardersplassen ’s winters moeten bijvoeren. De dieren die er lopen zijn er immers uitgezet. De Oostvaardersplassen is een stuk vergeten Flevopolder wat bij gebrek aan beter maar werd “teruggegeven” aan de natuur. Sinds 1975 is het een officieel natuurgebied en sinds 1983 lopen er grote grazers. Een visie waarbij besloten werd om de natuur maar zijn gang te laten gang levert de huidige situatie op: een groot natuurgebied met diverse biotopen en verdomd veel grote grazers. Het gebied wordt drukbezocht. Wildernis dichtbij. De mogelijkheid om oog in oog te staan met een edelhert, een zeearend te zien overvliegen of een kudde wilde paarden te zien galopperen vanuit de trein is natuurlijk fantastisch. Daarbij hoort ook dat we op de eerste rij zitten bij de minder prettige kanten van ‘wildernis’: We zien dieren verhongeren. Ze zakken uitgemergeld door de poten, verdrinkend een plas koude modder.

Ecologisch gezien is hier niets vreemds aan. In vergelijkbare situaties zoals de Poolse oerbossen is de sterfte vergelijkbaar. Selectie is dé drijfveer achter evolutie. Dat dieren doodgaan in de winter, en dat voedselgebrek de belangrijkste doodsoorzaak is, dat is de natuur. Dat is niet prettig of mooi, maar dat is gewoon zo. Zo werkt het ecosysteem. Moeten we die arme hertjes dan niet bijvoeren? Nee. Bijvoeren vergroot het probleem alleen maar. Door bij te voeren overleven méér dieren, méér nakomelingen en kan je volgend jaar alleen maar méér hooibalen laten aanrukken.

Maar, is dan het tegenargument, dit is geen wilde natuur. We hebben die beesten daar neergezet en het “natuur” genoemd. Er staat een hek omheen. Dat klopt. Dat hek dat staat er, en dat zie ik liever vandaag verdwijnen dan morgen. Het verbinden van alle natuurgebieden in Nederland (wat zeg ik, in Europa!) was ooit ons ideaal. In Nederland heette dat de Ecologische hoofdstructuur, in Europa Natura2000. Die EHS was leuk en aardig totdat de crisis kwam, toen was het geld op, maakten we CDA-boer Henk Bleker verantwoordelijk voor het natuurbeleid van Nederland en was het klaar. De gedroomde verbinding tussen Oostvaardersplassen, Oostvaarderswold en Veluwe is er nooit gekomen. Waar economie en ecologie samenkomen, kiest de politiek maar zelden voor dat laatste. Verbonden natuurgebieden leiden tot migratie, een ecologisch sleutelproces. Onze verhongerende herten kunnen lopen naar waar er meer eten is.

De politiek wil er nog niet aan. Vorig jaar nog maakte de provinciale staten van Flevoland bekend dat ze openstonden voor meer toeristische ontwikkeling in het gebied. Ook moesten we nog maar eens bedenken wat we met die koeien moesten doen. Uitbreiding was al helemaal niet aan de orde. Het hek blijft dus dicht. De beesten zijn de dupe, en die gesjeesde ecologen die niet willen bijvoeren zijn wreedaards. Toch?

Uiteindelijk is dit geen zuiver ecologische, economische of emotionele discussie. Het is een natuurfilosofische discussie. De heftige botsingen tussen verschillende groeperingen wordt veroorzaakt door verschillen in het beeld van wat natuur is. Is de Serengeti natuur? De Veluwe? Het bos waar je zondagochtend hardloopt? Je achtertuin? Of mensen er invloed op hebben is dan vaak een veelgenoemd criterium, om te vinden of iets wilde natuur is, of niet. De achtertuin valt af, maar het bos kan er mee door. Fout. Menselijke invloed is niet meer weg te denken uit de natuur. Alle natuur is Nederland is beïnvloed door mensen. Alle. Zonder uitzondering. Datzelfde geldt voor bijna heel Europa en trouwens ook voor de rest van de wereld. Het aantal écht ongerepte plaatsen is zo goed als nihil. De aanwezigheid van de mens is zelfs de drijvende kracht achter een van de heftigste massa-extincties ooit. Is dat erg? Ja. En nee. Het is ook hoe het systeem werkt. De ‘beste’ individuen overleven. Soorten passen zich aan, of ze verdwijnen. Die mechanismes werken ook in de Nederlandse bossen én in je achtertuin. Natuur is overal en natuur is altijd wild. Althans, dat is mijn standpunt. Ik grijp niet in als een roofvogel een lief konijntje pakt. Maar ik begrijp dat mensen daar anders over denken.

Wat is natuur? Hoe heeft de mens daar invloed op? Is de mens natuur? Is natuur met een hek eromheen natuur? Zijn uitgezette dieren echt wild? Wat is ‘wild’ eigenlijk? Zijn onze ethische opvattingen op natuur toepasbaar? Slaan onze emoties en empathie überhaupt wel ergens op? Hebben we een morele plicht om voor uitgezette dieren en (al) hun nakomelingen te zorgen? Zijn alle dieren gelijk?

Het juiste antwoord heb ik niet. Ik heb een standpunt, vormgegeven door mijn ecologische achtergrond. Een christelijke boerin die met een hooibaal aan het hek staat heeft een ander standpunt. De discussie op het raakvlak van emotie, filosofie en ecologie is ontzettend boeiend. Wat wij als samenleving natuur vinden en hoe we daar ethisch mee omgaan is uiteindelijk het terrein van de politiek.

Arme herten.

Oostvaardersplassen 215bew

Edelhert, Oostvaardersplassen, januari 2018 (foto: Steven Geurts)

Geplaatst in Natuur, Politiek | Tags: , , | 3 reacties

De opzichte spin van Michel Rog

Het CDA is mijn partij niet. Nooit geweest ook. Toch zijn er wel wat CDA´ers die ik met liefde volg op hun politieke pad. Allroundpitbull Pieter Omtzigt bijvoorbeeld, of onderwijsman Michel Rog. Rog was nooit te beroerd om te benoemen wat er niet deugde in onderwijsland en prikte feilloos door de fabeltjes van Sander Dekker heen. Op het spreekgestoelte en aan de interruptiemicrofoon in de Kamer kwam hij op voor goed rekenonderwijs in plaats van een rekentoets en hield bij het vermaledijde lerarenregister vanaf een vroeg stadium de vinger aan de pols. Ook is Rog een warm pleitbezorger van het verkleinen van de salariskloof tussen PO en VO.

Dat Rog die cijfers goed kent bleek halverwege 2017, toen hij en Eppo Bruins (CU) een motie over de achterblijvende functiemix aangenomen wisten te krijgen. Daarnaast was Rog nooit te beroerd tekst en uitleg te geven, leraren te ontvangen en via twitter zelfs goed benaderbaar. Kortom, een parlementariër naar mijn hart. En niet alleen naar het mijne, ook naar dat van leraar/columnist René Kneyber, die in Trouw opperde dat Rog bij de verkeerde partij zat.

En toen was daar 2018.

Allereerst, maar 0,3% van de leraren zit in de schaal die Rog noemt als “eindsalaris”, laat staan in de hoogste trede daarvan. (Weet je die motie van net nog?) Bovendien is het nog maar de vraag of die “leraren” überhaupt nog lesgeven. Daarnaast, de boodschap die uit deze tweet volgt is natuurlijk “het salaris is echt niet zo laag als mensen denken dat het is”. Die politieke spin komt de huidige regeringspartijen, waaronder het CDA, natuurlijk best goed uit.

Een uitglijer van jewelste, die niet bepaald goed viel bij onderwijzend Nederland. #POinActie frontman Jan van de Ven liet er met de hashtag #walgelijk weinig twijfel over mogelijk, en ook Paul de Brouwer, sinds kort aan de cao-tafel, was weinig subtiel.

De tweet van Rog is een klap in het gezicht van al die basisschoolleerkrachten die zich toch al door Den Haag verwaarloosd voelen. Bereikten ze hier na de dooddoener “niet de werkdruk is het probleem, maar de werkdrukbeleving” het volgende dieptepunt? De achterblijvende salarisbeleving als het nieuwe probleem? Het bruggetje wat onder regie van Arie Slob net begon de politieke kloof over te steken dondert in elk geval hopeloos in elkaar. Rog ontwijkt gelukkig het debat niet, en roept en passant de emotioneel reagerende leraren nog even tot de orde.

 

Ik weet nog niet wat ik ervan moet vinden. Was dit een onbedoelde uitglijer? Een verkeerd begrepen nuancering van een lange discussie? Of zien we hier het verschil tussen Michel Rog – oppositielid en Michel Rog – coalitielid en blijkt “onze” Michel Rog toch ineens prima bij het CDA te passen?

Hoe dan ook, dit incidentje laat zien dat er nog flink te werken valt aan de relatie tussen Den Haag en het onderwijsveld.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Uit De Klas: De Nakijkcommissie

“Joh Steven, ik wil gaan experimenten met leerlingen die elkaars werk nakijken, sta jij daar achter?” vroeg een collega me onlangs. “Natuurlijk,” zei ik, “sterker nog, ik doe dat zelf ook!” Het maakte me pijnlijk bewust van de deuren van mijn klaslokaal: ik experimenteer regelmatig, praat er wel over met mijn directe collega´s, maar kan dus veel meer delen met anderen. Bij deze dus, mijn ervaring met de nakijkcommissie.

De nakijkcommissie begon als een idee van docente Nederlands Iris Driessen (@irismp), en na een uitwisseling op twitter met onder andere @FransDroog, @RPvanBakel en @___pi begon ik enthousiast te worden. Frans scheef er een aanstekelijk blog over en ik besloot “het” maar gewoon te gaan doen.

Met de nakijkcommissie worden aan het begin van het proefwerk leerlingen willekeurig geselecteerd die de nakijkcommissie gaan vormen. Zij maken op de gang, met hun boek en elkaar als hulpmiddel, een antwoordmodel. Dat antwoordmodel controleer ik en vul eventueel aan. De les erna kijken deze leerlingen met behulp van het antwoordmodel de toetsen van hun klasgenoten na en voorzien ze van feedback. Ik check steekproefsgewijs hoe dat is gegaan, voer de cijfers in en een les later bespreken de nakijkers de toetsen in kleine groepjes met hun klasgenoten.

Een experiment met een vijfde klas eind vorig schooljaar verliep positief. De nakijkers kregen toen geen cijfer, de rest van de klas wel. Dit jaar heb ik het experiment groter gemaakt en uitgerold over al mijn vierde klassen. En dat bevalt erg goed. De meerwaarde is drieledig:

  1. De leerlingen krijgen gerichtere feedback. De nakijkers hebben meer tijd om iedere toets van feedback te voorzien en die feedback vervolgens mondeling te bespreken. Ik kan dat met 30 toetsen per klas niet.
  2. Het scheelt mij tijd, bovendien heb ik een grondige hekel aan nakijken.
  3. De nakijkers leren er ontzettend veel van.

Met name het grotere leerrendement spreekt mij ontzettend aan. Bij iedere evaluatie met de nakijkcommissie stel ik de vraag of ze nog wat geleerd hebben. Ze geven aan dat ze een beter begrip gekregen hebben van de stof, ze leren om andere gedachtegangen te volgen en ze verbeteren hun eigen toetsvaardigheden: het begrijpen van toetsopbouw, moeilijkheid, puntenverdeling, wat er verwacht wordt bij welke vraag. Daarnaast wordt er sámen geleerd. “Zie je wel! Het was toch A. Hebben we het lang over gehad!” Leerlingen leren tijdens de toets. Hoe mooi kan het zijn?

Ik worstel soms met de tijd: ik heb geen Z-uren, B-uren, Dalton-uren, vrije-keuze-uren of hoe die dingen dan ook heten. Meestal probeer ik een van de lessen na de toets zo in te richten dat ik geen nieuwe stof behandel, zodat de commissie aan het werk kan gaan zonder een achterstand op te lopen. Voor de afgelopen kerstvakantie lukte me dat niet meer, waarop de commissieleden aanboden om het 8e uur te blijven!

Ook vind ik de waardering voor de commissieleden lastig. Frans benoemt in zijn blog een aantal opties. Ik heb dit jaar voor de standaard 8 gekozen, waar ik vanaf wijk als ik veel fouten in antwoordmodel en/of nagekeken werk vind. Het nadeel hiervan vind ik dat ik slecht kan onderbouwen waarom het een 8 is en geen 9 of een 10. Anders worden de cijfers te hoog? Tja. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen hiermee.

Samenvattend, ik ben enthousiast. Ik vind de nakijkcommissie een prachtige vorm om van summatief toetsen óók formatief toetsen te maken. Het is een hele mooie middenweg. Bijkomend voordeel van dit allemaal, de nakijkcommissie kan alleen maar werken als je vertrouwen stelt in je leerlingen en je leerlingen vertrouwen durven stellen in elkaar. Vertrouwen, verantwoordelijkheid, vaardigheden én vakkennis in één werkvorm. Sign me up!

Geplaatst in Uit de klas | Een reactie plaatsen

2018: Onderwijs als luxe?

It’s the time of the year. Vrije dagen, lange autoritten en de radio aan. Ieder uur word ik eraan herinnerd dat het óók de tijd van het jaar is om een nieuwe zorgverzekering uit te kiezen.  Met van die “ja-natuurlijk”-vragen: of ik ook terecht wil kunnen in het beste ziekenhuis? En of ik ook wil kiezen naar welke arts ik ga? Eigenlijk idioot dat dat niet standaard is. Tal van onderzoeken laten zien dat mensen het snelst (en dus het goedkoopst) herstellen in een bekende omgeving, maar dat is een luxe voor de rijken als het aan de zorgverzekeraars ligt.

Nog zo’n ding waarvan ik bang ben dat het een luxe aan het worden is: goed onderwijs. Onderwijswethouder Sven de Langen (CDA) lanceerde een plan om zij-instromers uit het bedrijfsleven in 9 maanden te voorzien van een onderwijsbevoegdheid. Zijn citaat liegt er niet om: “Een minder goede leraar voor de klas is beter dan helemaal geen leraar”. Ook met meer context is duidelijk dat De Langen het meent: hij verwacht dat er met deze opleiding slechtere leraren voor de klas komen te staan dan met de volledige 4-jarige opleiding. Maar ja, je moet toch wat?

Wat een schaamteloos gebrek aan ambitie toont de politiek hier. Het plakken van een pleister op een open botbreuk vergoelijken met “beter dan helemaal geen pleister”. De Langen doet aan symptoombestrijding terwijl hij weet dat het probleem niet wordt opgelost. Dat nota bene de onderwijswethouder een plan bepleit wat tot slechtere docenten voor de klas leidt is zo treurig dat ik nauwelijks de woorden kan vinden om het te beschrijven.

Op nationaal niveau voert VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg (VVD) een soortgelijk project aan. Ontslagen werknemers van Shell kunnen zich in no-time laten omscholen tot leraar. Of die zij-instromers het volhouden is nog maar de vraag stelt Gerard Verhoef van BON. Frank Cörvers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) slaat de spijker nog even op zijn kop: “Het salaris van een leraar zou voor ex-medewerkers van Shell wel een probleem kunnen zijn”. Uiteindelijk is het oplossen van het lerarentekort ook geen hogere wiskunde, of een “ingewikkeld dilemma”. Het is gewoon een kwestie van willen betalen.

In een tijd waarin ouders die dreigen met een rechtszaak hun kind tóch geplaatst krijgen op hun voorkeursschool, hebben we de politiek nodig om garant te staan voor goed onderwijs voor iedereen. Goed onderwijs begint en eindigt met een goede leraar voor de klas. Goed onderwijs gaat kansenongelijkheid tegen. Slecht onderwijs vergroot die ongelijkheid juist. Op dit moment laat de politiek het onderwijs over aan het bedrijfsleven. Ook dat komt namelijk ieder uur voorbij op de radio: IT-bedrijf Topicus wil in 2018 heel hard werken aan gepersonaliseerd onderwijs. Is dat wat we willen? Het onderwijs in handen van techbedrijven met ongeschoolde mensen uit het bedrijfsleven voor de klas? Kom op politiek, het is nog niet te laat. Nog niet.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | 2 reacties

Het grote 2017-onderwijs-jaaroverzicht

2017 was een bewogen onderwijsjaar. In maart waren er verkiezingen, waarna zelfbenoemde onderwijspartij D66 samen met Arie Slob van de ChristenUnie de scepter ging zwaaien op het Ministerie van OCW. Ondertussen verenigde PO in Actie het werkveld en werd er voor het eerst sinds jaren gestaakt. Er werden rechtzaken gevoerd tegen de eindexamenmakers en ook binnen de lerarenvertegenwoordigingsorganen was het niet bijzonder rustig. Tijd om de balans op te maken, en de winnaars en verliezers van onderwijsjaar 2017 bekend te maken.

Arie-Slob-9518
Arie Slob

 

Een van de verliezers in dit onderwijsjaar is Maurice de Hond. De Hond, initiatiefnemer van de zogeheten Steve Jobsscholen, moest dit jaar zijn biezen pakken als bestuurder. Zijn scholen kwamen onder verscherpt toezicht te staan na rammelende financiën, en de Hond zelf ontving een ton subsidie te veel. Een misverstand, zegt hij zelf. De Hond verkoopt zijn schoolconcept aan andere scholen, maar deze scholen gaven er vanwege de torenhoge kosten massaal de brui aan. Toch lijkt het Maurice de Hond niet echt te deren, zijn schoolconcept vindt gretig aftrek in het goed betalende buitenland.

Nog een verliezer: het College voor Toetsen en Examens kreeg de ene oorvijg na de andere te verduren na een rotzooitje in het examen Frans. Het leidde zelfs tot een rechtszaak en hoewel het CvTE op papier gelijk kreeg “de regels zijn juist toegepast”, is het credo helder: het moet beter.

Sander_Dekker_2015_(1)

Sander Dekker

In het lijstje verliezers kunnen we niet om Sander Dekker heen. De staatssecretaris PO, VO, cultuur en media gaat de geschiedenis in als de man die talloze projecten optuigde, die daarna zo gammel bleken te zijn als een bouwsteiger van gekookte spaghetti. Dekkers kussen bij OCW is niet eens koud of zijn opvolger heeft Dekkers rekentoets al vredig laten inslapen. Het door Dekker gepropageerde lerarenregister wordt uitgesteld en krijgt een herstart. Je weet hoe de vlag erbij hangt als een project al een herstart moet krijgen voor het goed en wel begonnen is. Dekker zelf krijgt een herstart op het ministerie van Justitie, hij is tegenwoordig Minister voor Rechtsbescherming. Ze zijn bij deze gewaarschuwd.

De vakbonden AOb en CNV sluiten ook aan in het rijtje met verliezers. In het jaar waarin PO in Actie het onderwijsvuur tot ongekende hoogten wist op te stoken leken de twee grootste vakbonden alle contact met de werkvloer kwijt. Het gemak waarmee Jan van de Ven en Thijs Roovers bijna het voltallige PO wisten te mobiliseren laat pijnlijk zien waar de bonden het de afgelopen jaren hebben laten liggen. Terwijl bezuiniging op nullijn werd gestapeld, hielden de vakbonden zich bezig met curriculumvernieuwing, een afrekenregister en het in stand houden van ondemocratische nepvertegenwoordigsorganen. Ja, het malieveld kleurde op 5 oktober weer groen-paars van de gratis vakbondspetjes, maar dat was eerder ondanks dan dankzij de oude vakbonden. Nu PO in Actie officieel een vakbond is en ze daarmee aanschuiven aan de cao-tafel voelen de traditionele bonden de warme adem in hun nek. Harder rennen of opgegeten worden, voorspelt de bioloog in mij.

Winnaars zijn er ook. 2017 werd het jaar van de bottum-up. De door leraren Jelmer Evers en Rene Kneyber bepleitte systeemomslag lijkt langzaamaan bewaarheid te worden. Leraren trekken met initiatieven als MeetupNL de autonomie naar zich toe. Het voorbeeld van PO in Actie werd gevolgd door WO-, VO-, MBO- én HBO- in Actie, en hoewel die nog niet zo ver zijn als dat PO in Actie dat is geeft het wat aan over de verenigingsgezindheid in het onderwijs. De maat lijkt vol. Waar de Onderwijscoöperatie de handschoen als beroepsvereniging liet vallen, pakt Beroepsvereniging Leraren Nederland hem op. Lovenswaardige initiatieven, die veel goeds beloven voor de toekomst.

Het wordt tijd voor de prijsuitreiking. We beginnen met de grote verliezer. De koude douche, de loden Loekie, de Sander-Dekker-award, de 4-op-je-eindlijst, de Onderwijsverliezer 2017 is geworden…

Zetels_van_Tweede_Kamer

Politiek Den Haag.

Met zijn allen. Zonder uitzondering. In een jaar waarin de urgentie van de noodkreet uit het onderwijs werd uitgespeld, speelde Den Haag liever politieke spelletjes. Er deden partijen aan de verkiezingen mee zonder het woord “onderwijs” in hun verkiezingsprogramma. Lodewijk Asscher deed na ruim 4 jaar regeringsdeelname nog even of het onderwijs echt heel belangrijk voor hem was, maar vergat dat zijn partij al jaren zowel de minister op OCW als op financiën leverde. Met de door hem geregelde 270 miljoen gingen vervolgens andere partijen strijken. Ja, schaam je, D66. Deze zelfbenoemde onderwijspartij is heel trots op de investering van 450 miljoen om werkdruk te verlichten. In 2021. Als er tenminste uitgewerkte plannen liggen. En als leraren zelf eerst afstand doen van een aantal gunstige regelingen in de cao. Ook over de inzet van PO in actie, gelijktrekking VO-PO salarissen, is de kamer bijzonder helder. Zelfs een onderzoek naar de eventuele mogelijkheden wordt door de coalitie tegengehouden. Maar goed, wat kun je verwachten als de grootste partij van het land het een “ingewikkeld dilemma” vindt of “leraren nóg meer moeten verdienen”. Het zijn mooie praatjes die de woordvoerders ophangen in verkiezingstijd, maar als het dan echt tijd is om boter bij de vis te leveren geeft Den Haag niet thuis. De verenigde onderwijsbelangenbehartigers PO-front rekenden een eenmalige investering van 1,4 miljard voor om het onderwijs de opknapbeurt te geven die het nodig heeft. Dat is toevallig evenveel als het afschaffen van de dividendbelasting ons per jaar kost. Per jaar. Per. Fucking. Jaar.

Ondertussen neemt de ongelijkheid alleen maar toe. Dat is wat mij het meeste zorgen baart, onderwijs heeft niet langer de emanciperende werking. Het doet ertoe wie je ouders zijn en wat ze kunnen betalen. De invloed van het bedrijfsleven wordt groter, de onafhankelijkheid van het onderwijs kleiner. Het lerarentekort zal naar verwachting alleen maar toenemen. Onderwijs houdt op als er niemand voor de klas staat. Geen “creatieve oplossing” kan die vakman of vakvrouw vervangen. Het is tijd voor een aantal maatregelen die het vestigingsklimaat voor leraren verbeteren. Zorg ervoor dat onze kinderen niet de verliezers van 2018 worden. Den Haag, word wakker!

Als er verliezers zijn, dan is er ook een winnaar. En wat voor winnaar. De Gouden Bal, de Ronde-in-de-Arrenslee-door-Thialf, de tien-met-een-griffel, dé Onderwijswinaar 2017 is geworden…

cropped-Sitename-small

PO in Actie.

Het is geen verrassing dat deze bottum-up beweging die het afgelopen jaar aan iedere voorstelbare boom rammelde de winnaar is. Jan van de Ven en Thijs Roovers ontpopten zich tot boegbeeld van een beweging. Ondersteund door een team van collega’s (nog veel te weinig genoemd) kregen zij het voltallige PO in beweging. De PO-raad sloot aan, de traditionele vakbonden deden mee. Ze laten dagelijks zien hoe het ook kan, gewoon vanuit de beroepsgroep zelf. Doen de vakbonden niet wat we willen? Dan richten we een eigen vakbond op! Die verfrissende actiebereidheid, gecombineerd met een vleugje brutaliteit maken PO in Actie tot de onbetwiste winnaar van het afgelopen onderwijsjaar.

In 2017 gaf PO in Actie het onderwijs zijn eigenwaarde weer terug.

Ik heb nu al zin in 2018.

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Politiek, media en het klaslokaal

Vorige week was er ophef over een opdracht van een leraar Nederlands. Docent Ivar Gierveld gaf een tiendelige schrijfopdracht waarvan de opkomst van Thierry Baudet één van de onderwerpen was. Als aanzet schreef hij een prikkelende inleiding, waaronder de gewraakte stelling dat we volgens Baudet terug zouden moeten naar een regering van enkele witte mannen. Dat schoot de FvD in het verkeerde keelgat.

Nu wil ik niet oordelen over een uit de context gerukt deel van een opdracht van een vak dat bovendien het mijne niet is. Ik kan er niet over oordelen of dit een goede opdracht is of niet. Volgens collega´s die ik hoog heb zitten is het geen professioneel vakwerk maar is het overdrijven van een standpunt als aanzet voor een schrijfopdracht niet uit den boze. Kan ik me best in vinden.

Interessanter vind ik de discussie over het fenomeen an sich. Een snapshot uit het onderwijs komt op straat te liggen, wordt voorzien van snedig commentaar door politici die er electorale winst mee hopen te halen en een leger internetters-met-een-mening spreekt zich uit over het functioneren van een docent. Of linksstemmende docenten iedere dag onwetende kinderen hersenspoelen en indoctrineren was het bijbehorende overkoepelende discussieonderwerp. Dit is geen nieuw thema, in maart van dit jaar zwengelde Wierd Duk deze discussie al eens aan, waarop correspondent en leraar Johannes Visser uiteenzette dat dat niet zo raar was. Deze keer deed PVV´er Harm Beertema met een motie voor politieke neutraliteit van docenten een duit in het zakje. Michelle van Dijk haalde de kastanjes uit het vuur en schreef een opiniestuk waarin ze met een inkijkje in het docentenbestaan laat zien dat het onmogelijk is om zonder waarden voor de klas te staan. Daarnaast wees ze nog even op het verschil tussen het tot stand komen van de woorden van docenten en die van politici.

Het beste stuk over deze zaak schreef politiek journalist Chris Aalberts. Hij beschreef hoe politici als Baudet uitspraken kunnen doen die over het randje gaan, maar als een docent één uitglijer maakt deze het trollenleger op zich af krijgt.

Inmiddels zijn we twee weken verder sinds FvD’er Ramautarsing de zaak aan het rollen bracht. Na de voor-argumenten, de tegen-argumenten en de daarop volgende nuance raakt de oorspronkelijke discussie steeds verder uit het oog. Dit twitterdraadje was aanleiding voor ronde twee. Wiskundedocente Karin den Heijer herschreef de opdracht om het punt te maken dat de opdracht toch echt slecht was. Haar oproep dat docenten vooral nauwkeurig moesten zijn en een stelling dat veel docenten de opdracht aan het goedpraten waren, zijn het onderwerp van het volgende artikel op TPO, door Sietske Bergsma. En Karin heeft natuurlijk deels gelijk, docenten moeten zorgvuldig zijn, maar dat was nooit de vraag.

Ik vind dat we weg moeten blijven uit het klaslokaal en het oordelen over opdrachten moeten laten bij wie erover gaan: school(leiding), vakgenoten en sectiegenoten. Het onderwijs wordt niet beter door bij iedere onzorgvuldig geformuleerde opdracht een storm van kritiek te ontketenen. Dát is volgens mij het ware discussieonderwerp: hoe houden we de professionaliteit van het onderwijs uit de greep van de politiek?

Geplaatst in Onderwijs, Politiek | Een reactie plaatsen